titels blogs

Rebirthing

Met een bandje

Vandaag is het weer zo ver. De dag die je wist dat je zou overslaan. Deels uit valse bescheidenheid, deels uit oprechte angst dat er geen hond zal reageren. Of nog erger: dat ik opgescheept raak met een gezelschap vol pijnlijke stiltes. Een onzekerheid waar ik eigenlijk veel te oud voor ben. Toch is mijn behoefte aan een plekje achter de coulissen er alleen maar sterker op geworden. Vreemde neiging voor een schrijver zonder gêne.

Hoe dan ook, hier op Internet, verstopt tussen miljoenen andere jarigen, durf ik wel even stil te staan bij die ene dag, 55 jaar geleden inmiddels. Al was het alleen maar om te melden ik nog steeds leef. En dat ik over een krant plus geluidsopname beschik om aan te tonen dat ik ooit geboren ben.

De dag na mijn geboorte kocht mijn vader de Nieuw Rotterdamse Courant. Voor de geboorteadvertentie. Mijn bevalling moet wereldnieuws zijn geweest, niet alleen vanwege mijn charismatische persoonlijkheid, maar ook omdat er die dag geen zak gebeurde. Castro werd premier van Cuba, Indonesië nationaliseerde Nederlandse bedrijven en econoom John Foster Dulles was aan een hernia geopereerd (hij maakt ‘t goed). Enige schokkende is een advertentie voor een – I kid you not – huwelijksschool. ‘Als u eens wist, hoeveel jonge mensen trouwen zonder te beseffen wat het huwelijk meebrengt! En hoeveel jonge huwelijken daardoor stranden!’ Hebben mijn ouders vast overheen gelezen.

De krant is stoffig en donkergeel en broos. Veel letters, nauwelijks foto’s. Lijkt wel afkomstig uit de 19e eeuw. Als ik er doorheen blader bekruipt me het gevoel dat ik een spook geworden ben, meer bezig met schrijven dan met leven, voor eeuwig dolend in denial.

Gelukkig is er het cassettebandje nog. Een kopie van een bandrecorderopname van een geboorte in ons ouderlijk huis. De vraag is of het de mijne is of die van mijn zusje. Bizar is het in ieder geval, zo’n tape aan te treffen in een nalatenschap, zelfs als die van een krankzinnige is (op ‘record’ drukken tijdens het baren was zelfs voor míjn moeder radicaal). Rest de vraag of ik mijn geblèr zal herkennen.

De tape begint als de weeën het hevigst zijn. Mijn moeder kreunt en steunt, puft en zucht. Op de achtergrond klinken huiskamergeluiden en geanimeerde conversaties, alsof het pakjesavond betreft. Na een kwartier is het zo ver. Even schreeuwt mijn moeder het uit, dan klinkt er geblèr. Oorverdovend, met boze uithalen, precies zoals ik geblèrd zou hebben. ‘Het is een meisje!’ hoor ik mijn vader uitroepen.

Maakt niet uit. Mijn zusje blèrt minstens zo hard als ik gewild zou hebben. Nog voordat ze uitgebruld is wordt ze door mijn vader aan een inspectie onderworpen. ‘Geen bovenlip! Net als haar vader!’ grapt ie. Toch is het niet zozeer de geboorte die me roert. Het zijn de stemmen van mijn ouders. Nog zo jong, zo solidair, zo enthousiast. Mijn vader die zelfverzekerd de telefoon opneemt met zijn donderende stem; mijn moeder, gezond van geest, die haar geluk uitspreekt over de pasgeborene (“Ik ben zóóó trots!”). Wat me het meest treft is hun warmte. Naar elkaar, naar de kinderen. ‘Knorretje,’ zegt mijn moeder liefkozend tegen mijn babyzusje. Even bid ik dat dit gezin zo blijft zoals op het bandje klinkt, ergens in een parallel universum, onaangetast door het lot. Soms is denial de enige gepaste reactie.

“RRRREINNNN!!” hoor ik mijn moeder opeens schreeuwen tegen mijn peuterversie. Als getroffen door 220 veer ik op in 2014. Die stem, dat timbre van een opstartende kettingzaag! Ik huiver. Zucht eens diep. Dat ik dat mens overleefd heb. Dat ik mezelf overleefd heb. 55 bizarre jaren, vol triomfantelijke mislukking. Te idioot voor woorden.

Soit. Tijd om verder te typen. Leven doe ik in een volgende incarnatie wel. Dan wordt iedere dag een verjaardag! Right

Rebirthing
Mijn moeder met baby in d’r buik en mijn vader met babyvet in z’n pens

Geboortekaartje Foto
Mijn geboortekaartje, (uiteraard) van de hand van mijn moeder