| Jesus on ice | | Afdrukken | | E-mailadres |
|
De winter van 1977. De ergste in decennia. Hier en daar wordt een vastgevroren bejaarde in een bushokje losgebikt. Het is mijn laatste jaar op het lyceum. Ben nog steeds hopeloos verliefd op Eline, die niets weet van mijn zieleroerselen en bovendien druk is met Grote Jongens. Ze heeft zich ingeschreven voor de schaatsmolentocht. De 25 km versie nog wel liefst, want die van 10 is voor mietjes. Ik twijfel nog. Houd niet van schaatsen, ben nooit verder gekomen dan een stukje singel op onderbindijzers. Maar kan Eline natuurlijk niet zomaar laten gaan met die Grote Jongens. Daarbij heb ik hockeyschaatsen van mijn vader gekregen, om man te worden. Ze zijn inmiddels twee maten te klein, maar zien er imposant uit. Dus ik mee op Molentocht. De 10 km versie dan, 25 zou zelfmoord betekenen. De heenreis gaat nog wel. Met een hoop geklungel en ondersteund door Chinese vriend Chang 'die ook niet kan schaatsen maar het al na 500 meter onder de knie heeft', haal ik de rumtent op vijf kilometer. Eline is nergens te bekennen. Ik drink me wat moed in en begin aan de terugweg. Maar het is afzien. Mijn enkels beginnen te knikken, mijn afgeknelde tenen te verkrampen. Ik kom nauwelijks meer vooruit. Vriend Chang is doorgeschaatst, hij heeft genoeg van mijn gestumper. Ik sta helemaal alleen op het zwarte ijs. Met een ijzige Noordooster in de rug. De zon is onder. Het wordt koud. En angstaanjagend stil. Dan plots hoor ik een soepel krassend geluid achter me. Draai me om. En zie in een flits het silouet van Eline, geflankeerd door twee Grote Jongens, op glimmende noren langsscheren. Moeiteloos en razendsnel, als Friesche Uebermenschen. Ze verdwijnen even snel als dat ze verschenen, zonder me zelfs maar op te merken. Dan is het weer weer stil. De wind trekt verder aan. De goede richting op. Ik ga rechtopstaan, doe mijn jas open, spreid mijn armen met de jaspanden in de handen. En laat me als een ijsJezus op de Noordooster naar de finish zeilen. Het duurt een uur voordat ik er aankom. De bus is al vertrokken, met Eline en de Grote Jongens. De de rest van mijn leven is begonnen. Maar ik ben geen mietje meer.
|