Banner
Banner
Banner
De rugmuzakant PDF  | Afdrukken |  E-mailadres

Van sommige mannen kun je onmiddellijk zien dat ze naar de hoeren gaan. Ze hebben een minachtende trek om de neus en die Jij smerige hoerrr!-blik in de ogen. Maar van sommige potentiële hoerenlopers kun je onmiddellijk zien dat ze door iedere hoer geweigerd worden. De orgelman van Utrecht is zo’n geval. Mosterdglasbril, lange vette roosharen, zware Van Nelle gebit en nobody home blik. A slip of nature.

Gelukkig krijgen ook Gods minder bedeelde kinderen een plaats onder de zon. Veel plaats, want ik vermoed dat de orgelman al op jeugdige leeftijd aan het apparaat werd vastgeketend en door de straten gesleurd. Met succes.

Want met het verstrijken der jaren blijkt het lelijke eendje geboren voor het draaorgelmetier: meelijwekkend vanwege zijn uiterlijk, gehard door jarenlange hoon, immuun voor afwijzing. De orgelman beschikt hij over de stoïcijnse agressie van een wezen dat niets heeft te verliezen. Het is geen wonder dat je nooit een mooie jongen ziet rammelen.

Dat doorzettingsvermogen is geen overbodige luxe, want een orgelman moet tegenwoordig erg hard kunnen rammelen om boven de plaatselijke muzak uit te klinken. Winkelstraten zijn vaak een kakafonie aan arbeidsvitaminen. En het eigen orgeldieselmotortje moet ook nog eens overstemd worden.

't Moet voor de orgelman dan ook verleidelijk zijn om het orgel in te ruilen voor een digitale orgelghettoblaster. Die kan immers eenzelfde geluidsmuur produceren en is gemakkelijk in een rugzakje mee te nemen. Maar een man met rugmuzak geef je niet zo snel een muntje. En deze muzakant geef je je laatste euro nog.

Want de orgelman weet hoe hij strategisch moet rammelen. Hij stelt het orgel op voor de Hema, zodanig dat de winkelmeute tussen hem en het pand geperst wordt. Op zaterdagmiddag levert dat dan een gemene stroomvertraging op.

Dan steekt de orgelman - als een haai in een school haringen - zijn geldbakje in de massa. En begint te rammelen met de overtuigingskracht van een born again christian. RAMMEL-DE-RAMMEL-DE-RAMMEL Daar in dat RAMMEL-DE-RAMMEL-DE-RAMMEL klèèèine café RAMMEL-DE-RAMMEL-DE-RAMMEL aan de háááven.

De shoppers, gedesoriënteerd en gehypnotiseerd door de loeiende muzak en het gerammel, doen een graai in de huishoudbeurs, werpen zonder te kijken een vuistvol flappen in het geldbakje, om zich vervolgens zo snel moelijk weer terug te persen in de modderstroom van medeshoppers, op veilige afstand van de orgelmans quasimodische fysiek. Iedereen is bang voor de orgelman.

Toch hoeft niemand jaloers op hem te zijn. De orgelman moet immers zelf de godganse dag naar de muzak luisteren. En thuis moet hij ook nog eens nieuwe straatorgelponskaarten doornemen op zoek naar bruikbare hits in het orgelmuzakwezen.

En rijk zal hij er niet van worden. Want stoïcijns als hij is, hij mist de neus voor de juiste doelgroep. Dat blijkt iedere woensdagmiddag als hij in mijn achterbuurt komt aanhobbelen. Daar staat hij dan, met de armen in de zij voor de afbraakflats, alsof hij wil roepen: "Zo mensen, KOMT er nog wat van!?"

Maar in mijn buurt wonen geen shoppers. Hoogstens andere orgelmannen. En allochtonen. En die zie ik nog niet zo gauw meedeinen met kleine café's aan havens. Na een paar minuten druipt de orgelman dan weer af. Rammel-de-rammellend en dieselpruttelend. Gehard door hoon, immuun voor afwijzing. Richting hoeren, vermoed ik.

haai

Paranoïde buren De moffenhoer van Sevilla
 
Banner

favoriete te korte verhalen


De beul van West De rugmuzakant De man met de jas