Columns over tijdschriften 1997-1998

Gabbers met lang haar

Popmagazine Hit is lijfblad voor bejaarde tieners

Hij droeg een Boa constrictor om z'n nek, een parachutegordel om z'n kruis en had zijn ogen vol mascara. Zingen kon hij niet, maar hij beet kippen de strot af en zoop bier als een Viking. Alice Cooper, zoon van een predikant, was HET podiumbeest van de jaren zeventig. En mijn eerste popidool.

Dat had ik hard nodig want de popmuziek zat toendertijd vol discojongens en symfonische rockers, watjes waar ik als puber niets mee kon. Maar hoe zit het in de nineties? Hebben pubers in deze slappe house-tijden nog wel wat een rockheld? Popblaadje Hitkrant doet het ergste vermoeden.

Wat een verschrikkelijk druk blaadje. Jongeren kunnen dan tegenwoordig wel steeds meer informatie verwerken, de vormgeving van Hitkrant zit tegen het epileptische aan. Ze hebben alle media door elkaar geklutst: pop, mode, soap, film en zelfs Olympisch schaatsen.

Wel heel erg uit de koers is het verhaal van Filipijns meisje Virginia in de rubriek Mijn Drama. Virginia werd als kind door een foute dokter mismaakt en het resultaat kun je in close-up bewonderen: een weggerotte neus en enorm gezwel op het voorhoofd. Hitkrant: 'Heb jij ook iets dramatisch meegemaakt? Schrijf dan...' Duizenden Clearasilgebruikertjes zullen in Virginia hun leed herkennen.

Olympisch goud en drama uit Verweggistan zijn ongetwijfeld vormend voor jongeren, maar een popblaadje lees je voor verhalen over cokeverslaving, orgiën en stage diving. Hitkrant voert ons liever slappe hap over nep soulbandjes als Close II You en Harmonie.

Soms wordt hoop gewekt met een kop als 'Breken de Party Animals eindelijk internationaal door?' Deze Feest Beesten blijken echter geen podiumbeesten maar ex-gabbers die soft zijn gegaan en hun haar hebben laten groeien. Op de foto staan vier pizzabezorgertjes gekke bekken te trekken. 'Als ik een podium op stap, gaat er een knop om en ben ik een wild beest', beweert Party Animal Rob met een smoel alsof hij zijn onderbroeken nog door moeders laat wassen.

En wat te denken van Richie, gitarist van Bon Jovi. Met lange haren, stoppels en pre-blow job-blik staart hij ons aan als een echte groupiegrijper. Hitkrant laat hem opscheppen over zijn reputatie als vrouwenversierder ('Ik heb genoten met al die vrouwen!'), maar zijn bravoure dient slechts ter contrast van zijn Nieuwe Leven. Want Richie is inmiddels overtuigd huishuisman. 'Thuis is overal waar m'n vrouw is. Sinds ik haar ken heb ik nooit meer naar andere vrouwen gekeken.'

Gabbers die hun haar laten groeien, hardrockers die trouwen, wat moet er van onze jeugd terechtkomen met dit soort idolen!? En het ergste heb ik nog verzwegen. Er staat wel degelijk een podiumbeest in Hitkrant: Barry Hay. Inderdaad, die van de Golden Earring. Ooit populair, in de seventies!

Barry, inmiddels vijftig winters oud, is de VUT niet in te krijgen. 'Mijn leven is nog steeds te wild voor de norm. Wild voor mij is dat ik niet voor zessen mijn nest inkruip en er niet voor twee uur uitkom. Te keer gaan, elke dag bezopen, alles aangrijpen om feest te vieren.' Goddank dat Alice Cooper geheelonthouder en vegetariër is geworden.

Moordenaar op vier benen

Paardenmagazine Hoefslag is into brandmerken

Vroeger had ik weinig op met paarden. Ik vond het maar stom dat ze zich zomaar lieten berijden en bovendien smaakte hun biefstuk zuur. Pas toen ik les kreeg op een sjabbie manege met boerenknollen besefte ik dat er met deze dieren niet te sollen viel.

Ik herinner me nog goed hoe mijn zusje, die vlak achter me reed, tijdens de galop langzaam over de nek van het dier rolde en krijsend in de brandnetels geworpen werd. Achter al die gedresseerde edelheid schuilt een moordenaar! Maar dit gaat volledig voorbij aan de lezers van paardenweekblad Hoefslag.

Hoefslag is het officieel orgaan van niet minder dan 9 stichtingen. Bovendien zijn er twee andere bladen in opgenomen: Cap (een kakblad voor concours hippique-trutten) en Paarden (klinkt als een inkleurflyer voor manegemeiden). Zo'n samenraapsel geeft nogal wat contrasten. Op de middenpagina bijvoorbeeld staat een levensgrote kleurenfoto van een paardendijbeen, compleet met spataderen en brandmerk. Moet esthetisch lijken maar riekt veel harder naar hippische onanie (volgende week bungelt er een stevige paardenplasser binnen kader).

Enkele pagina's verderop echter wordt de kleuter in ons tegemoet gehinnikt door pony Lucky. 'Lucky is slechts drie turven hoog maar zijn daden zijn groot' staat er gezellig bij. Wat die daden zijn blijft onduidelijk, maar een taaie rakker is Lucky zeker want hij is aan een oog blind 'door een ongeluk in zijn box' en sjouwt niettemin al twintig jaar klierende kleuters rond in de manege.

Weer uit een ander universum komt de cover. Hierop prijkt een amazone die, zo lijkt het, haar hand polsdiep in de mond van haar paard heeft gestoken. Zou ze het paard op haar vingers laten kauwen om het te kalmeren tijdens de fotosessie? Of propt ze anabole steroïden in zijn keel?

En wat te denken van een strip voor volwassenen over paard Silver. Silver gaat in de wei een dialoog aan met drie honden over dierenepidemieën. Volgens de hondjes is varkenspest bedacht door slechte mensen. Silver weet beter: 'Nee jongens, ik denk dat jullie het verkeerd hebben. Ik zie het als een les van moeder natuur. De mens heeft dieren te lang onnatuurlijk uitgebuit, hij ziet geen medeschepselen, alleen maar vlees.'

Porno, brandmerken, steroïden en politiek correcte hypocrisie. Hoefslag solt wat af met de edele viervoeter. En zelfs eigenwaarde is het paard niet gegund. In een advertentie wordt met paardenhairextensions geleurd, waarmee je de staart van je paard langer en voller kunt maken. 'Van echt paardenhaar, niet van echt te onderscheiden. Verkrijgbaar in verschillende kleuren, vanaf f250.' Op de foto's zien we in de 'voor'-fase een kaalgerukt pluimpje, in het 'na'-stadium kwispelt hij met een coupe à la Katja Schuurmans.

Maar eens zal het de Hoefslagers bezuren. Want de moordenaar in het paard hebben ze nog steeds niet ontdekt. En dat terwijl de Hersenstichting Nederland een advertentie heeft geplaatst om geld in te zamelen voor slachtoffers van hersenletsel: 'Je hersenen - dat ben je zelf! Maar... als je opeens jezelf niet meer bent?' Misschien moeten de Hoefslagers maar eens met mijn zusje gaan praten. Die is na die brandnetels nooit meer dezelfde geworden.

Theezetcursus voor seniele vijftigers

Ouderenmagazine Plus exploiteert lobotomie

Vroeger leek het me geinig om mijn pasfoto boven mijn column te hebben. Zoéén met pijp-in-de-mond, opgetrokken wenkbrauw en 'interessante vraag die u daar stelt' blik. Maar naarmate de jaren verstrijken word ik steeds blijer met de anonimiteit. Want ik begin een ouwe lul te worden. Een gefrustreerde ouwe lul: ik krijg inhammen in mijn commandocoupe en roofbouwwallen onder mijn ogen, en ik ben nog steeds niet getrouwd met een hitsige Spaanse danseres.

Als het zo doorgaat ben ik over tien jaar een zure bejaarde die de zusters van het tehuis voor hoer uitscheidt en expres in zijn broek piest als hij te weinig toetje krijgt. Het enige wat me dan nog bezighoudt is hoe ik mijn familie kan onterven en mijn kamergenoot kan vergiftigen. Een ding is zeker: seniorenblad Plus hoef ik niet te lezen.

Op de cover prijkt de grijns van Jeroen Krabbé. Jeroen Krabbé?! Is die bejaard tegenwoordig? Nou nee. Plus mag flirten met de + van 65, het noemt zichzelf 'een maandblad voor de actieve 5O-plusser'. Voor would be bejaarden dus.

