Columns over trends 1995-1996

Imitatie-mannetjes

Replicabezitters zijn trots op hun voorzetstuk

Vroeger zag je ze wel rondhangen op het schoolplein, mannetjes met een imitatie-Rolex. Heel zielig en heel fout vond ik dat. Maar eigenlijk stond zo'n joekel om je pols ook wel stoer. De enige reden waarom ik er zelf nooit een heb gekocht, was het briljante inzicht dat een Rolex niet zozeer een patsobject is, alswel het toonbeeld van betrouwbaarheid. Een Rolex-replica komt neer op een Volvo met Trabantmotor. En welk meisje kickt daar nu op.

De Rolex-mannetjes van het schoolplein rijden inmiddels rond in imitatie-Ferrari's. Want auto's zijn uitermate geschikt als pats-object en replica's zijn de trend in de autowereld. Een replica ziet eruit als een onbetaalbare droombolide, maar is opgebouwd uit huis-, tuin- en keukenonderdelen.

De meeste worden kant-en-klaar geleverd (patsers zijn belabberde knutselaars) maar ze zijn ook verkrijgbaar als bouwpakket. Dat bestaat bijvoorbeeld uit een polyester carrosserie met Ferrari-look, een Volkswagenchassis, een Pontiacmotor en een flinke zak losse onderdelen. Als je de videohandleiding netjes volgt, heb je na 200.000 uur sleutelen je eigen nep-Formule I-monster. Voor nog geen vijftien ruggen.

Vorige maand kwamen in het Autotron bij Den Bosch replica-liefhebbers en eigenaars van echte droomauto's bijeen. De imitaties waren nauwelijks van de originelen te onderscheiden, hun eigenaren des te meer. De echten bleken elitaire rijkeluiszoontjes, die snoefden over uniekheid en waarde & traditie. Ze waren alleen maar gekomen om de neppers te intimideren. De neppers waren enthousiaste suckers met een minderwaardigheidscomplex, die in polyester kitsch hun levensdroom verwezenlijkt zagen. Heel aandoenlijk.

Wat de neppers niet beseffen, is dat ze zich met zo'n patsbolide nog heel wat ellende op de hals halen: de Sociale Dienst die de uitkering stopzet, de Belastingman die een vette naheffing doet, de ex-vrouw die verdubbeling van de alimentatie eist. Bovendien leef je in een voortdurende angst om ontmaskerd te worden door nieuwsgierige buren ("Leuk karretje buurman - mag ik effe onder de kap kijken!") en kun je bij elk stoplicht een deuk in je ego verwachten. Sta je stoer met je arbeidersFerrari-met-Opel-motor te gassen, word je er door een lullige Audi uitgetrokken.

Replica-bezitters moeten dus, om risicovrij indruk te maken, hun auto zo snel mogelijk voor een terrasje parkeren en er dan zo nonchalant mogelijk tegenaan leunen. Peukje roken, af en toe een blik op de nep-Rolex werpen en een fake-babbeltje maken met de Gamma-nep-autotelefoon.

Of beter nog (en goedkoper): ze moeten een nep-Ferrari zonder motor kopen, hem 's nachts met het Kadettje naar Scheveningen slepen en hem daar dan de rest van het jaar laten staan. Een soort Formule l-caravan.

Grotere problemen voorzie ik voor de echte Ferrari-bezitters. Als gevolg van de statuscorruptie zullen deze snobs steeds vaker voor nepper aangezien worden. De eerstvolgende keer dat ze hun Ferrari Testosteron dubbelparkeren op de boulevard van St. Tropez krijgen ze (in het Frans) een "Hé maatje, gaan we die opgevoerde Kadett effe goed zetten?" naar hun kop geslingerd. Uit frustratie zullen ze zich vergrijpen aan de volgende trap in de replica-hiërarchie: een privé-jet, met notenhouten cockpit, maar zonder motor. Doet het enorm goed bij nachtclubs.

De teloorgang van de Harley-macho

Outlaw bikers zijn niet meer wat ze geweest zijn

Als je aan motorrijlessers vraagt waarom ze zo graag willen leren motorrijden, komen ze steevast met verhalen over contact met de natuur, gevoel van vrijheid en hang naar individualisme. ledere ervaren motorrijder weet dat dit lulkoek is. In Nederland bestaat de natuur uit hagel, natte sneeuw en zure regen. Als je die een keer met 130 hebt ervaren, dank je God als je weer in je Fiat Panda zit.

