Banner
Banner
Banner
14. De cowboy PDF  | Afdrukken |  E-mailadres

Café Caramba oogt onheilspellend. Donker, druk, harde muziek, bijna alleen maar mannen, veel gouden tanden en grote horloges. Zou dit dan het bolwerk zijn van de zware jongens? Gelukkig zijn we dronken genoeg voor een coole uitstraling. We gaan aan de bar hangen en bestellen Ballantine’s puur. De barman bedient ons zwijgend. Hij heeft uitgescheurde oorlellen, alsof zijn oorringen eraf gerukt zijn.
‘Zeg Rog,’ schreeuw ik boven Stevie Ray Vaughn uit. ‘Wat draagt een professionele cannabiskweker bij een transactie? Een pak met das? Of meer een trainingspak met camouflagemotief? En is een zonnebril overdreven?’
‘Drugshandelaars dragen altijd een sombrero, Rinus. En een rode cape.’
‘Leuk hoor. En hoe praten die lui eigenlijk. Ik bedoel, heroïne wordt smack genoemd, maar hasj? Hack?’
‘Man, je verkoopt dat spul aan een coffeeshophouder. Dat is gewoon een winkelier. Het zal hem een zorg zijn hoe je het noemt. Als het maar propvol THC zit.’
‘Toch hoor je allerlei ruige verhalen over coffeeshops, Rogge. Tegen klanten doen ze misschien netjes, maar weet jij veel wat er achterin het kantoor gebeurt.’
Ik neem een flinke slok whiskey. God wat is dat spul toch vies. Aan het eind van de bar bij de toiletten wordt ruzie gemaakt. En geduwd. Dat moet kunnen in een bolwerk van zware jongens. Maar toch.
‘Misschien moeten we een wapen kopen, Rogge. Anders denken ze dat we mietjes zijn. Worden we geript bij de transactie.’
‘Uh huh.’
‘Ik denk aan een Glock.’
‘Een wát?’
‘Een Glock. Da’s een pistool van kunststof. Immuun voor metaaldetectors. En je kunt er zelfs onder water mee schieten.’
‘Een waterpistool dat klinkt als een trol uit Tolkien.’
‘Leuk hoor. Glocks zijn toevallig ontzettend professioneel. Ze hebben geen chroom of macho loop. Gemaakt voor actie in plaats van patsen.’
‘Wat moet jij er dan mee?’
‘De vraag is niet wát maar wanneer. Als je je Glock te vroeg trekt raak je je klant kwijt. En als je te laat bent vinden ze je een sukkel. Word je geript.’
‘Rinus, ik vind jou niet zo’n Glockman. Straks gaat dat ding af in je broekzak.
‘Broekzak? Ik wil een schouderholster.’
‘Misschien moet je het bij dat schouderholster laten.’
‘Nou, een bobbel onder je colbert kan al indruk maken. He’s packed, denken ze dan.’
Even zie ik me als Rinus Pacino, in driedelig antraciet met een bobbel onder mijn oksel, nippend aan een cocktail in mijn Latino nachtclub. Wat kan criminaliteit toch cool zijn. Ik kijk nog eens naar de barman. Die wriemelt steeds aan zijn oorlellen, alsof hij checkt of ze al dichtgegroeid zijn. Littekens staan ruiger dan tattoo’s. Zou je littekens ook kunnen laten zetten? En word je dan eerst verdoofd? Of is dan het ruige eraf? Achterin de bar wordt weer ruzie gemaakt door zware jongens. De barman negeert ze. Maar shit, werd daar nou een kopstoot uitgedeeld?! Of viel die vent gewoon van zijn kruk? Rustig blijven Rinus, je bent nu zelf ook een zware jongen. Concentreer je op iets leuks.
Ik kijk eens achter me. Tegen de muur staat een vijftiger geleund. Met parka, druipsnor en cowboyhoed. Even wil ik hem hardop uitlachen (who needs a sombrero!), maar een mastermind doet niet elitair. Bovendien zijn het vaak de raarste figuren in het circuit die de beste info hebben. Over wapens bijvoorbeeld. Beetje bonding kan geen kwaad.
‘Hé cowboy!’ groet ik hem met een big smile.