Nu zou je denken dat 50-plussers willen lezen over andere 50-plussers, Plus ziet dat anders. In de rubriek 'Lief en leed' laat het tijdschrift vaklui babbelen over hun métier. Maar tandarts Harry, gepromoveerd op amalgaam ('De patiënt is veel mondiger geworden') is pas 46 lentes, terwijl collega Veronique ('Mijn eerste gaatje boren vond ik heel spannend') de 25 nog niet gepasseerd is. Deze snotneuzen horen helemaal niet in een actief ouwelullenblad!

Actief of niet, Plus denkt dat 50-plussers vooral verschrikkelijk saai zijn. En dat ze van saaie culturele dingen houden, liefst oude saaie culturele dingen. Daarom gedetailleerde reisreportages over Scandinavische musea ('Je blijft je verwonderen in Stockholm!') en de Via Roma ('Velen putten hun kennis van de Romeinen uit Asterix'), zo saai dat Ontdek je Plekje er een woeste survival bij lijkt.

Voor actieve vijftigers die 't liefst op hun gat zitten heeft Plus een vier pagina's lange culinaire rubriek ingeruimd met alle ins en outs van theedrinken, compleet met regels. Vooral nummer drie is leerzaam: 'Schenk kokend water in een pot en laat de thee 3-5 minuten trekken op een theelichtje of onder een theemuts.' Pure horror.

Enige lichtpuntje van Plus zijn de reclames. De adverteerders azen namelijk als gieren op het geestelijk en lichamelijk verval van de lezers. Svensson, volgens zichzelf 'het gezondste postorderbedrijf in Europa', lokt ze met een geheugenpil oftewel aspirientje ('Waar heb ik mijn sleutels gelegd?') en een infrarode pijnverzachter oftewel douchekop ('Wetenschappelijk bewezen!').

Het zijn aanwijzingen dat Plus ooit als hardcore bejaardenblad begonnen is. Toen het blad merkte dat het gros van de abonnees overleed vóór het overmaken van de acceptgiro, is de leeftijdsgrens ijlings teruggeschroefd naar 50 jaar. In de roes van deze geniale verkoopstrategie is verzuimd het peil aan te passen.

Plus leest als een 'Senielen Special' van Libelle of de Kampioen. Het enige verschil zijn de foto's: de columnisten worden zo uitgelicht dat ze tien jaar ouder lijken. Dat heb ik niet meer nodig.

Een tekkel in het tapijt

Paramagazine Paravisie lacht om eigen para

Ik schreeuw 't niet graag van de daken maar het is waar: ik ben paranormaal. Als ik aan iemand zit te denken, belt die geheid op. Als Uri Geller lepels op TV buigt, mol ik mijn bestekbak. Een hele verantwoordelijkheid, zo'n gave. Ik ben daarom ooit parapsychologie gaan studeren. Maar dat was niets voor mij.

In plaats van dat we spoken gingen oproepen, moesten we statistieken uitrekenen. Daaruit bleek dat iedereen - en ik in het bijzonder - ontzettend normaal was. Maar ik laat het er niet bij zitten. Ik zal iets paranormaals hebben. Ik ga mezelf ontdekken in Paravisie, Neerlands bovennatuurlijkste magazine.

Twaalfeneenhalf jaar jong is Paravisie. Da's even oud als Michel die in de rubriek 'Jong en paranormaal' geïnterviewd wordt. Michel ziet al vanaf zijn zevende twee mannenspoken die 's avonds bij hem op bed komen zitten. Hij vertelt het liever niet aan klasgenootjes omdat die het toch niet begrijpen (of hem aangeven als incestslachtoffer), en wil later toch 'automonteur worden en rijk zijn'. Heel inspirerend, zulk gedreven talent.

Opvallend aan Paravisie is haar hoge concentratie New Age, type Kruidvatfolder. Schoonheidsspecialist Ellen bijvoorbeeld prakkezeert over het fenomeen voetenbad in 'de Haushka filosofie'. 'Mensen denken veel na', meent ze, 'en een voetenbad brengt de aandacht naar beneden. Dat brengt je lichaam weer in balans.' Heel fijn Ellen, maar niet bijster para.

Patiënt Gabor beweert in 'De boodschap van kanker' dat hij de ziekte heeft gekregen omdat hij dat wilde. 'Ik kan nu eindelijk uiten wie ik in wezen ben', zegt hij opgelucht. Zijn belangrijkste paranormale ontdekking was discotheek IT, die volgens hem 'iets spiritueels' heeft. Coming out als bovennatuurlijke happening.

Met New Age kan ik nog leven, maar humor in een para-blad gaat echt niet. En Paravisie grolt erop los. 'Dinky verschijnt in polen van tapijt!' gaat een Story-achtig stukje over het overleden hondje van echtpaar Bol uit Apeldoorn. Op de foto's zien we koffievlekken in het kamerbreed waar je met een beetje goede wil het gelaat van Jezus in kan ontdekken maar geen ruwharige tekkel. 'Niet weg te stofzuigen!' schatert Paravisie en Dinky draait zich om in zijn hoogpolig graf.

Ook bedenkelijk is 'De aap met de grote voeten', over Bigfoot, een neef van de verschrikkelijke sneeuwman die door de Amerikaanse wouden kuiert. Ongetwijfeld een evolutionair unicum maar net zo weinig para als Hanneke Groenteman. Paravisie probeert het krom te breien met een mystiek verhaal van een dame die beweert een Bigfoot te hebben neergeschoten: 'In plaats van dood te blijven liggen, loste de Bigfoot op in een lichtstraal en verdween.' Straks gaat het monster van Loch Ness lepels buigen om toeristen te lokken.

Ik vertrouw ze voor geen cent, die ParaViezers. Volgens mij zitten ze zich een beroerte te lachen om ons uitverkorenen. 'Welbeschouwd is alles een wonder, het heelal, de aarde, het leven daarop', brabbelt de hoofdredacteur in zijn column. Met deze gedachtengang krijg je zo'n inflatie van het paranormale dat straks iedereen para is. En dan ga ik met statistieken bewijzen hoe normaal ik ben.

Electronisch martelen

Jongerenmagazine Kijk ontdekt sensatie

Mijn ouders zijn lang bang geweest dat het niets met me zou worden. Ik spiekte mijn huiswerk bij elkaar, deserteerde uit de padvinderij en las de hele dag Guust Flater. Pas toen ik geïnteresseerd raakte in dinosauriërs kregen ze hoop. "Er zit een wetenschapper in onze zoon!" kraaiden ze en smeerden me onmiddellijk een abonnement op de Kijk aan.

Op de cover stond een grommende Neanderthaler, dat was cool, maar de inhoud rook naar schoolbanken: futurologische tekeningen à la Hoog Catharijne, een beeldverhaalversie van Hamlet en een dwarsdoorsnede van een dieselmotor.

Wat mijn ouders niet begrepen was dat mijn dinohobby geen ontluikende fascinatie voor wetenschap was maar platte sensatiezucht (ik fantaseerde dagelijks dat een Tyrannosaurus mijn zussen zou opvreten). De Kijk vond ik iets voor droogklootjes die op het schoolplein in elkaar geslagen werden. Anno 1998 zijn die droogklootjes echter sociopaatjes geworden.

'Wordt dit het transportmiddel van de toekomst: een luchtschip dat zo groot is dat het de zon verduistert en bij regenval een hele stad als paraplu dient?' begint een artikel over futuristische reuzenzeppelins. Even lopen de rillingen over mijn rug. Het is precies dezelfde stijl als dertig jaar geleden. Zo oubollig, zo pedagogisch verantwoord. Toch is er iets nieuws aan de hand met de Kijk. Iets onvoorstelbaars: de Kijk heeft sensatie ontdekt. En cynisme.

Het begint met een artikel over brandwerende Formule I-pakken. Paginagrote foto's van coureur Jos Verstappen spartelend in een vuurzee, krijgen koddige bijschriften als 'Eindelijk vuurvast' tot 'Slecht brandende coureurs'. Dan 'Martelen met schone handen', over folterpraktijken met elektronische middelen. Kijk heeft Amnesty Internationals archief geplunderd voor smeuïge foto's van stumpers die bewerkt worden met elektroden, compleet met close-ups van geroosterde voetzolen. 'Voor dit soort wapens heb je geen stopcontact nodig', grapt Kijk. Zelfs Panorama heeft meer scrupules.

Als toetje nog wat sociaal Darwinisme van de koude grond over het nut van rellen. 'We willen niemand opjutten en ook niemand aanzetten tot geweld. Maar het is niet anders: als de computermodellen kloppen, wordt het weer tijd voor een paar stevige rellen.'