Dat zogenaamde vrijheidsgevoel zal je helemaal vergaan als de 45 mille doorlopend krediet voor je Harley Davidson Softail Heritage als een molensteen om je nek begint te hangen. En wat het individualisme betreft: kijk eens op een zomerse zondagmiddag op de boulevard van Scheveningen. Daar staan behalve jij nog tienduizend andere individualisten de individualistische motorrijder uit te hangen.

Motorrijden is dus voor idioten. De enige reden waarom je het toch zou moeten doen, is omdat het zo ontzettend geil is. Wie ooit een Harley 1340 cc zonder dempers tussen zijn benen heeft gehad, weet wat voor kick dat geroffel, gebonk en gestamp geeft. Ook de zithouding is cool. Door de lange voorvork en het lage zadel zit je lekker onderuit. Dat maakt een zelfverzekerde indruk.

Let wel, ik heb het over Harleys. Japanse fietsen hebben door hun nette techniek de vibratie-impact van een Mobiletje, terwijl hun modellen een foetushouding afdwingen. Het is Harley of niets.

De oorspronkelijke HD-rijders waren Gewone Jongens. Working class heroes die zich het leplazerus werkten voor hun tweedehands motor en hem dagelijks in en uit elkaar sleutelden. Dat kan niet gezegd worden van de nieuwe generatie HD'ers: yuppen, meiden en bejaarden.

Sinds reclameboys en beursbengels hebben ontdekt dat vrouwen meer geilen op een motor dan op een autotelefoon, schaffen ze voor grof geld fabrieks-Harleys aan om dan met een stijve stapvoets langs terrasjes te cruisen. De laatste yuppentrend is om een Harley voor zestig mille op smaak te laten maken en vol high-tech accessoires te hangen; een doodzonde in de ogen van de Gewone Jongens.

De yuppen zijn uitgesproken zondagsrijders en halen hun paard pas van stal als de mussen van het dak vallen. Je kunt ze herkennen aan de voorgeschuurde leren broeken en de te goed opgepoetste bikes, die ze steevast van hun standaard laten lazeren.

Haaks op deze vulgaire categorie staat het streven van de Ladies Only Tours, die vrouwvriendelijke Harley-vakanties door Amerika en Canada organiseren. De vraag is of dat kan. De dames zullen in de Rocky Moutains ongetwijfeld biker-gangs aantrekken die niet uit tamme Rob de Nijsen bestaan, maar uit Klan-leden die in hun vrije tijd zwarten lynchen, speed smokkelen en dames op Harleys verkrachten.

Ook de hordes bejaarden die sinds kort de States per HD doorkruisen, komen zichzelf tegen. Deze bevolkingsgroep is driftig bezig het stigma van verschrompeld libido af te schudden. Het zal niet zozeer hun hormoonspiegel zijn die hen parten gaat spelen tijdens de toertochten van duizenden kilometers, alswel alle overige ouderdomskwaaltjes: de één rijdt met een infarct de Grand Canyon in, de ander verdwaalt na een noodplasstop in de Nevada woestijn, een derde krijgt een hernia tijdens het opstijgen. En dan hebben we het nog niet eens over de bijzienden.

Het is te hopen dat de teloorgang van het Harley-machismo een halt wordt toegeroepen. Straks kan geen Hells Angel zich nog met goed fatsoen op straat vertonen. En als de overheid volgend jaar fluorescerende jasjes en reflecterende integraalhelmen gaat verplichten, zal de Gewone Jongen meer ego kunnen halen uit een Fiat Panda. Met autotelefoon.

Het doorweek-systeem

Take no prisoners met waterpistool Super Soaker

Zoals iedereen heimelijk weet zijn kinderen potentiële moordenaars. Ze hebben een aangeboren drang tot vernietigen en willen hun kameraadjes 't liefst doodmartelen of de hersens inslaan. Als ze doktertje spelen fantaseren ze over vivisectie, bij tikkertje dromen ze van een stopkogel.

De enige reden waarom het aantal slachtoffertjes tot nu toe beperkt is gebleven, is een gebrek aan goed materiaal. Het wapenarsenaal van de gemiddelde speelgoedzaak bestond jarenlang uit lullige klappertjespistolen, pijl & bogen met softe zuignapjes, slappe rubber dolken en knakgevoelige plastic degens. Het enige werkelijk interessante alternatief, de gevaarlijke luchtbuks, bleef een onbereikbaar ideaal.

