Coef artikelen

Coef

De geluksvogel

En de schouderklopjes

Niet iedereen is zo’n intieme blik gegund in de opbloeiende liefde tussen zijn ouders. Voor het boek over mijn moeder, dat momenteel op de slachtbank van de uitgever ligt, heb ik hun complete correspondentie mogen lezen. Tweehonderdenvijftig epistels telt die. Aangezien de geliefden elkaar alleen in het weekend konden zien (zij woonde in Leiden, hij in Rotterdam), trokken ze in hun brieven alles uit de kast om elkaar het hof te maken. Grapjes, tekeningetjes, geoliede volzinnen en absurde grollen wisselen elkaar in hoog tempo af. Een hunkering die naadloos aansloot bij de wederopbouw van de jaren vijftig.

De briefwisseling las voor mij als je reinste science-fiction. Het was even bizar als magisch om hen van zo nabij te kunnen observeren vlak voordat-ze-mijn-ouders-werden; om hen opnieuw te leren kennen zoals zij elkaar ontdekt hebben, zo vol liefde. Dagenlang zat ik met mijn neus op het venster van de tijdmachine gedrukt.

Misschien werd ik nog het meest geroerd door een fragment dat mijn vader heeft geschreven toen ze elkaar nét hadden leren kennen. Fietsend met vlinders in de buik door de avondschemer van het Rotterdamse havenpark had hij gezien hoe ‘tweeëndertig miljoen spreeuwen’ zich allemaal in één boom persten (‘een enorm gedrang, de takken bogen door!’), om daar op te scheppen over hun avonturen in het zuiden (‘een lawaai alsof je een Russische stoorzender voluit zet’) en vooral alles onder te schijten: ‘Ik dacht, als er nu maar ééntje op mij schijt… vogelpoep brengt immers geluk. Maar niks hoor.’ Tot hij in het neonverlichte fietstunnelgebouw aankwam, waar hij zag dat zijn beige regenjas helemaal ónder zat – vooral bij zijn hart. ‘Mieters hè!’

Een paar dagen nadat ik de passage gelezen had en over de kade liep te piekeren of ik hun nagedachtenis geen geweld aandeed met zo’n open boek, werd ik verrast door het schouwspel op bijgevoegd filmpje. Helemaal onder gescheten ben ik. Het voelde als duizend schouderklopjes, als een signaal van mijn ouders dat het goed was, dat het boek me zou bevrijden van het Vroeger dat zich zo in mij vastgebeten heeft. Of was ik tóch beland in een remake van The Birds?