Dat de Kijk vergroeid is tot een snuff-magazine kan ik hebben. Sterker nog, als de Kijk in mijn tijd zo fout was geweest had ik me er tot in mijn pubertijd aan vergrepen. Waar ik eng van word is de bèta-geilheid waarmee de achterliggende techniek geanalyseerd wordt. 'Met twee 9-voltsbatterijtjes kun je meer dan 200.000 volt opwekken, genoeg om een boom van een vent een kwartier uit te schakelen.' Kijklezertjes, toch al autistische technofrustraten met aanleg voor sadisme, zullen zich en masse op de postordercatalogussen storten.

Voor mijn koters dus geen abonnement. Rest de vraag of ouders nog wat te vertellen heb. 'ledere maand probeert Kijk te voldoen aan het verwachtingspatroon van de lezers. Staan er voldoende spannende zaken in?' schrijft de hoofdredacteur in zijn openingscolumn. Jonge onderzoekertjes martelen hun ouders net zo lang tot ze een abonnement krijgen. Maar wees gerust: sociopaatjes anno 1998 vinden de Kijk ongetwijfeld net zo saai als ik hem vroeger vond.

De ontmaskering van de LTS-Indiaan

Motormagazine Bigtwin is ode aan smakeloosheid

Terwijl andere pubers Vanessa boven hun bed hadden hangen, pronkte bij mij een poster van de Harley-Davidson Low Rider. Laag zadel, dikke tank, lange voorvork; de Low Rider was het geilste wat ik ooit gezien had.

Maar zoals dat gaat bij volmaakte liefdes, ze was veel te duur. Dus behielp ik me met een roestig Hondaatje dat ik met zelfgeplakt zadeltje en verbogen uitlaten een Easy Riderlook gaf. Ze was afstotelijk, maar ik hield van haar en heb er jaren trots mee rondgereden. Nu, 21 winters na de eerste flirt, kan ik me eindelijk een H D Low Rider veroorloven. Maar onbezorgd genieten doe ik niet: sinds ik motorblad Bigtwin lees heb ik zo mijn twijfels of ik wel biker wil worden.

'Bikermagazine' luidt de ondertitel. Wat bikers zijn? Als Bigtwin-abonnee weet ik daar alles van. De biker is een reactie op de devaluatie van de HD rijder. Kon je vroeger alleen Harley rijden als je ook kon sleutelen, moderne Harley's zijn technisch zo goed dat iedere yup met twee linkerhanden ermee kan patsen.

Dit Rob de Nijs-effect is een doorn in het oog van de gewone jongens die zich nooit zo'n nieuw ding kunnen permitteren. Ze proberen zich zo veel mogelijk af te zetten tegen de rijkeluispikkies; laten een wilde baard staan, houden op met flossen en dragen 's nachts een zonnebril. Ze gaan prat op technische kennis, eigengereidheid en kameraadschap. Bikers zijn moderne Indianen.

Tenminste, zo zien de bikers zichzelf graag. Maar hoe is de Bigtwin-biker in werkelijkheid? Om te beginnen heeft hij de smaak van een dertienjarige hardrocker. De motoren in Bigtwin zijn vakkundig in elkaar geschroefd met zelfgemaakte onderdelen, maar zien eruit als een uitgenieste Meat Loaf lp: tanks met sissende cobra's, koplampen met alien ogen, paardenzadels met ingeklopte vikingkoppen ('zelfs in stationaire toestand ziet de roodoranje machine eruit als een roofdier in aanvalshouding').

Verder is de biker verslaafd aan de tattooshop. Daar laat hij zijn kaalgeschoren rug volkliederen met een collage van Karl May, Easy Rider en Loch Ness zodat hij in de Bigtwinrubriek kan laten zien hoe occultureel hij is.

Echt pijnlijk is de ontmaskering in lifestylerubriek On the road. Op deze foto's van biker-treffens kun je precies zien hoe bikers individualisme en kameraadschap interpreteren: de eigengereide Indianen lopen allemaal in precies dezelfde spijkerbroek / leren vest / leren jack / houthakkershemd-outfit ongein te trappen met bier, opblaaspoppen en blote achterwerken. Padvinders zonder Akela.

Voor mij zijn de enige ware bikers de jongens die de fotorubriek 'Show your bike' vullen. Dit zijn geen blitse choppers, maar low budget Japgedrochten met Quasimodotanks en softenonstuurtjes, te lelijk om pizza mee te bestellen maar druipend van het enthousiasme. Deze jongens missen het technisch inzicht voor een oude Harley en zijn te verlegen voor een motorclub. Individualisten met een hart. Ik ga vandaag nog een poster van mijn oude Hondaatje boven mijn bed hangen.

Amateurpassie voor nonmasturbanten

Erotisch magazine Passie bezorgt je een seks-implosie

Als ervaren masturbant koester ik een diepe angst voor non-masturbanten. Non-masturbanten zijn jaloers op masturbanten en werken allemaal in kiosken. Elke keer als ik met zonnebril en opplakbaard een blootblaadje wil afrekenen in de Bruna brult de caissière door de zaak: "Hé Arie, hoeveel kost het Dikke Memmen Magazine ook al weer?" Deze week had ik eindelijk een professioneel excuus. "De bon erbij graag, 't Is voor mijn werk", zei ik monotoom tegen de caissière toen ik de Passie afrekende. Dat snoerde haar de mond. Maar de vraag is of Passie wel aftrekbaar is.

'Passie'. Dat mogen ze gerust door de kiosk heenblèren. Passie roept beelden op van branding en ondergaande zon, niet van sperma-in-je-haar of fistfucking. Ook de cover doet geloven dat het om meer gaat dan een rukblaadje: een aankondiging van roddels, een horoscoop en daartussen twee borsten geklemd - een kruising tussen de Story, Viva, en Panorama. Prima camouflage.

Binnen tref ik de gebruikelijke reportages van professionele modellen. Zwanette uit Sneek met een bovenwijdte van 79 cm laat alles zien en geeft overal antwoord op. 'Ben je in voor alles?' 'Ja, geen probleem.' Niet bijster overtuigend, wel zoals het hoort. Maar dan. Dan stuit ik op een foto van een blote man. Jawel. Menno (28), gevangenenbewaarder uit Middelburg poseert met een heel erg slappe blote plasser.

Wat moet Menno in mijn Passie? Latente homolusten aanwakkeren? Of is hij een sussertje voor moeder-de-vrouw die, als zij Passie aantreft in mannie's gereedschapskist, minder pissig zal zijn omdat er ook voor haar iets tussen zit? Dat zou ook column 'Teri's Speeltjeshoek' kunnen verklaren, waarin Teri ons haar ervaringen met de Tarzanvibrator toevertrouwt, een rubber cactus zonder naalden.

Menno en Teri blijken slechts het topje van de ijsberg. Passie is volgestouwd met verslappende bijdragen van lezers. Niet minder dan zes pagina's worden ingeruimd voor ingezonden foto's van amateurmodellen, oftewel uitgezakte buurvrouwen en uitgemergelde tieners, in standjes die aan rectaal onderzoek doen denken in plaats van amore op Ibiza ('Vlak nadat mijn vriend deze foto had gemaakt, stortte hij zich bovenop me!'). Voeg hierbij een problemenrubriek ('Ik word opgewonden van vrouwenvoeten') en een ingezonden verhalenrubriek ('Met blote handen wreef ik het schuim door hun poesjes') en je laatste spermatozoom is drooggevroren.

Maar de munt viel bij mij pas echt toen ik het interview las met het 'paartje van de maand' Rémon en Pascale. 'Hoe denken jullie over zelfbevrediging?' vraagt Passie. 'Als mijn seksrelatie met Rémon zo blijft als nu heb ik daar geen behoefte aan', antwoordt Pascale. Geen behoefte aan. Da's duidelijk. Passie is helemaal geen gecamoufleerd rukblaadje, maar een lijfblad voor non-masturbanten, gecamoufleerd als gecamoufleerd rukblaadje.

Het godscomplex van de treinmannetjes

Modelspoorbaanmagazine Miniatuurbanen ontspoort

Iedere gezonde mannetjespuber komt er op een gegeven moment achter dat hobby's iets seksueels moeten hebben. Een hobby is pas 'cool' als je er indruk mee kunt maken op het andere geslacht. Brommers zijn goed, hengelen is fout; gitaar spelen is goed, computerspelletjes zijn fout. Een enkele puber komt hier nooit achter, ook niet als hij de vijftig gepasseerd is. Maar voelt dan wel nattigheid. De ergsten spelen nog met treintjes en lezen Miniatuurbanen.

Saaie vormgeving, saaie zwartwitfoto's, saai lettertype; Miniatuurbanen ziet eruit als een orgaan van de modelspoorbouw detailhandel. Ze noemt zich ook 'Vaktijdschrift voor de modelspoorhobby' - liever het stigma van saaie zakelijkheid dan van infantiel plezier.

