Banner
Banner
Banner
De vliegende indiaan PDF  | Afdrukken |  E-mailadres

De mensheid kan onderverdeeld worden in twee types: zij die avontuurlijk ingesteld zijn, en zij die dènken dat ze avontuurlijk ingesteld zijn. Ik heb lang gedacht dat ik Type I was, maar weet inmiddels beter. Voor dat inzicht heb ik een harde les moeten leren: Icarus op vakantie.

Toen ik tegen de veertig liep vond ik het tijd voor een beweegvakantie met outdoorgevoel. En op Discovery Channel had ik een documentaire gezien over deltavliegen. Zweven zonder lawaai van motoren, één met de elementen - echt iets voor mij. Dacht ik. Op naar de vakantiebeurs dus.

Die beurs is geknipt voor mensen die denken dat ze avontuurlijk ingesteld zijn, want elk standje is gespecialiseerd in nekwervelvakanties. Temidden van het gletcherklimmen en diepzeeduiken trof ik deltavliegbedrijf The Flying Dutchman. Een organisatie die zo'n huiveringwekkend clichématige naam heeft moest wel degelijk zijn – niet onbelangrijk als je met een vlieger-op-de-rug het ravijn in geduwd wordt. Tien dagen cursus geboekt.

De Vliegende Hollander bleek vreemd genoeg in Duitsland te zetelen. En met die ravijnen viel het wel mee, want deltavliegen leerde je in een heuvelkom: je rent hard de heuvel af rug en met voldoende vaart word je door de vleugel gedragen. Piece of cake. Op papier dan. In de praktijk was het flink aanpoten. Want zo'n deltavlieger weegt een ton en we moesten wel twintig keer per dag de heuvel afrennen en opklauteren.

Daarbij bleek mijn lesgroep frustrerend genoeg uit louter natuurtalenten te bestaan, die binnen mum van tijd airborne waren. Ik niet. Ik werd gespannen van al dat tegennatuurlijk hard de heuvel afrennen en belandde steeds met verhemelte in de graspollen. Maar dat rennen en vallen was niet het zwaarst. Ook het klimmen en neerstorten niet. Het zwaarste was John.

John was de baas van de vliegschool. Een puur natuurmens. Nog voor de zon op was zat hij in kleermakerszit bovenop de heuvel, als in trance. Hij ademde diep in en wist precies te vertellen wat de windkracht was, hoe het zat met de thermiek en of het volgend jaar zou gaan regenen. John leek dan bijna een Indiaanse medicijnman. Innerlijk dan, want hij had een boerenhollandse kop.

Maar John had ook een andere kant. In een vorige carrière was hij drilsergeant geweest van moeilijk opvoedbare jongeren. John was dus iemand die van nature graag corrigeert. En John had ons allen een oortelefoontje meegegeven, om ons tijdens het crashen te corrigeren. Dat heb ik geweten.

Iedere keer als ik de heuvelkom inrende en mijn angsten probeerde te overwinnen begon John in mijn oor te tetteren: ”NEE REIN!! JE DOET HET NIET GOED REIN!! JE MOET HARDER RENNEN REIN!! JE DOET HET NIET GOED REIN!! DE NEUS MOET OMHOOG REIN!! HARDER RENNEN REIN!!" Helemaal gek werd ik van John in mijn oor. John moest zijn flying bek houden.

Toch is het me een keer gelukt. Tijdens de op-één-na-laatste poging. Alles deed ik goed: ik rende hard genoeg, hield de vlieger correct vast, tilde de neus op tijd op en... John hoorde ik niet meer, niets hoorde ik meer. Tien seconden vloog ik door het heelal. En maakte een perfecte landing. Even was ik indiaan geworden, net als John. En hield ik van John zoals een padvinder van zijn hopman.

Inmiddels hang ik weer voor Discovery. Wetende dat ik alleen maar dènk dat ik avontuurlijk ben ingesteld. Voor mijn geen actievakantie meer, dit jaar wordt het zon & zee. Zo zag ik laatst een leuke reportage over witte haaien in de Caraïben. Die kun je bekijken vanuit een onderwaterkooi. Klinkt relaxed. Morgen een folder halen op de vakantiebeurs.

vliegtuig

De spookrijder De dakloze deurwaarder
 
Banner

favoriete te korte verhalen


De beul van West De rugmuzakant De man met de jas