De meeste ouders beseften wat voor monsters ze in huis hadden, maar realiseerden zich tevens dat ze aan die moordlust tegemoet moesten komen om de hevigste driften te stillen. Op hun dringend verzoek ontwikkelden speelgoedfabrikanten een wapen dat gewelddadig oogt, trefzeker schiet maar geen terminale gevolgen heeft. Het werd de Super Soaker.

Deze Super Doorweker is een waterversie van de luchtbuks. Middels een pompje en luchtdruksysteem ontstaat een ongekend krachtige straal. Met de introductie van de Super Soaker-serie kon de militante kleuter een serieus offensief beginnen.

Waren de eerste soakertjes nog relatief onschuldig spuitertjes, de nieuwste Super Soaker is een extra-large bazooka met riot gun-pomp, vier straalsoorten (dun, plat, sproei, dik), twee luchtdrukbollen, een extra ammunitiereservoir en een bereik van 15 meter. Ruim voldoende om een stadswacht van zijn moutainbike te blazen.

De Super Soaker bleek het startsein voor een ware revolutie in high-tech doorweken. Koplopers zijn momenteel variaties als de Bike Shot, de Power Hand Sputter en de Shout 'n' Shoot. De Bike Shot is ontworpen voor de guerillakleuter. Hij wordt op het fietsstuur gemonteerd, loopt op batterijen (hoeft niet opgepompt te worden) en heeft een verstelbare loop, zodat de straalrichting onafhankelijk van de stuurstand blijft. Zeer effectief bij het belagen van klaar-overtjes.

De subtiele Power Hand Sputter is meer geschikt voor jeugdige O07's. Hij wordt op de rug van de hand gebonden en met een hemdsmouw bedekt. Zodra een onverlaat knikkers probeert te stelen, knijpt de geheim agent in zijn Sputter waarop een batterij-impuls zorgt voor een verlammende waterstraal.

Cyber-kleuters schaffen waarschijnlijk een Shout 'n' Shoot aan. Deze oogt als een straaljagerhelm met microfoon en vizier en is aangevuld met een waterreservoir aan de heup. Het waterspuitsysteem is stem-gestuurd, zodat de killer alleen maar kill ya mudafucka! in de micro hoeft te schreeuwen om via een buis in zijn helm agressieve aliens onder te spuiten. Het bereik is beperkt; de Shout is vooral bedoeld voor man-tot-mangevecht.

Waarschuwingen
Ouders zien deze Doorwekers graag als onschuldig vermaak. Een beetje water, dat kan toch geen kwaad. Heel dom. Want op de achterkant van de verpakking staat een aantal waarschuwingen opgesomd die door kinderen ongetwijfeld als tips zullen worden geïnterpreteerd:

  1. Mik niet op mensen of dieren
  2. Schiet niemand in de ogen
  3. Gebruik schoon leidingwater, geen bleekmiddelen of andere chemicaliën die het PISTOOL kunnen aantasten
  4. Ontlaad de luchtdruk als je geen gebruik maakt van de Soaker

Dus, als straks uw kat met zijn ogen vol Glorix krijsend door de kamer rent, weet u dat u zich in de vuurlinie bevindt. Misschien voelt u dan toch wat voor de luchtbuks als humaan alternatief. 't Is een keuze tussen conventionele of chemische oorlogsvoering.

Power limonade

Kinderfeestjes worden pas cool met cafeïne-boost

Jaren geleden werd er op bushokjes geadverteerd voor een nieuwe manier van roken: Tattoo. Het ging om rare platte pijpjes waar je een soort shag uit moest roken. Niets bijzonders, maar het werd gepresenteerd alsof het dé hype van de underground en avant-garde zou worden; een soort nieuwe, nog legale drug.

De Tattoo-campagne faalde jammerlijk. Niet omdat de underground en avant-garde geen stomme platte pijpjes zouden willen roken, maar omdat ze te blasé waren om zich door 'hippe' reclames te laten beïnvloeden - ze maakten zelf wel uit waar ze hun lichaam mee verziekten.

Dit falen was een harde les voor de heren marketeers. Blijkbaar was niet ieder produkt te pushen, niet iedere doelgroep te lijmen. Inmiddels is men wijzer geworden: de laatste cult hype, power drinks, werd niet in een burgerlijke Ster-reclame geïntroduceerd maar tijdens een stampende house party in de It. De vraag is hoe lang de farce rond krachtsiropen overeind blijft.