Heel sluw heeft ze een rubriek speciaal 'voor de jeugdige modelbouwers' ingericht, zogenaamd om pubers te leren hoe je een baantje opzet, maar eigenlijk om te benadrukken hoe volwassen de rest van het magazine is. In een interview drukt een treintjeswinkelier de lezer op het hart om het vooral nooit over 'treintjes' te hebben: 'Het zijn modeltreinen. Je hoort een munten- of postzegelverzamelaar toch ook niet zeggen dat hij muntjes of postzegeltjes verzamelt?’

Nou moet gezegd worden dat de modelspoorbouw vol hogere electronica zit. Computers die spoorbanen ontwerpen, kreten als 'instelbare massatraagheid simulatie' en 'digital-plus decoders', da's geen speelgoed, toch? De treintjesfreak van Miniaruurbanen ziet zichzelf dan ook graag als een high-tech micro-architect met een flair voor geologie. Hij wil niet met treintjes spelen, hij wil het universum van de spoorwegen natuurgetrouw op schaal brengen.

Zijn grote probleem is om de buitenwereld uit te leggen WAAROM hij dit allemaal doet. Waarom duizenden guldens en duizenden uren aan een modelspoorbaan wegspoelen? Omdat hij niets anders te doen heeft?

De treintjesfreak heeft in ieder geval de neiging om zijn afwijking zo veel mogelijk voor de botte buitenwereld verborgen te houden en alleen met soortgenoten te delen. In Miniatuurbanen een railplan 'voor het op-een-na kleinste kamertje' waar de baan achter het wasrek gecamoufleerd kan worden.

Verder een huiveringwekkend lange agenda met dia- en videoavonden, een artikel over een reuzenmodelspoorbaan in Krimpen waar de freaks zelf machinistje kunnen spelen, en een lijst van speciaalzaken waar je op een persoonlijke behandeling kunt rekenen (winkelier: 'Ik ken alle klanten bij naam').

De geheimzinnigheid van Miniatuurbanen heeft een bijna perverse ondertoon, maar juist het gebrek aan seksualiteit heeft haar lezers tot de treintjes gedreven. Treintjesmannen hebben eerder last van een godscomplex. Ze willen de wereld verkleinen om zichzelf groter te maken. En dan deze wereld afstraffen met vreselijke ongelukken. De fabrikant speelt hier gretig op in.

Märklin, het beroemdste treintjesmerk, heeft een speciale loc op de markt gebracht met ingebouwde videocamera. Om alle schade zo realistisch mogelijk in beeld te brengen. Op de advertentie zie je een volwassen vent zijn videoloc met een noodgang op de huiskat afsturen, terwijl zijn vrouw op de achtergrond toekijkt met een blik van 'Mijn God, is dit de man waar ik ooit seks mee heb gehad!?...'

Dan liever de lucht in

Uitvaartmagazine Doodgewoon wil speciaal zijn

Als het me niet lukt om nog tijdens dit aardse bestaan beroemd te worden - en daar lijkt het verdacht veel op - wil ik met mijn begrafenis een onuitwisbare indruk maken. Geen getrut met beschilderde kisten, maar lekker banaal. Mijn lijk moet midje zomer ongebalsemd opgebaard worden en dan zonder kist gecremeerd, waarbij de baklucht de receptieruimte ingewapperd wordt.

Daarna krijgen de gasten een borrel met hamburger en moeten ze mijn videotestament zien, waarin ik hen onverbloemd vertel wat ze voor me betekend hebben en wat ze erven ("Niets krijgen jullie van mij, vuile huichelaars! Ik heb alles overgemaakt aan Children of Christ!"). Pervers? Wel, volgens Doodgewoon, het lijfblad van de dood, zijn we hard op weg de laatste taboes rond de dood te doorbreken.

Doodgewoon. Wat zal de redactie lang over die naam gebrainstormd hebben. Doodleuk, Doodziek, Doodsaai, Doodordinair... zoveel keuze. Nog lastiger moeten ze het hebben met hun lezers, want wie neemt er nou in godsnaam een abonnement op een blad over de dood? Hoogbejaarden die zich willen oriënteren op gene zijde? Frontsoldaten die de Playboy beu zijn? Families met hoog zelfmoordgehalte?

Veel vertrouwen in de duurzaamheid van hun abonnees heeft Doodgewoon niet, want de opzegtermijn is maar liefst twee maanden. Doodgewoon is afgedrukt in stemmig en goedkoop zwart-wit. Maar vergis je niet, het blad wil zich verre houden van de stoffige, onderdanige uitvaartbranche. Een cultuurmagazine, dat is het! Dus toch saai? Bwoah. Obligate stukjes over sterfbedden van schrijvers, over doodgaan in Suriname, doodgaan in een onverstaanbaar Frans toneelstuk en PTT's abstracte rouwzegels; onderwerpen waar een cultuurblad aan onderdoor gaat.

Gelukkig is er ook ruimte voor lulkoek. Smullen is het interview met ene Hans Plomp, een mislukt schrijver die zichzelf 'ontdekkingsreiziger van de geest' noemt. 'Mijn sterfbedden waren geen lolletje' luidt de intrigerende kop. Hans heeft, zoals we al vermoedden, in een psychose gezeten ('Ik wist niet meer dat ik Hans Plomp heette') en incarneert nu om de haverklap in mensen die net bezig zijn te sterven. Heel vermoeiend, zeker als je er een diep boek over geschreven hebt dat door de recensenten is afgekraakt. Allemaal taboes, Hans.

Gelukkig is Doodgewoon er om die taboes te doorbreken. Columnist Doodgraver grapt dat de hemel sinds sterfjaar 1997 op een high society club begint te lijken. 'Frank Govers en Versace babbelen over de roklengte van Jezus. Moeder Theresa onderhoudt een face to face met haar Hoogste Chef.'

Ruig hoor, maar spannender zijn de ditjes & datjes. Wist je dat er een uitvaartonderneming bestaat die lijkkist-bakfietsen verhuurt? En wat denk je van de Last Rest Rocket, een vuurpijl waarmee je je as de lucht in kunt knallen. Prijs is 2800 piek (incl. vervoer en pyrotechnicus - zonder gekheid). Noot: de vuurpijl bestaat uit volledig afbreekbaar materiaal. Niet duidelijk is wat ze doen met blindgangers of een onverwacht gillende keukenmeid-effect. Wel geeft het inspiratie voor mijn eigen uitvaart: een Scudraket met compleet Rein-lijk. Niet afbreekbaar.

Na iedere hap een peuk

Culinair magazine Tip dealt in speculaaskruiden

Niks stalletje, niks drie wijzen, niks vallende ster. Kerstmis betekent vreten. En van vreten moet je houden. Bij ons thuis was eten pure horror. Mijn moeder had de schurft aan koken en rukte iedere avond een pak instantpuree uit de kast, mengde dat met gekookt half-om-half-gehakt, prakte er diepvrieserwten doorheen en doopte de klonten in moddervette jus.

Toegegeven: het menu sloot naadloos aan op de sfeer; de televisie stond altijd te loeien zodat niemand met elkaar hoefde te praten en mijn vader stak na iedere hap een peuk op. Geen kerstkalkoen bij ons thuis. Maar inmiddels ben ik de trauma's voorbij. Sterker nog, deze Kerst ga ik smikkelen en smullen. Met recepten uit culinair magazine Tip.

Jezus, wat een druk blad is Tip. En wat een plastische foto's. Overal glanzende stukken vlees, opengereten groenten. Een kruising tussen een Edah reclamefolder en CNN-beelden van een gecrashte 747. Ik krijg er gelijk trek van.

Nou dacht ik dat recepten geschreven werden voor mensen die urenlang willen sloven, maar Tip Culinair gaat juist prat op haar snelheid. 'Het kan! In 60 minuten een feestelijk driegangen kerstdiner!' Heel fijn, maar wat ze ons er niet bij vertelt is dat je dagenlang de supermarkten moeten afstruinen om die idiote ingrediënten te vinden. Ooit een vakkenvuller in AH gevraagd om pecannotenijs, dijonmosterd of mozzarellakaas? Say what?

Alles wordt 'feestelijk' genoemd in Tip. 'Feestelijke groen-recepten', 'feestelijk voorgerecht'. Totaal 43 feestelijkheden. Blijkbaar zijn ze als de dood dat we hun exquise gerechten onderuit gezakt op de bank wegschrokken. Culinaire barbaren wordt dan ook met klem aangeraden de instructievideo te bestellen met 'originele tips om tafel en huis te versieren'.

