Banner
Banner
Banner
13. De omerta PDF  | Afdrukken |  E-mailadres

Hanna’s fiets staat tegen Mieke’s huis geparkeerd. Haar kettingslot zit vast aan een mountain bike. Zou die van Sukka zijn? Dikke crossbanden, vierentwintig versnellingen, stierenhoorn stuur. Macho hoor. Hij heeft mazzel dat ik vanavond wil zuipen, anders was ik op de Harley gekomen. Alhoewel, het is bewolkt. En ik rijd niet graag met regen.
Nog voordat ik aan kan bellen gaat de deur open. Het is Mieke zelf, met een enorme grijns op haar smoel. ‘Hééé Rinus! Wat heb ik nou gehoord? Gaan jij en Rogge een drugsplantage beginnen? Lachen!’
Ik schrik, werp haar een dodelijke blik toe, duw mijn non-budget cadeau in haar handen, mompel iets over roddeltantes, en loop met jas-nog-aan op het geroezemoes af.
Het feestje is in volle gang. Rogge zit met een groot glas bier in de keuken, bij de bierkratten. Hij wordt omringd door sexy vriendinnen van Mieke. Rog mag dan de eeuwige vrijgezel zijn, hij heeft een magnetische aantrekkingskracht op vrouwen. Ze vallen voor zijn total loss uitstraling, die roept moederlijke gevoelens bij hen op. En maken hem vooral loslippig.
‘Jezus Rog,’ bijt ik hem toe. ‘Kon je geen vijf minuten een geheim bewaren?’
Hij kijkt betrapt op, maar herstelt zich snel. ‘Hoezo ík!? Jíj hebt ook lopen praten, hoorde ik van Hanna.’
‘Ik heb alleen iets tegen Hanna gezegd. En Hanna kan haar mond houden.’
‘Dat heb ik gemerkt. En ik heb alleen maar iets tegen Dirk gezegd. Dirk kan ook zijn bek houden.’
Rogge’s sexy gezelschap moet hard lachen om onze huwelijksperikelen. ‘Dus jij bent die Rinus van de hennepplantage? Laat je pistool eens zien, hahaha!’
Ik pak een biertje uit de krat en ga demonstratief met anderen praten. Maar iedereen heeft het over De Plantage. En natuurlijk komt Dirk op me af. Dirk kent Rogge al jaren, van vóór Libanon. Zoals altijd is hij even hartelijk als cynisch.
‘Ha die Rinus! Wat heb ik nou gehoord, ben jij met Rogge een hennepplantage begonnen! Wil je van dat erfenisje af of zo, hahaha! Rogge is een wandelende beurskrach, dat weet je toch. Hoeveel geld heb je er al ingestoken?’
‘Dirk, ik weet heus wel wat ik doe. En ik vertrouw Rogge. Je kan van hem zeggen wat je wilt, maar hij gaat er wel altijd helemaal voor. Bovendien, hij moet iedere cent verantwoorden. Heb jij geen interesse om te investeren?’
‘Yeah right. Ik ga liever voor Fokker. Zeg maar doe je mee met de pot? De meesten hier gokken dat jullie eerder failliet gaan dan opgerold worden. O nee, jij mag niet inzetten, want jij kunt de uitkomst beïnvloeden.’
Ik neem een flinke slok bier en besluit maar mee te lachen. Rogge had z’n grote bek moeten houden, maar ik natuurlijk ook. En eigenlijk is die aandacht best lekker. Het lijkt wel of ons losers-imago een sexy ondertoon heeft gekregen, of verbeeld ik me dat nu.
Een tikje op mijn schouder. Het is Pieter, de alcoholistische boeddhist, zoals altijd in stijlvol tweed. Eindelijk een normaal mens.
‘Hoe gaat-ie, Rinus? Weer een bedrijf begonnen met Rogge?’
‘Jaja.’
‘ Die vorige onderneming is niet echt van de grond gekomen hè, dat verhuren van die zonnebanken. Hoe ging jullie slogan ook al weer? ‘Wij brengen de zon bij u thuis en halen hem morgen weer op!’’
‘Dat ging mis door Rogge, Pieter. Die zei pas op het laatste moment dat-ie geen rijbewijs had. En met zijn hart kan-ie natuurlijk ook niet sjouwen.’
‘Misschien was het niet zo’n goed idee om zulke zware apparaten te verhuren. Had Rogge niet ook een idee voor een haringkar?’
‘Laten we ‘t daar maar niet over hebben. Luister Pieter, wil jij geen aandeel in onze plantage? Of heet dat een optie?’
‘Nee, ik ben niet zo’n belegger. Da’s niet boeddhistisch. Ik kom wel een keer kijken, voor de gezelligheid. Maar heb je Hanna al gezien? Ze is hier met haar nieuwe vriend. Ze staan nu bij Mieke.’
Shit ja, daar staat Hanna. Met een Aziatische man. Wat ziet ze er goed. Bah.
‘Wat zal ik doen Pieter?’
‘Maakt niet uit wat je doet, Rinus. Ze is nog steeds gek op je. En ze wordt nog steeds ongelukkig van je.’
‘Zal ik eens sensueel gaan dansen, in mijn eentje?’
‘Op The Kinks? Dan kun je nog beter met mij gaan twisten.’
‘Is twisten wel boeddhistisch?’
‘Uiteraard. Maar of Hanna jou dan extra sexy gaat vinden betwijfel ik.’
‘Ze heeft me gezien. Sorry Piet, ik moet mijn ego redden.’
‘Sterkte Rinus.’ Hij geeft me een schouderklop als ik de arena inloop.

‘Dag Hanna,’ grijns ik met mijn beste Jack Nicholson. ‘Fijn dat je je mond hebt gehouden.’
‘Ach man, een hennepplantage is toch helemaal niet gevaarlijk. Dit is Suki trouwens. Suki, Rinus.’
De Japanse man geeft me een hand. Hij is een kop kleiner dan ik, even klein als Hanna. Zou een kop kleiner ook een eikel kleiner betekenen? Dat zou fijn zijn. Hij heeft wel erg mooi haar, dik en lang. En een geinkop met kuiltjes in de wangen. Eigenlijk vind ik Sukka wel leuk.
‘Geweldig verhaal van die plantage Rinus!’ begint Suki terwijl hij mijn hand stevig drukt. ‘Je moet maar durven.’ Met die woorden is Suki meteen de leukste Japanner die ik ken.
‘Ach Suki, als een man vooruit wil komen in het leven moet-ie soms een risico nemen,’ zeg ik terwijl ik Hanna’s ach-man-ga-toch-in-godsnaam-fietsen blik negeer.
Ik besluit dronken te worden die avond. En met Suki te bonden, over de Risico’s des Levens. En vooral veel met hem te lachen, zodat Hanna weer op me valt. Rinus, de man zonder jaloezie. Onweerstaanbaar.

Acht pijpjes later trekken Rogge en ik onze jassen aan. We zijn de laatsten, zoals gewoonlijk. ‘Volgende keer wel een zak verse hasj meenemen, jongens!’ roept Mieke ons na als we de nacht inzwalken, richting nachtkroeg.

12. Het gezin 14. De cowboy
 
Banner