titels blogs

Quasimodo

En de grappenmakers

Mijn schouders te smal. Mijn bouw te fragiel. Mijn schedelhaar te afwezig. Mijn neus – met name de gaten – te groot. Mijn lichaamslengte (1.80) te gering. Mijn baard te grijs. Over elk fysiek aspect waar iets op aan te merken valt, hebben mijn Facebookvrienden wel eens grapjes gemaakt. Dat deden ze omdat ze me mogen, omdat ik zo’n geweldige zelfspot heb en omdat ze jaloers zijn op mijn dierlijke aantrekkingskracht. Zelden zei ik er wat van. Toch vind ik het niet kunnen.

Grapjes maken over andermans uiterlijk is een privilege van je dierbaren. Van je allerbeste vrienden, van je partner en – desnoods – van je familie. Van mensen met wie je zo intiem bent dat je hun sarcasme per definitie als uiting van genegenheid interpreteert. Die intimiteit moet verdiend worden. Kost duizenden manuren aan bekvechten, huggen, lachen, uithuilen, seksen etc. En dan nog.

Zelf maak ik nooit opmerkingen over iemands lichamelijke opvallendheden, zeker niet op Facebook. Omdat ik het niet grappig vind, omdat het een openbare ruimte betreft en omdat ik de meeste vrienden niet goed genoeg ken. Ik weet niet welk leed er achter hun ‘tekortkomingen’ schuilgaat. Dat weet ik bij mezelf wel.

Ben op de middelbare school altijd de kleinste van de klas geweest, tot een groeispurt op mijn zestiende. Werd een decennium lang geteisterd door acne in gezicht, nek en op de schouders. Ben op mijn veertigste het grootste deel van mijn schedelhaar kwijtgeraakt. Tel daarbij nog een scheel blind oog waar ik wel eens een lapje voor doe, en je begrijpt dat ik een olifantshuid heb gekregen. Knappe jongen die mij weet te kwetsen.

Maar belangrijker, ik ben trots op mijn verschijning. Op mijn commandokop met billion dollar smile. Op mijn sportschoolspieren van drie-dagen-beulen-per-week. Op mijn 55 jaar oude maar pensloze profiel want streng met drank en vreten. Dus. Als er iemand op Facebook een grapje denkt te kunnen maken over mijn neusgaten of ooglapje, dan grijns ik terug vanachter mijn monitor met mijn beste Jack Nicholson. En laat ik het van me afglijden. Maar vergeten, dat doe ik nooit.

Quasimodo
De angry young man-kiek is gemaakt rond 1982