Zoals verwacht verklapt Tip enkele zeer geheime recepten, die ongetwijfeld generaties lang door Klazina Neuzinga te Drachten in haar onderbroek zijn bewaard. Maar Tip is meer dan mooie woorden: er is een zakje met bruin spul bijgesloten. Eerst dacht ik dat je het kon oproken of opsnuiven, maar het is speculaaskruid. Gratis voor niets. De speculaas zelf echter ontbreekt - de Tiplezer wordt geacht die erbij te fantaseren. Probleem is dat het kruidenzakje zo ontzettend naar speculaas stinkt, dat het hele blad een Sinterklaasgeur krijgt en alle lust in de gerechten ontneemt. Heel slim, mevrouw Tip.

Tip Culinair is een impulsblad dat shoppers-met-lekkere-trek in een opwelling kopen. Als je één keer de zwartgeblakerde klonten uit je pan hebt geschraapt en je oven hebt geblust, neem je voortaan weer gewoon de Aktueel. Tip probeert de kritiek voor te zijn met de verzekering dat 'alle recepten getest zijn door culinaire specialisten'. GETEST!? Wat bedoelen ze daarmee? Hebben ze er alleen maar in geprikt, of hebben ze het ook echt doorgeslikt?

De adverteerders gaan er in ieder geval vanuit dat de krabkoekjes-met-oriëntaalse-saus in de biobak belanden, want ze hebben het lef om in dit culinaire topblad te leuren met Iglo vis, Hollandsche kaas ('De lekkere trek van de hele familie') en zelfs Marsrepen. Ik denk dat ik mijn lekkere trek dit jaar stil met een boterham met speculaaskuiden. En dan lekker hard de TV aan. Da's pas feestelijk.

De mannen hebben het gedaan

Feministisch magazine Opzij cultiveert slachtofferrol

Als ik als vrouw was geboren, was ik nu een brullende feministe geweest. Waarom? Omdat ik het zalig vind om anderen de schuld te geven. Als ik misselijk word van mijn tweede bak tjap tjoy heeft de Chinees er bedorven duivenvet doorheen geprakt, als ik in T-shirt op de motor kouvat heeft de weerman me belazerd. Altijd de Anderen.

Ik geneer me dood voor deze karaktertrek, maar een echte feministe gaat er juist prat op: als zij een aanrijding krijgt of malaria oploopt of niet klaarkomt of haar portemonnee kwijt is, schreeuwt ze van de daken dat de Mannen het hebben gedaan. Geweldig, zo'n ongeremde verwijtdrang. Daarom lees ik graag Opzij.

Gelijk de beuk erin: een vijf pagina's lang vrouwen-hebben-meer-gevoel-dan-mannen-artikel. Over egodocumenten. 'Waarom lees je nooit een boek van een man over zijn prostaatkanker?' stelt Opzij verontwaardigd. Terecht. Het zijn uitsluitend vrouwen die de boekenmarkt overspoelen met dagboekbrabbels over depressie, scheiding, meervoudige persoonlijkheid en andere talkshowonderwerpen. 'Mannen vinden het bedreigend om over ziekten te schrijven die iedereen kunnen treffen', aldus een uitgever.

En waarom krijgen de dappere ontboezemingen van de dames nooit de status van literatuur? Omdat diezelfde bange mannen het voor het zeggen hebben in de uitgeverswereld en beslissen wat literatuur is. Jammer, want het genre levert fraaie titels op ('Ik hou van mij', 'Het lichaam liegt nooit') en fascinerende auteurs ('Ze zullen nu eindelijk weten dat ik er ook ben!').

Vrouwenbodybuilding. In Opzij? Jawel. Bodybuilding bij mannen is macho en dus fout en belachelijk, maar bij vrouwen is het heel prima. Vrouwen trainen namelijk niet om mannen op te geilen maar puur voor zichzelf. Bodybuildster Monique Broers: 'Mannen roepen geregeld naar me: dit hoeft van mij niet. Dan hebben ze zelf vaak bierbuiken. Vrouwen zeggen: wat dat je er zo uitziet.'

Vrouwenbodybuilding is heel feministisch dus eigenlijk. Dat de broodmagere wedstrijddames siliconentieten laten implanteren is de schuld van de mannen die het wedstrijdcircuit domineren - zij vinden immers dat de dames er 'vrouwelijk' uit moeten blijven zien.

Het liefst werpt Opzij zich op als een egodocument van een Bekende Nederlandse. Er is er altijd wel eentje die wil opbraken hoe zwaar ze het heeft gehad in deze mannenwereld. VPRO-programmamaakster Germaine Groenier vertelt over haar gemene stiefvader ('Hij noemde mij een sloerie!'), hoe ze tegen hem rebelleerde terwijl haar broertje zich aanpaste/depressief zelfmoord pleegde.

Wat zou Opzij graag willen dat haar lezerskring uit dit soort wilskrachtige, zelfbewuste, gerijpte vrouwen bestond. Helaas. De advertenties - een genadeloze indicator - vertellen een ander verhaal: een hydraterende crème, een middeltje tegen haaruitval, een anti-fobiecursus, een reïncarnatietherapie, een Miele stofzuiger met extra zuigkracht...

De gemiddelde lezer van Opzij is een uitgedroogde kale huisvrouw met pleinvrees die fantaseert dat ze in haar vorige leven Ivan de Verschrikkelijke was. Maar misschien ben ik gewoon jaloers. Misschien wil ik Opzij de schuld te geven dat ik als man geboren ben. Gauw op de motor Chinees halen.

Een diplomatieke bulldozer

Royaltymagazine Vorsten zoomt in op lulkoekdetails

Ieder mens heeft recht op zijn 20 minuten roem. En ieder mens weet dat-ie die nooit zal krijgen. Daarom dromen we stiekem over dat Andere Leven als popartiest, filmster of schrijver. Of dictator. Mij persoonlijk lijkt het fantastisch om als onverlicht despoot opnieuw lijfstraffen in te voeren en mijn portret op iedere straathoek te laten ophangen.

Wat ik niet begrijp is dat er mensen bestaan die vorst zouden willen zijn. Vorsten zijn saai. Vorsten rijden in koetsjes en geven handjes, vorsten neuken nooit en hebben geen mening. Vorsten zitten vastgesnoerd in een prehistorische etiquette. Of is er hoop? Lees Vorsten.

Vorsten zit in zo'n plastic verpakking die je bij seksblaadjes verwacht. Zou de uitgever bang zijn dat we het in de kiosk doorbladeren op zoek naar sexy foto's van prinses Christina? Feit is dat zo'n plastiekje nieuwsgierig maakt. Dat geldt ook voor de afwezigheid van advertenties. Het is een raadsel hoe deze full color glossy gefinancierd wordt. Ik vermoed dat er een fout BV-tje van Bernhard achter zit en dat de hoofdredactrice door de BVD geronseld wordt.

Want deze Mirjam Spiering, onlangs te gast in een ontbijtshow, is een koud kreng dat naar Oranjebloed hunkert. Als een barracuda waakt ze over de koninklijke etiquette en de 'juiste toon' van haar blad. In haar Vorsten geen interviews met bastaardkinderen van Bernhard. Spiering grossiert in kille sprookjes.

Of beter gezegd, in vacuümschrijven. 'Beatrix brengt lente in Salland en Twente', een verslag van een koninklijk bezoek, is tot aan de nok toe gevuld met lulkoekdetails over historische weefgetouwen, klederdrachtpoppen, het koninklijk menu (kunnen Vorstenlezers thuis nabakken: schapevoet-champignons met speltgraansalade), Beatrix' hoed, jurk, schoenen, sjaal, kousen en wie Beatrix een handje gaf en wie een complimentje. Adembenemend.

Beatrix mag dan een dankbaar onderwerp zijn voor Spiering omdat ze zo 'in control' is, steeds lastiger wordt het om nietszeggend over Willem-Alexander te schrijven. 'Willem-Alexander verovert het hart van de Brazilianen' kopt een verslag van zijn eerste buitenlandse reis zonder pap en mam naar Brazilië.

Uit de krant weten we dat hij iedere protocol aan zijn laars lapte en de sloppenwijken indook om de lijmsnuivende jeugd muziekinstrumenten aan te smeren en AIDS-kinderen te knuffelen. Vorsten omschrijft PWA's bulldozerdiplomatie stijfjes als 'De rol van weldoener is de Kroonprins op het lijf geschreven'.

Er zijn enkele geluiden in Vorsten die duiden op echt leven. Een stukje over de lintjesregen wordt cynisch 'Ook last van een jeukend knoopsgat?' getiteld. En bijna spannend is een achtergrondverhaal waarin een kolonel uit de school klapt over een bijna-mislukte plechtigheid in voormalig Joegoslavië (Koningin Juliana moest zonder krans een krans leggen bij monument!). Opmaatjes voor een redactionele revolutie?

