| Epiloog | | Afdrukken | | E-mailadres |
|
‘Rinus! Riiinus!’ klinkt het aan de andere kant van de wc-deur. ‘Ben je klaar? Het hart is er!’ 548 slopende minuten, twaalf kopjes groene thee en ontelbare bidpogingen later, sta ik aan Rogge’s voeteneind. Ik heb hem al zo vaak zo gezien, maar de aanblik blijft aangrijpend. Rogge plat op bed, zijn gezicht een dodenmasker. Maar dit keer is het anders. Al was het alleen maar omdat ik plastic zakjes om mijn schoenen draag. En er overal snoeren en slangen uit Rogge hangen. Want Side Cock Sammy leeft nog. En het lijkt erop dat hij blijft leven. De transplantatie is vlekkeloos verlopen. Het hart is niet afgestoten. Rogge is zelfs al een tijdje bij bewustzijn volgens de verpleegkundige. ‘Meneer Rogge is een taaie,’ zegt-ie met een gezicht alsof hij al door hem is rondgecommandeerd. Ik wacht op gepaste afstand. Want de herboren Rogge wordt voorzichtig geknuffeld door zijn vrouw en zijn dochtertje. Yep, Rogge heeft niet alleen zijn ouders overleefd, maar ook een tweede leven veroverd. Huisvader Rogge. Even hoor ik zijn moeder trots ‘MIJN GERRIE!’ roepen vanuit het hiernamaals. Als Rogge me eindelijk ziet gebaart hij me met trillende hand om dichterbij te komen. Ik buig me naar hem toe en hij fluistert iets in mijn oor. En ik moet grijnzen als een Ierse bommenlegger. Maar dat is een ander verhaal.
|