Het blikje van Black Booster oogt zwart en grimmig. 'Power drink', staat er in felrode letters op. 'Gives you energy and inspiration. Warning for kids and caffeine sensitive persons: do not use in large amounts.' Black Booster is duidelijk niet bedoeld voor choco kids, maar ook niet voor fitness freaks. Het mikt op de underground.

Daarom ook een verklarend verhaaltje over het mysterieuze ingrediënt Guarana, een extract van klimplantzaadjes dat de Amazone-indianen als natuurlijke stimulans gebruiken. En bij onze jeugd ongetwijfeld associaties moet oproepen aan natuurlijke harddrugs als peyote of paddestoelen. Black Booster suggereert een redelijk alternatief van cocaïne, een gezonde variatie op extasy.

Erg origineel is deze eerste Nederlandse power drink overigens niet. Het Oostenrijkse Red Bull had de Duitse markt al op een soortgelijke manier veroverd, maar dit bevat zoveel onduidelijke ingrediënten dat het niet door de Nederlandse Keuringsdienst heen kon komen. Het mag hier dan ook niet verkocht worden en wordt dus illegaal voor een tientje (twee maal zo duur als BB) onder de toonbank doorgeschoven. Dat is pas echt underground.

Verder was er lang voor Red Buil natuurlijk de echte Coca Cola. Ze werd in 1886 'uitgevonden' door apotheker Pemberton en bevatte een extract van de cocaplant waar ook cocaïne van gemaakt wordt. Pemberton had het ontwikkeld als medicijn maar het recept werd na zijn dood opgekocht door de bekende company die er een verslavende frisdrank van maakte. In 1905 vond de overheid het welletjes en verbood het gebruik van de cocaplant. Sindsdien is Coca Cola gewoon een lullige priklimonade.

Power drinks als Black Booster - en inmiddels ook halflegale opvolgers als Warp 4, Black Spark, Shark en Dark Dog - mogen zich graag profileren als drug, maar het verschil met de gewone, sportieve energy drink is niet helemaal duidelijk. De eerste schijnt vooral bedoeld om wakker te blijven en door te housen, de tweede om atletische prestaties te vergroten.

Beiden draaien in ieder geval om een overdosis cafeïne. Een blikje power limonade staat gelijk aan twintig koppen koffie, en aangezien Cuarana de eigenschap heeft darmen te reinigen heeft zo'n blikje dus ook het effect van een handvol zetpillen. De plees van de underground zullen heviger stinken dan ooit.

Wel beschouwd worden de hippe power drinkers voor zes piek belazerd met een paar eetlepels dextrose, wat koude koffie en een Zuid Amerikaanse geranium. En als de overheid na wat jeugdige hartaanvalletjes de overdosis cafeïne verbiedt degradeert de power drink straks tot de zoveelste stoere Shandy. 'Decaf Snoozer: voor een relaxte avond zonder buikloop.'

De tuinsnob

Een beetje proleet heeft z'n eigen Hortus Botanicus

Toen Nederland nog 13 miljoen Nederlanders telde kon je twee soorten tuiniers onderscheiden: de Burger en de Nonchalanzo.

De Burger was een zuurpruim die de natuur martelde om orde te scheppen. Hij plantte krokusjes als lantaarnpaaltjes naast elkaar, legde het tegelpad waterpas en vergiftigde de kat van de buren als deze een bloembol omgetrapt had. De Nonchalanzo was eigenlijk een non-tuinier. Hij liet het onkruid woekeren en het gras okselhoog groeien, en wilde tijdens een dronken barbecue nog wel eens tegen de rododendron aanpiesen.

De Nonchalanzo had geen oog voor rozenpracht. Inmiddels heeft Nederland iets van 16 miljoen inwoners en woont iedereen woont driehoogachter. De tuin heeft de status van een motorjacht gekregen. Gewone tuiniers worden verdrongen door een nieuwe categorie: de Tuinsnob.

De Tuinsnob is nouveau riche die de tuin niet als natuur ziet maar als een verlengde van zijn huiskamer. Hij haalt zijn neus op voor liefdevol schoffelwerk, komt überhaupt nooit in zijn tuin. Het gaat hem om het uitzicht. Hij laat voor dertigduizend gulden een peloton hoveniers aanrukken die een kant-en-klare Japanse tuin aanleggen, compleet met bruggetjes, bonzaïboompjes en een vijver-met-watervallen. Exotische kitsch.