Spiering zal het niet meemaken. Ze zal de hand aan haar zelf slaan zodra PWA de troon bestijgt. Want PWA is te Hollandsch is om ooit haar soort vorst te kunnen worden. Zie hem staan op de foto's in Brazilië, in bermuda met grote blonde poten en een veel te gezonde kaaskop: een jongen die de Elfstedentochten rijdt maar de stijl mist voor twintig minuten roem.

De redelijkheid van de wapenliefhebber

Wapenmagazine AK56 schiet alleen als het moet

Er zijn hobby's die je beter kunt onderdrukken. Zo ben ik gek op handvuurwapens. Burgeroorlogrevolvers, Magnum handkanonnen, kleine Beretta's, ik vind ze allemaal even spannend.

Niet dat ik er mensen mee wil neerschieten, ik vind het gewoon een kick om onder mijn colbertje een schouderholster-met-revolver te dragen. Als er dan tijdens een zondagse wandeling een onverlaat mijn richting op mocht niesen en niet onmiddellijk zijn excuses aanbiedt, wapper ik gewoon even de pand van mijn colbertje open. Even laten merken wie er de baas is.

Waarom ik dan geen wapen koop? Omdat ik niet zeker weet of ik me altijd kan beheersen. Stel dat er iemand voorpiept in de rij bij AH... Ik bedoel maar. De vraag is of andere wapenliefhebbers ook over zo'n zelfinzicht beschikken. De lezers van wapenmagazine AK56 bijvoorbeeld.

AK56. Ik heb het blad tweemaal doorgespit maar ik ben er niet achter gekomen wat AK56 betekent. Een Nieuwe Orde-code voor 'Ten strijde, bloedbroeders!?' Mogelijk, maar als AK56 iets wil uitstralen is het degelijkheid en zelfbeheersing: een clubblad voor de rijpere, uitgebalanceerde burger die in het weekeind toevallig liever een mitrailleur leegschiet dan een partijtje sjoelbakt.

Geen Rambo-verhalen, zelfs geen jagersverhaal, wel veel testen. Van geweren, pistolen, munitie, telescoopvizieren. Vaak lekker vlot geschreven met sexy jargon ('magazijnlippen') en heldere illustraties waarmee je zelf een arsenaal in elkaar kunt schroeven. Volgens AK56 is wapensport vooral een technische hobby, zoiets als de VW Kever Club.

Natuurlijk kent AK56 ook haar wrevels. We leven in een maatschappij waar dogmatische anti-wapenactivisten het voor het zeggen hebben, en aan onredelijkheid heeft AK56 een broertje dood. Heel storend vindt ze de onduidelijke Nederlandse wetgeving die het onmogelijk maakt om hier wapens te verzamelen. 'Wie een coffeeshop wil beginnen kan rekenen op alle aandacht van de overheid, maar de wapenliefhebber tast in het duister!' argumenteert AK56 verontwaardigd.

De verslaggever moest helemaal afreizen naar België, waar een verzamelaar zoveel wapentuig in zijn woonkamer heeft gehamsterd dat hij bij zijn eerstvolgende psychose een heel winkelcentrum kan schoonvegen. 'Grenzeloze passie' noemt AK56 het. Moet ook in Nederland kunnen.

Wie niet beter weet proeft tussen de regels door wat bloedlust in AK56. De toon van de wapenrecensies is wel erg verlekkerd ('Bererta Cougar: Vlekvrije Italiaan') en om de effectiviteit van het 'fluisterstille FN P90-geweer' te onderstrepen haalt ze de gijzelingsactie in Lima aan, waarbij veertien terroristen met het wapen werden afgemaakt. Wat een betrouwbaar mechaniek!

Ook breekt ze een lans voor Amerikaanse vrouwen 'die zich niet langer als slachtoffer willen opstellen' en massaal pistolen aanschaffen (zal je daar merken in de rij van AH).

En waarom lopen AK56-verslaggevers in camouflagepakken? En waarom gebruiken ze op de schietbanen menselijke silhouetten in plaats van schietschijven? Ik vermoed dat AK56 't liefst op levende mensen zou willen oefenen. Niet uit bloeddorst, maar gewoon omdat je 'live' toch het best kunt zien hoe de kogelinslag van je testwapen is. Een heel redelijk argument eigenlijk.

Archiefcodes van een plasserloze oom

Stripmagazine Donald Duck zit vol foute pedagogen

Vraag een willekeurige seriemoordenaar of mislukte zelfmoordterrorist of hij vroeger thuis de Donald Duck had, en geheid dat-ie uitsnikt: "Neehee, dat mocht ik niet!" Donald Duck is onmisbaar voor een gezonde geestelijke vorming. Toch is de DD voor volwassenen taboe. Let maar eens op bij de kapper. De Privé vol dooie-Diana-foto's wordt nog wel gepakt, zelfs de Aktueel met een prangende Pamela Anderson-cover, maar de DD wordt gemeden als het Vakblad voor Pedofielen.

Begrijpelijk, want een stripblad over een oom die de hele dag in zijn blote kont rondloopt en samenleeft met drie neefjes in hun blote kont, dat geeft te denken als je wat ouder bent geworden. Ook al zijn ze allemaal plasserloos.

Laat ons nog eenmaal onbevangen door Duckstad slenteren. Zo op het eerste gezicht is er geen steek veranderd. Het lijk van Walt Disney is nu bijna dertig jaar ingevroren maar het allegaartje aan leerlingen en epigonen houdt zijn tekenstijl trouw in stand. (Dat het ook anders kan, weten we van de verminkte Suske & Wiske uit het post-Vandersteen tijdperk.)

Nog steeds heeft Donald last van gemankeerde agressieregulatie, geilt Oom Dagobert op zijn florijnen, aast de Grote Boze Wolf op biologisch geteeld biggenvlees, en zijn de zware jongens op zoek naar een kraak. Het universum van DD zit vol zieke geesten en criminelen - een ideale voedselbodem voor de rijpende kinderziel.

Toch is er iets aan de hand met de DD. Het lijkt wel of de redactie geïnfiltreerd wordt door pedagogen. Neem het verhaal over de broodfabriek. Oom Dagobert heeft een uitvinding van Willie Wortel opgekocht waarmee hij heel goedkoop broodjes kan bakken in zijn fabriek. Heel spannend allemaal, maar als je goed leest, stuit je op een verkapt college Vrije Markt Economie. 'Hiermee word ik marktleider in de deegwaren-industrie!' roept Oom Dagobert uit en hij smijt met termen als 'industriële spionage' en 'vrachtkosten'. Kan echt niet in Duckstad.

Verder vertoont de DD bedenkelijke Kijk-trekjes. De rubriek 'Uit het handboek van de Jonge Woudlopers' bekogelt ons met feitjes over bijzondere vissen ('In de snuit van de Lepelsteur zitten sensoren waarmee hij plankton opspoort'). Veel te leerzaam, en bovendien zijn de vissen realistisch getekend - alsof ze uit een vooroorlogs lagere schoolboek zijn gejat.

Nog alarmerender is een zogenaamd ingezonden brief: 'Beste Donald Duck, waarom staan er bij elk verhaal cijfers?' Antwoord: 'Dat zijn codes waarmee ik mijn avonturen uit elkaar kan houden.' Een DD-lezertje dat geïnteresseerd is in archiefcodes!? Kom nou. Echte DD-lezers willen weten wanneer die rotbiggen eens opgevreten worden.

Ik houd mijn hart vast als deze pedagogisch verantwoorde trend doorgezet wordt. Straks krijgt Donald een penis plus pantalon aangemeten, doneert Dagobert zijn triljoenen aan Amnesty, en start de Boze Wolf een vegetarisch eethuis. Vraag dan over twintig jaar eens aan een willekeurige seriemoordenaar of mislukte zelfmoordterrorist of hij vroeger thuis de Donald Duck had, en geheid dat-ie uitschatert: 'Ja, reken maar!'

Tussen macho en mietje

Mannenmagazine Man speelt Playgirl zonder bloot

'De ideale man is intelligent, ad rem en heeft gevoel voor humor. Hij ziet er goed uit, is minstens 1,80 meter, heeft blauwe pretogen, een brede lach en net een heel klein randje spek rond zijn middel zodat ik mij niet jaloers hoef te voelen.'

Aldus omschrijft Jan Heemskerk, hoofdredacteur van maandblad Man, de ideale man. Laat ik me hier nu als twee druppels in herkennen. Tot en met het vetrandje toe. Zou Man mijn nieuwe lijfblad kunnen worden?

De Man die voor me ligt is een design special. '16 pagina's perfecte pakken.' Zelf zweer ik bij low budget outfits (zwart Waterlooplein-colbertje + zwarte spijkerbroek + zwarte cowboylaarzen, totaal nog geen 400 piek), maar ik kijk met fascinatie naar gangsterpakken waarmee je reclamebureau's kunt veroveren.