De man zegt niets terug. Hij staart voor zich uit, alsof hij me niet gehoord heeft. Ik zie nu pas dat zijn ogen bloeddoorlopen zijn.
‘Zeg cowboy,’ probeer ik opnieuw. ‘Weet jij iets van wapens af?’
De cowboy kijkt me opeens strak aan. Trekt zijn lippen smalend op. Hij mist een hoektand. ‘Zei je wat, kutstudentje?’
Wát zegt-ie!? Kútstudentje!? Ik ben bijna veertig, Old Shatterhand! Ik draag een stijlvolle imitatie Hugo Boss en heb een commandocoupe! Ik ben silent crime. Blijkbaar heeft deze cowboy geen gevoel voor code. Ik besluit hem verder te negeren en keer me weer naar de barspiegel.
‘Hé kutstudentje,’ hoor ik achter me. ‘Hád je wat?!’
Ik draai me weer naar hem toe.
‘Je zit op mijn kruk, kutstudentje,’ sist hij nu.
Ik schat Old Shatterhand in. Hij is niet langer dan ik, maar door de Stetson en pooljas lijkt-ie een stuk forser. En die bloeddoorlopen ogen en dat fietsenrek doen het ergste vermoeden.
‘Maak je niet druk man,’ probeer ik. ‘Die kruk is van niemand.’
‘OPROTTEN VAN DIE KRUK, KUTSTUDENTJE!’ schreeuwt hij opeens. Een paar zware jongens draaien zich om. Mijn ogen zoeken de barman, maar die is verderop bezig met glazen spoelen, en lijkt sowieso niet het type van de betrokken scheidsrechter. De cowboy pakt me bij m’n revers. Ik bevries van de adrenaline.
‘Hé cowboy,’ hoor ik opeens naast me. ‘Je hebt mijn vriend gehoord. Die kruk is van niemand.’ Het is Rogge. Maar hij klinkt zoals ik hem nooit eerder gehoord heb. Dreigend. Of nee, met overwicht. ‘Hou je gemak,’ vervolgt hij met ijzige kalmte. ‘We hebben allemaal een glaasje te veel op. Straks doen we dingen waar we spijt van krijgen.’
Ik kijk Rogge vol ontzag aan. Ook Shatterhand is onder de indruk. Hij laat me langzaam los. Aarzelt even. Mompelt dan ‘kutstudentjes’, slaat zijn bier achterover, drukt zijn hoed diep op zijn kop en waggelt de tent uit.
Ik keer me naar Rogge. Die nipt rustig aan zijn Ballantine’s en staart in de barspiegel. Met open mond. Cool kan vele gedaanten aannemen.
‘Dank Rogge,’ zeg ik met welgemeend respect. Ik neem hem nog eens goed op. Zit er werkelijk een killer onder de Stan Laurelcoupe? Die is nu in ieder geval alweer vertrokken. Rogge heeft dat parttime charisma vast in Libanon opgepikt. Als ik in dienst was geweest, had ik nu ook geen schouderholster nodig gehad. Bah, ik sta nog steeds na te trillen van die klotecowboy. De crime moet wel light voor mij blijven. Masterminds hebben niets te zoeken in de vuurlinie. Generaals zie je ook niet in loopgraven ijsberen. Dat heeft niets met angst te maken, maar alles met hersens. Toch?
‘Rog, ik heb eens goed nagedacht. Misschien ben ik toch meer iemand voor op de achtergrond. Als jij nou bij de transacties het woord doet, dan hou ik de boel wel in de gaten, als een bodyguard en wapenspecialist. Goed idee?’
Rogge neemt me op als een grootvader die over zijn leesbril kijkt. ‘Dat lijkt me een heel goed idee, Rinus.’
Ik doe alsof ik de laatste slok Ballantine’s achterover sla en trek mijn jas aan. ‘Ik ga naar huis. Ben een beetje misselijk.’
‘Doe rustig aan, Rinus.’ zegt Rog op een ongewoon zorgzame toon.
Als ik de deur opendoe en ook de barman nog even groet, negeert hij me. Wel wriemelt hij weer aan zijn oorlellen.
Buiten zie ik de cowboy tegen een lantaarnpaal leunen. Hij braakt over een parkeermeter. Mietje. Volgende keer krijgt hij een klap met mijn schouderholster.

13. De omerta 15. De schaamte
 
Banner