|
Als ik vrijdagavond bij Rog langs ga ziet hij er beroerder uit dan anders. Hij hangt zwijgend op de bank. Heeft zelfs geen zin in drank. Zou de eerste week achter het loket hem zijn opgebroken? Kan me niet voorstellen. Hij is jarenlang ober geweest, heeft een huid als een mammoet. ‘En? Al ontslagen?’ probeer ik lollig. ‘Nee. Maar ik heb wel elke dag een kastekort gehad. Gemiddeld vijftig gulden per dag.’ ‘Kastekort? Kan dat dan bij een bank?’ ‘Ja natuurlijk. Je kunt toch fouten maken. Dat wordt ingecalculeerd bij nieuwkomers, maar na een maand moet je je zaakjes wel op orde hebben. Anders vlieg je eruit. Ik zit nog in mijn proefperiode.’ ‘Dus in principe zou je een maand lang iedere dag vijftig gulden kunnen jatten.’ ‘Ja Rinus, maar ik heb liever een goede baan dan een zak vol gejatte guldens,’ bijt hij me toe. Ik en mijn grollen. Laat Rogge trots zijn op dat baantje. Alles beter dan dat-ie zich arbeidsongeschikt voelt. Na een pijnlijke stilte komt Rogge met een notitieboekje aanzetten. ‘Ik heb bedacht hoe we het hoge elektraverbruik aannemelijk kunnen maken bij het energiebedrijf.’ Hij wil, drie maanden voordat we de eerste stekjes neerzetten, een hoger termijnbedrag bij het energiebedrijf aanvragen. Als reden wil hij gezinsuitbreiding opgeven. Zo is het eerste kwartaal gedekt. En kunnen we in de overige negen maanden de extra stroom opmaken die we de eerste drie hebben opgespaard. Geniaal. ‘Als ze dan in dat eerste kwartaal komen controleren, staat er nog geen plant,’ rondt hij af. ‘Maar ook geen gezin,’ werp ik tegen. ‘Waar haal je zo snel een gezin vandaan?’ Rogge zet zijn kamerbrede tv aan voor het journaal. Hij checkt elke dag of er nieuws is op het gebied van hennepteelt - straks is de hele handel gelegaliseerd en zitten wij nog steeds hasjbunkers te graven. ‘Kunnen we geen dekmantel nemen, een zonnestudio of zo?’ ‘Naast het fitnesscentrum zeker. En dan op alle op apparaten een sticker met ‘defect’ plakken, anders kosten ze alleen maar stroom.’ ‘En wat…’ ‘Ssst!’ sist Rog opeens. Op het journaal verschijnen beelden van een opgerolde hennepplantage. In een woonwagenpark. Dertienduizend plantjes. Overal politie. Containers vol growshop artikelen. ‘Das pas ondernemen,’ zegt Rogge vol bewondering. ‘Ja maar geen crime light. Die jongens willen altijd te veel. Daarom lopen ze tegen de lamp.’ ‘Of je bent in één keer van al je geldzorgen af.’ ‘Maar die kampers zijn wel allemaal connected. Dan kan ik het ook.’ ‘Misschien heb ik ook wel een contact. Een studievriend. Die had een handeltje in Roemenië.’ ‘Roemenië? We zijn geen multinational.’ Vage vrienden van Rogge, daar heb ik nu echt even geen zin in. ‘En wat als we bij het energiebedrijf bekend staan als stroomverspiller?’ probeer ik weer. ‘Dan slaan ze niet zo snel alarm. Kopen we eerst een hele zooi luxeapparaten. Blenders, airco's, aquariumpompen, stofzuigers, mixers, vaatwasmachines, breedbeeld tv’s en voor mijn part een zonnekanon. Dan lokken we een controle uit. En zetten we alle apparaten aan.’ ‘Hoe wou je die controle uitlokken? Doen alsof we de buren zijn en dan klagen over een ratelende elektrameter? En er zal een pittig kostenplaatje aan al die spullen hangen,’ waarschuwt Rogge die vorig jaar twaalfduizend gulden heeft geleend voor een kamerbrede tv, een snobby hi-fi installatie en alle denkbare vormen van witgoed. ‘Eigenlijk kunnen we dit pas doen nadát we rijk zijn geworden.’ ‘Shit, ja.’ Soms begrijp ik waarom onze businessplannen nooit echt werken. Ik haal de bonnetjes uit mijn zak. Nog eens narekenen. We zitten nu al op de vijf mille. Ik krijg het er benauwd van. Rogge ziet me piekeren. ‘Joh, desnoods laten we onze zonnebankklanten met vrachtwagenaccu’s sjouwen,’ grapt hij. Maar ik ben niet meer in de stemming voor lulkoek. ‘We zitten op 5.135 gulden. Rogge, dit wordt mijn Waterloo.’ ‘Welnee man. Een kwestie van doorzetten. We gaan voor gezinsuitbreiding.’ ‘Hm.’ Op tv begint Opsporing Verzocht. Dat hadden we even nodig. Straks krijgen we nog een filmpje te zien waarin ik lires wissel bij Rogge’s bank! Maar Rogge zet het geluid zacht. Hij draait zich naar me toe en kijkt me met Godfather-blik aan. ‘Rinus, ik weet dat onze onderneming een leuk nieuwtje is, maar we moeten er wel onze mond over houden. Voor je ‘t weet zijn wij de Jongens van de Hasjplantage. Afgesproken?’ ‘Jaja,’ antwoord ik met mijn ogen strak op de bonnetjes.
|