Man niet. Man schotelt ons een reportage voor met stretchstof-outfits, die zogenaamd 'het mannelijk lichaam nauwgezet volgen', maar de indruk geven dat de modellen in de gracht zijn gesodemieterd en in een zwaar gekrompen pak bij de politie aangifte komen doen.

Deze undersized ieligheid is nog stoer vergeleken bij de vrijetijdshansopjes in de rest van de design special: blauwe lamswollen trui met bijpassend tasje, wit windjack met capuchon, zelfgebreide coltrui met ski-jack; allemaal geshowd door een blonde knuffelbeer met kostschoolcoupe. Het lijkt wel een catalogus voor hetero's die pas een coming out hebben gehad en zich voorzichtig willen oriënteren op kleding die hun zachte kant beter doet uitkomen.

Auto's dan. Ikzelf ben motorrijder en dus veel stoerder dan iedere koekblikrijder, maar ik kan me voorstellen dat de moderne man een harde krijgt bij een fotoreportage van een Lotus sportmonster. Niks daarvan. De klinkervreter van de maand blijkt een degelijke Peugeot gezinscoupé, die gerecenseerd wordt door een vrouw ('ongehinderd door techno-babbel') en een man zonder rijbewijs ('In mijn verbeelding rijden alleen huisartsen een Peugeot').

Het lijkt wel of Man niet het beest in de man koestert, maar het kind. Waarom anders een Top 4 van computerspelletjes, waaronder het 'Carmageddon, waarbij de speler punten verzamelt door onschuldige voetgangers tot bloederige pulp te rijden'? Zelfs een Webberlezer voelt zich hier te oud voor.

Voor de rest is Man opgevuld met obligate cultuurflarden, zoals een interview met onbekende filmster-in-pak ('Acteurs zijn hoeren'), een foto-impressie van onzitbare design-meubels, en een recensie van het Scapino Ballet dat Underground zangeres Nico nadanst(!).

Ja, ik heb ook gehoord dat de moderne man in een identiteitscrisis verkeert, dat-ie laveert tussen macho en mietje. Maar mannenblad Man zit wel erg te weifelen. Het probeert de Playboy zonder tieten te lijken, voor rijpe mannen zonder fratsen, maar eigenlijk is het een kruising tussen een aangeklede Playgirl en Rails zonder treinen. Soit. Als ik nog eens goed mijn vetranden bekijk zijn die eigenlijk veel te dik om in Heemskerks profiel te passen. Een hele opluchting.

Een stukje oertrut

Meidenmagazine Viva vindt overgewicht ook mooi

Een 'vlotte meiden lekker gek doen waar je zin in hebt' blad. Dat was de Viva pakweg twintig jaar geleden toen mijn zussen hem lazen. Zoals elke Hollandsche jongen had ik een hekel aan mijn zussen, en zeker aan vlotte meiden die lekker gek doen waar ze zin in hebben. Dus dood aan de Viva.

Nou heb ik altijd vriendinnen uitgekozen die zo min mogelijk op mijn zussen leken; geestige, scherpe, intelligente vrouwen. Toch heb ik ze allemaal wel eens met de Viva betrapt. Een desastreus effect op mijn sex-drive had dat - zeg maar de opmaat voor mijn huidige mid-life crisis. Tijd om het monster opnieuw in de ogen te zien.

Quasi hippe modeshows afgewisseld met 'wees trots op je gevoelens' reportages. Da's nog steeds de formule van de Viva. Klinkt integer, in de praktijk betekent dat op de linker pagina uitgehongerde tienermodellen en op de rechter een kruistocht tegen anorexia.

Met koppen als 'Het kan me niet meer schelen wat ik weeg!' worden dikkerds gerehabiliteerd, en in fotorubriek Any Body poseert een vrouw van 91 kilo in naakte glorie. Puur natuur zogenaamd, maar omdat haar hoofd buiten kader valt maakt haar lichaam een extra lompe, anonieme indruk. 'Ik doe niet aan de lijn, omdat ik mezelf accepteer zoals ik ben', beweert ze. 'Lul maar raak bolle', denken de lezers als ze in haar bio'tje bij 'relatie' 'geen' lezen. Mooi dik is ook lelijk.

De Viva wil haar lezers graag wijsmaken dat ze eigengereide, autonome persoonlijkheden zijn. En wat is overtuigender dan kopij van lezers die zich presenteren als eigengereide, autonome persoonlijkheden. 'Openhartige afscheidsbrieven' is de noemer, en jawel hoor: een eigengereide moeder die haar minnaar dumpt ('Je bent ontzettend goed in bed, maar geen man op wie ik kan bouwen') en een autonome dikkerd die haar diëtiste wegbonjourt ('Ik ben tevreden met 72 kilo!'). Een wonder dat ik er nooit een van mijn exen ontvangen heb ('Je bent ontzettend slecht in bed en ik kan niet op je bouwen!').

Eigengereide meiden willen nog wel eens doorglijden naar feminisme. Niet gelijk in de penisnijd van Opzij, maar meer in het 'ik laat me niks zeggen door mannen maar hou van een lekkere macho in bed' feminisme van Lydia Rood. Dus een column in Viva. 'Mannen zijn altijd langer aan het woord dan vrouwen. Dat is onderzocht', begint haar stukje waarin ze het 'ik weet alles beter mannentype' aanpakt. Ik herken mijzelf onmiddellijk en dank god dat ik een macho in bed ben. Verder een collage van hippe vuilnisbakken, opgewarmde gossip ('Wie zag als eerste de billen van Brad Pitt?'), en een eye-opener over vaginisme.

Het is me nog steeds een raadsel waarom mijn 'exen de Viva lazen. De onderwerpen en vooral de toon ('Nou Moe!') veronderstellen een infantiele, bijna pre-menstruele geest. Zou Viva in hen een stukje oertrut gekoesterd hebben? Het stukje dat ze bij mij nooit kwijt konden? Misschien had ik twintig jaar met mijn zussen moeten meelezen. Dan was ik nu een eigengereide, autonome dikke travestiet geworden. Zonder mid-life crisis.

High-tech fishhunters met bloempotcoupes

Hengelsportmagazine Beet kent geen genade

Diep, heel diep verborgen in mij huist een jager. Nou ja, een hengelaar. Ik haal er een kick uit om urenlang naar een wippende dobber te staren, het topje te zien krommen, de prooi te zien spetteren. Toch heb ik al een kwart eeuw geen hengel meer aangeraakt.

Twee redenen. Allereerst merkte ik als puber reeds dat het vissersimago - regenpakken, bivakmutsen, Mobiletjes, en bloempotcoupes - 't slecht doet bij de vrouwen. Ten tweede schuldgevoel. Elke keer als ik mijn slachtoffer panisch van de stress naar adem zag happen met een bloedende mondhoek, wist ik dat ik een zonde beging. Inmiddels leid ik dus een visvriendelijk leven (eet uitsluitend kistkalveren) en als ik mijn jagersinstinct voel knagen koop ik hengelmagazine Beet.

'Beet'. Dat klinkt als een verenigingsblaadje voor contactadverteerders (een seksblaadje had 'Klaar' geheten). Maar vergis je niet. Beet heeft twintig jaargangen achter de rug en kent het zwiepen van de hengeltop; zowel inhoud als vormgeving maken een professionele indruk. Dat mag ook wel, want als je de advertenties doorneemt blijkt hengelsport van bejaardenhobby in een high-tech jagersspecialisme te zijn geëvolueerd.

Ging je vroeger op pad met een bamboestok, een kromme spijker en wat uitgedroogd witbrood, de moderne visser is uitgerust met een synthetische karperhengel van tweeduizend piek, een elektronische waterdiepte-/temperatuurmeter annex beetmelder ('registreert aanbeet, geen beweging door wind of golven') en een middels lasertechniek ontworpen aluminium molen ('Het line control system vermindert het risico op pruikvorming'). Ik weet niet eens meer waar ze het over hebben.

De fishhunter in Beet is ook niet langer tevreden met een zompig slootje achter de A2. Hij pakt zijn 4WD en scheurt naar het Bledskomeer in Slovenië's Sava-Bohinjkadal om op meervallen te jagen. Op de cover zie je drie Friezen een enorme Sloveense meerval aan boord hijsen. Hun verhaal leest als Big Game Hunting: 'Angstige blikken worden naar elkaar geworpen. "Draaien!" schreeuwt Janvier. "Draaien!" Er verschijnt een meerval van 120 pond aan de oppervlakte.' Jaws is voor mietjes.

Nog steeds raak ik opgewonden van de vis-avonturen, zelfs bij een foto van een dikke recordkarper. Zou er zoiets bestaan als visfetisjisme? De vissers in Beet zien er in ieder geval niet uit of ze ooit seks met een mens hebben gehad: regenpakken, bivakmutsen, bloempotcoupes. Ik ben er op tijd mee gekapt, da's duidelijk.

