| De man met de jas | | Afdrukken | | E-mailadres |
|
Als ik naar de bioscoop ga zit ik het liefst helemaal vooraan, waar het rustig is. Liever kramp in mijn nek dan popcornkauwende kletsers. Meestal ga ik met vriend J. , die net als ik kalend is en dik in de veertig. Natuurlijk denkt de hele zaal dan dat we homo's zijn. Daarom loop ik altijd zo stoer mogelijk naar mijn stoel toe. Wat niet meevalt met alle boobytraps van colaflesjes en limonadeplassen. Maar die avond was ik alleen. Slapeloos van liefdesverdriet. Uitgeput plopfte ik neer in het midden van de eerste rij. Die was leeg. Een paar rijen achter me voelde ik een zaal vol paartjes. Niet zo vreemd, want er draaide een Argentijns drama. En daar houden paartjes van. Ik niet, maar Latijnse verhalen zijn lekker los van structuur en als je slapeloos bent ontgaat je toch iedere logica. Al snel bleek het Argentijnse drama niet over een hartstochtelijke liefde te gaan. Of over tango. Of over politieke gevangenen. Maar over een kalende man (net als ik) van middelbare leeftijd (net als ik) die die een veertienjarig meisje onzedelijk betast (niet net als ik). Dat betasten begon al na een kwartier. En duurde de hele film door. Ik voelde me opgelaten, als kalende middelbare man alleen op de eerste rij. Om niet op te vallen zakte ik zo ver mogelijk weg in mijn stoel. Maar toen begon de airco te blazen, van onder het doek. Precies in mijn kruis omdat ik op de eerste rij zat. De lucht was ijskoud. Ik kreeg het ijskoud. Deed eerst mijn sjaal om. Toen mijn petje op. Toen mijn trui in mijn broek. En uiteindelijk kon ik het niet laten: ik deed mijn jas over mijn schoot. Inderdaad, als een ouderwetse pornobioscooprukker. Achter me werd gelachen. En bij Argentijnse drama's valt weinig te lachen, zeker als ze over middelbare pedofielen gaan. De rest van de film heb ik doodstil gezeten, met mijn armen quasi relaxed en vooral demonstratief hoog in mijn nek gevouwen (kijk eens wat ik me ontzettend op mijn gemak voel / handen boven de lakens). Nog vóór de eerste credits langsgespoeld waren vluchtte ik de zaal uit, mijn jas om mijn middel, mijn neus in De Metro om identificatie te voorkomen. Ik betrapte me erop dat ik met geknakte polsjes liep. En kleine pasjes maakte. En licht met mijn heupen wiegde. Het was de enige keer in mijn leven dat ik hoopte voor homo versleten te worden.
|