|
Waarschijnlijk zijn wij de enige wise guys ter wereld die zich per fiets voortbewegen. En zeker de enige capi die een bouwmarkt afstruinen. Maar bij crime light moet je op de kleintjes letten.
‘Hoeveel kunnen we eigenlijk besteden?’ vraagt Rogge terwijl hij een veel te dure tl-buishouder in het winkelwagentje legt. Aangezien ik met mijn erfenisje de enige ben die een cent te makken heeft, ben ik behalve strategisch mastermind ook penningmeester. En een royale, mag ik wel zeggen. ‘Maak je geen zorgen over het budget, Rog,’ antwoord ik met een warm gevoel van binnen als we het bomvolle karretje richting kassa duwen. ‘Ik wil goed spul in huis hebben. Maar voordat we afrekenen wil ik even een boterham eten.’ ‘Een boterham? Hier?’ ‘Voor mijn bloedsuikerpiegel. Anders word ik trillerig.’ Ik pak mijn broodtrommeltje en ga op een gifgroene tuinstoel zitten. Naast me staat een tuinkabouter met een pedofiele grijns en een sticker op zijn kruis. Sfeer weten ze wel te scheppen, in zo’n bouwmarkt.
Rogge kijkt de andere kant op, alsof ie me niet kent. ‘Goed dat je nog niet bij de Hells Angels zit,’ mompelt-ie. ‘Ik kan toevallig ook nog bij de commando’s,’ zeg ik met volle mond. ‘De coupe heb ik al. En de focus.’ ‘Rinus, jij hebt veel te veel focus voor de commando’s. Die worden helemaal gek van jou en je boterhammen.’ ‘Dat jij in Libanon gediend hebt maakt je nog geen expert,’ zeg ik bits en pak mijn veldfles. ‘Heb je ook nog water bij je!?’ ‘Hoort bij mijn urbane survivalpakket. Kom, we gaan afrekenen.’ ‘Jezus Rinus, misschien moet je commando’s gaan trainen hoe je drie kwartier in een bouwmarkt overleeft.’ ‘Leuk hoor. Maar de essentie ontgaat je weer. Anticiperen, daar draait het om. Juist bij silent crime. Daarom ga ik nu niet met mijn pinpas betalen, want dan kunnen ze mijn aankopen traceren.’ ‘Ja, tl-balkjes, triplex, elektrisch snoer en een stekkerdoos, da’s erg verdacht.’ ‘Lach maar. Ik zit straks in de bak terwijl jij je zwarte snippen telt.’
‘O ja, voordat ik het vergeet,’ zegt Rogge terwijl hij de spullen op de kassaband zet, ‘ik heb die baan bij die bank gekregen. Kan over een maand beginnen.’ ‘Baan? Heb je dan nog wel tijd voor de plantage?’ ‘Dat zal in de weekenden moeten gebeuren.’ ‘Da’s fijn. Trek je dat met je hart?’ ‘Maak je daar maar geen zorgen over.’ ‘Heb je eigenlijk aan de bank verteld dat je hartpatiënt bent?’ ‘Nee natuurlijk niet. Dan kan ik die baan wel vergeten.’ ‘Wat voor werk ga je doen?’ ‘Handelingen aan het loket. Buitenlands geld wisselen en zo. Het filiaal is in de stationshal. Ik word eerst een maand ingewerkt.’ ‘Een bank, hm. Als de plantage mislukt, kunnen we dan die kluis kraken?’ ‘Doen we. Ik zal de laatste zijn die ze verdenken.’
‘Dat is dan 253 gulden en veertig cent,’ zegt de caissière met een blik alsof ze ons van Opsporing Verzocht herkent.
|