Ja, en dan de ethiek. Beet staat vol gruwelijke foto's van opengerete vissen, brute handen die kieuwen vastgrijpen. Toch voelt het magazine zelf ook nattigheid. Tenminste, na tips hoe je krabben als levend aas kunt gebruiken ('Rijg de haak enkele malen door het zachte lijfje') volgt een sentimenteel stukje getiteld Verlossing, waarin een barmhartige visser verhaalt hoe hij 'hartje zomer een oververhitte zwangere karper schaduw gaf zodat ze kracht vond om kuit te schieten'. Vanzelfsprekend opdat haar kroost volgend jaar weer aan scherpe haken gehoekt kan worden, maar dat stond er niet bij.

Glossy voor uitsmijters

Fitnessmagazine Sport & Fitness kweekt Uebermatje

Ik ben mijn journalistenloopbaan begonnen bij een bodybuildingblad. 'MuscleMag' zal ik het maar noemen. Geen parel voor m'n cv, wel dikke pret. Ik had het baantje te danken aan redacteur Jan die er duidelijke ideeën op nahield over de doelgroep: 'Rein jongen, bodybuilders zijn dom, ijdel en smakeloos. Een fijner lezerspubliek kun je je niet wensen!’

Zo kon ik onder de pseudoniemen Dr. Berend van der Laan (fysioloog), Dr. Frank Mijnhart (fitnessconsulent) en Dr. Samuel Boskoop (sportpsycholoog) de grootst mogelijke lulkoek uit mijn duim zuigen over spieren & body. Ik scande een bladzijde Medische Gezinsencyclopedie, klopte de feitjes op met lekker-in-je-lijf kreten et voilà, een artikel was born. God mag weten hoeveel blessures ik heb veroorzaakt.

Inmiddels is MuscleMag ter ziele maar als ik concurrent 'Sport & Fitness' doorblader, gaat het bloed weer kolken door de ad'ren van Van der Laan, Mijnhart en Boskoop.

S&F ziet eruit als een clubblad voor portiers waar te veel zwart geld in wordt weggepompt. Duur vormgegeven in glossy kleuren, maar stilistisch op jeugdhonkniveau. Op de cover prijkt een foto van een dubbelgespierde proleet met daaronder in koeieletters: 'The ultimate test of strenght'. Geen abonnee zal de spelfout opvallen, zeker omdat ze consequent volgehouden wordt en och, 'ultieme krachmeting' hadden ze ook geslikt.

Zoals ieder spierenblad staat S&F vol met gouden dieettips ('Afvallen met speed'), trainingsschema's ('De trainingsfilosofie van Ted P.') en veel 'harde feiten over steroïden'. Fascinerend zijn de onbegrijpelijke, semi-wetenschappelijke analyses van de menselijke fysiologie. Bodybuilders zijn zo geobsedeerd met Het Geheim Achter Veel Spieren dat ze vergeten hoe klein hun IQ is en zich vol overgave storten op verhalen over aminozuren, insulinereceptoren en de 'anti-proteolytische werking van HMB'.

Adverteerders springen hier natuurlijk op in en prijzen hun wonderpillen aan met termen waar zelfs Dr. Berend van der Laan zich nooit aan gewaagd heeft ('Creatine Plus is een stack formula koolhydratenshake met sporen creatine monohydraat!!!'). De reclames staan vol onderstrepingen en uitroeptekens, alsof de fabrikanten vermoeden dat hun autodidactische klanten het lezen nog niet helemaal meester zijn.

Wie de bodybuildsociety wil opsnuiven, mag de fotorubriek niet missen. Oversized gestonewashte spijkerbroeken, platgegelde permanentjes, fluorescerende trainingspakken, tattoos met indianenkoppen, platina enkelkettinkjes. Heerlijk, die smakeloosheid. De atleten kijken met eager-to-please-smile in de camera en houden braaf een exemplaar van S&F in de vuist.

Bodybuilders begrijpen niets van sex-appeal. Ze trainen zich het leplazarus om er geil uit te zien, maar de plassers van de mannetjes lijken steeds kleiner omdat hun lichamen steeds groter worden, terwijl de tietjes van de dames verschrompelen door de strenge diëten.

Om S&F toch nog een masturbeerbare dimensie te geven heeft ze de zogenaamde fitness Centerfolds in het leven geroepen, oftewel siliconenbabes die tweemaal per week naar de bakker joggen. 'Hot! Hot! Hot!' heet de fotoreportage subtiel. En dan maar klagen dat bodybuilding niet geaccepteerd wordt als Olympische sport.

Ik mis mijn gespierde lezerspubliek. Ik mis hun burgerlijke stoerigheid, hun drang tot acceptatie, hun platte fantasieën over Nieuwe Vikingen. Ik heb me leren verzoenen met mijn hogeschoollezers, maar als er straks ene Dr. Berend van der Laan een sportcolumn in Trajectum krijgt en 15 tips geeft hoe je kunt 'studeren zonder rugklachten', ben je gewaarschuwd.

De devaluatie van de Marsman

UFO-magazine X-factor gelooft alleen in oplage

Er was een tijd dat vliegende schotels nog gewoon lulkoek waren. Wie toen in aliens geloofde, werd voor idioot versleten. UFO-freaks vonden dit stigma geen belediging. Integendeel, ze voelden zich éénogen in een land vol struisvogels - idiots savants.

Maar de tijden zijn veranderd. Een leger van Tineke de Nooys heeft de X-Files ontdekt en onze nationale scepsis platgewalst met een onstilbare honger naar mysteriën. Van grijze mannetjes tot Monsters van Loch Ness, van spoken tot weerwolven, van uittredingen tot telekinese: alles past in hun Groter Verband. Het mag duidelijk zijn dat zo'n devaluatie van de vliegende schotel een gruwel is voor iedere zichzelf respecterende UFO-freak.

Hoe erg de zaken er voor staan, blijkt uit het succes van glossy magazine X-Factor, een kruising tussen de Kijk en de Greatest Hits van The X-files. Ligt bij elke sigarenboer op de toonbank, als een ordinair blootblaadje. 'Mysterieuze wereld', 'Het Paranormale', 'Verhalen uit de eerste hand' en 'Van binnenuit gezien'; de rubrieken van X-Factor zijn even vaag als inwisselbaar.

Coverartikel 'Geesten op Film' (valt onder Het Paranormale) is een collectie foto's met wiezewoezelige rooksporen en lichtvlekken, aangevuld met dubbele opnamen. Kreeg je vroeger bij zulke foto's de tip om je vinger niet voor de lens te houden, tegenwoordig gaan ze door voor registraties van een andere dimensie.

Natuurlijk ontbreekt ook het obligate oud-militair-die-uit-de-school-klapt-artikel niet: ene kolonel Robert Dean heeft na 27 dienstjaren zijn zwijgplicht doorbroken en zijn haar tot hippielengte laten groeien. Volgens hem is de Amerikaanse regering op de hoogte van Buitenaardse indringers, heeft hen zelfs gecategoriseerd in 12 soorten ("sommige lijken op reptielen, andere op gewone mensen"). Dean zegt dat we ons moeten voorbereiden op een "burgerschap van de kosmos". Alsjeblieft zeg, eerst al dat Euro-gedoe en nu dit weer.

Een artikel over de Heilige Graal in Engeland is zelfs naar Tinekiaanse normen verdwaald, maar de hilarische veronderstelling dat Jezus daar gewoond heeft, is kennelijk publicabel (X-Factor is Brits, vandaar). Even fout als belegen is de samenzweringstheorie dat aids in een laboratorium ontwikkeld is; suggestief fotomateriaal van een stervende Afrikaan en een cynisch blikkende Kissinger moet dit onderbouwen. Braak.

Meer nog dan het ratjetoe aan onderwerpen irriteert het zielloze karakter van X-Factor. Het is niet geschreven door geobsedeerde freaks zoals je op Internet aantreft, zelfs niet door dweperige Tinekes, maar door gladde copywriters die net zo makkelijk een folder over tuinmeubelen hadden kunnen uitpoepen. De onderwerpen zijn uitgekauwd, de analyses oppervlakkig. En waarom die anonimiteit; er worden geen auteurs vermeld bij de artikelen, zelfs de interviews zijn incognito afgenomen.

Moet dit de mysterieuze ondertoon versterken? Uitgeverij Marshall Cavendish houdt in ieder geval de oplage van X-Factor streng geheim, zelfs voor de redactie. Het zal echte UFO-liefhebbers een zorg zijn. Die kopen voor die zes piek liever een blootblaadje. En raadplegen voor hun X-mysteriën gewoon Internet.