Banner
Banner
Banner
De moffenhoer van Sevilla PDF  | Afdrukken |  E-mailadres

“Because it’s a sin”, antwoordde regisseur John Huston tijdens een jachtpartij in Afrika toen hem gevraagd werd waarom hij zo nodig een olifant wilde neerschieten. Aan deze woorden moest ik denken toen vriend P. voorstelde om naar een stierengevecht te gaan.

We stonden al een kwartier voor de arena te dralen, als de twee sukkels uit Olanda die we waren. Het zou een doodzonde zijn voor een halfvegetariër als ik, en toch ook een zwarte bladzijde voor P. die doorgaans bio-industrieel gaat. “What the hell,” besloot ik met de overmoed van een maagd die naar de hoeren gaat. “Let it bleed.”

Zoals het Hollanders betaamt kochten we de goedkoopste kaartjes. Voor ergens achterin, dachten we. We wilden niet bovenop dat bloedvergieten te zitten - dat was voor het grauw. Maar al snel bleek dat de prijs van de kaartjes niet werd bepaald door de afstand tot de ring. Onze sectie liep zelfs tot aan de rand. En alle banken waren leeg.

Dus toch maar cool op de eerste rij neergestreken (als je fout bent, dan goed fout). Maar nog voor de eerste stier was opgevoerd werd duidelijk waarom ons stekkie goedkoop en leeg was: de zon kwam vanachter de arenatrappen te voorschijn en begon genadeloos op onze kaaskoppen te branden. Een voorbode van de straf Gods.

De volgende uren herinner ik me als een zwarte slapstick. Kansloze, halfverlamde stieren die bestookt worden door parmantig exhibitionerende Übermannetjes. En zo knullig. Geprik naast-het-hart van een stuiptrekkende kolos, minderjarige toreadors die in de buik worden gespiest en door de arena gesleept.

Maar wat ons werkelijk shockeerde waren de reacties van het publiek. Niet die van de mannen, maar van de dames. Hoe harder het bloed uit de opengereten slagaders pompte, hoe intenser de arriba’s van de vrouwen weerklonken. Als er zoiets bestaat als een collectief oestrogeen orgasme, dan hebben wij het die snikhete middag meegemaakt.

Na vier stieren, een zonnesteek en een aanval van misogynie stonden we weer buiten. Zonder woorden liepen we naar de kroeg aan de overkant. Bestelden twee enorme cerveza’s. Ik keek weg in de spiegel achter de bar. En zag voor het eerst in mijn leven hoe dun mijn schedelhaar was geworden. Te dun om te laten groeien. Te dun om af te knippen. Te dun om iets anders mee te doen dan af te scheren. Nog diezelfde avond heb ik de barbier van Sevilla bezocht. En mijn jeugd en mijn zonden achter me gelaten.

koor

De rugmuzakant De beul van West
 
Banner

favoriete te korte verhalen


De beul van West De rugmuzakant De man met de jas