| 4. De appelgaarde | | Afdrukken | | E-mailadres |
|
De gang ligt vol pijpjes. En gereedschap en blikjes verf en afvalhout en plastic tasjes en vuile borden. Een man alleen in een eengezinswoning. Rogge heeft het enorme pand gekregen in verband met zijn ziekte. Kennelijk denkt de woningbouwvereniging dat een hartpatiënt vooral veel ruimte en trappen en verdiepingen nodig heeft. En van klussen houdt, want het pand was uitgewoond. Een kwelling voor een perfectionistische doe-het-zelver als Rogge, die geen cent te makken heeft en al helemaal geen energie. Maar de slaapkamer heeft-ie af: jaren vijftig behang, bed-met-spijlen plus sprei en nicotinekleurige schemerlampjes. Alsof je ieder moment door een hospita betrapt kan worden. ‘Kom even naar de slaapkamer,’ roept Rogge bovenaan de trap. ‘En pas op voor de flessen.’ Rogge zit in streepjespyjama op bed. Klaarwakker. En – god beware me – in zijn didactische modus. Hij steekt gelijk van wal. ‘Dat versnellen van de seizoenen doe je met lichtregimes,’ gaat hij verder. ‘De plantjes moeten dag en nacht onder lichtbakken. Dan kun je ze al na een paar weken oogsten, dus lang voordat ze volgroeid zijn. Net als een appelgaarde.’ Ik knik. Rogge haalt het boek erbij en een map vol aantekeningen. En begint uit te wijden. Over compost. Geurbeheersing, artificiële seizoenen, oogsttechniek, THC-gehalte. Hij weet er al best veel vanaf. Da’s prima natuurlijk, maar ík zou toch de mastermind van de organisatie worden? Misschien ben ik meer ben een strategisch brein, de man van de grote lijnen. Dan kan Rogge zich bezighouden met operationele details. Rogge negeert me en praat maar door. Wat is die gozer toch lang van stof. Hoe moet dat straks bij zo’n transactie? Dan moet je cool zijn. Timing hebben. De lingo kennen. Wat Rogge niet weet is dat je street wisdom niet uit boeken leert. Dat moet in je bloed zitten. Je tweede natuur zijn. Als ik nou eens bij de deals het woord voer, dan mag Rogge mee als second luitenant. Kan hij de hasj dragen. Alhoewel, ik zie hem al slenteren met een halfopen koffer en een roedel blaffende hasjhonden achter zich aan. Zo’n overdracht moet je strak regisseren, anders word je geript. Mazzel dat ik zo scherp kan denken. Anticiperen, daar gaat het om in deze busi… ‘en daarom kunnen we het best in jóuw flatje proefdraaien met een kweekbakje,’ hoor ik Rogge opeens zeggen.
|