Paradoxaal genoeg is snobby tuinieren vooral onder de minima een hype. Driehoogachtersloebers worden dagelijks verleid met televisie-specials vol botanische hoogstandjes, en willen hun zompige achterplatje ook wel eens allure geven. Ze vervangen de tuinkabouters door Griekse halfgoden, de rododendrons door orchideeën en het ingegraven plastic teiltje door een laserfontijn met biofilter. Twee miljard gulden steken ze jaarlijks in hun paradijsje. Geen wonder dat er een wildgroei aan tuincentra is (450 stuks!).

Hoe sterk de botanische statusdrang is blijkt uit de mogelijkheid van 'tuinlease-deal'. Voor een paar honderd piek per maand kun je een perfecte tuin aan laten leggen die niet van jou is. Je bent verzekerd tegen doodgevroren krokussen en ondergepieste rododendrons, en als je zelf mocht doodblijven hoeven de erfgenamen niet verder af te betalen. Maar het groen blijft van het bedrijf.

Lijkt belachelijk, is belachelijk. Want welke sancties bestaan er tegen wanbetaling? Confiscatie van de inmiddels volgroeide plantjes en goudvissen? Niet waarschijnlijk, want volgens de Consumentenbond zijn die 'verbonden met huis of grond, en worden daardoor automatisch eigendom van de huiseigenaar, ongeacht de bepaling van het leasecontract'. Geen poot om op te staan dus.

Wraak ligt voor de hand: zodra de wanbetaler op vakantie is wordt zijn grasmat met een bulldozer omgeploegd, gaat de bijl in de eik, en wordt er kwistig met gif gestrooid. Maar voor die tijd zal de driehoogachtersloeber zijn geleasde tuin zelf al naar de kloten geholpen hebben.

Na een seizoen groene vingers heeft hij schoon genoeg van grasmaaien en kleurkarpers voeren en vergeet hij de mediterrane palmpjes tijdens een hagelbui binnen te zetten. Zo muteert het paradijsje al rap terug in het zompige achterplatje, zij het nu met blubberfontijn, dooie vissen en een dikke laag rottende planten.

Nederlanders zijn geen hoveniers. Nederlanders horen bij saaie bollen en okselhoog gras. Je zal zien, dat de Tuinsnob binnenkort uitsterft en de Burger en de Nonchalanzo gewoon doorkabbelen. De enige tuinlease deal die dan nog populair is, is een plantenbak vol begonia's met ingegraven vissenkom. Het enige echte verlengstuk van onze nationale woonkamer.

Trouwen in het buitenland

Een echte burger gaat exotisch in de echt

Hoe weerzinwekkend de meeste familietradities ook mogen zijn, het is onverstandig om ze helemaal te negeren. Dat bleek toen we een decennium of wat geleden en masse ophielden met trouwen. Opeens werd het huwelijksbootje beschouwd als een noodgreep voor kleinburgers die er hun partner mee wilden claimen; uitgebalanceerde volwassenen haalden hun neus ervoor op.

Maar de boycot liet een leemte achter. Bruiloften waren immers een onmisbare catharsis van familiehaat: je kon er nog eens op de vuist gaan met een dronken oom, betast worden door een ongeschoren oudtante of ondergepiest door een onzindelijk achterneefje. Bruiloften waren het sap van de stamboom.

Gelukkig maakt het boterbriefje een gestage come-back. Ontnuchterende statistieken van scheidingen ten spijt liggen de boekenwinkels vol handboekjes voor een perfecte trouwdag en kun je op de trouwbeurs shoppen voor een totaalpakket. Op Internet kun je bij alt.wedding over je bruidsschat opscheppen en Bruid & Bruidegom Magazine maakt een mooie coverstory van je fotoalbum.

Wie van de mooiste dag tevens de laatste wil maken kan tijdens de vrije val in de echt treden, wie rampspoed verwacht kan een bruiloftsverzekering uitkiezen (keert uit bij nationale rouw en vroegtijdige beëindiging van relatie).

De populairste trouwtrend is momenteel trouwen in het buitenland. Zo'n achthonderd paartjes geven elkaar jaarlijks het ja-woord in een vreemde taal. En dan niet in Turnhout of Aken, maar op het subtropische strand van Malibu, tussen de Goofy's van Disneyland, op een Mexicaans Galjoen of tussen de Navajo's in het reservaat. Hoe exotischer hoe beter.

Vanzelfsprekend kost zo'n bruiloft-met-honeymoon een vermogen, en je kunt je afvragen wat voor idioten bereid zijn om hun spaarcentjes ervoor weg te spoelen. In de eerste plaats zijn dat de hardcore tortelduifjes. Dwepers die de mooiste dag van hun leven willen beleven zonder dronken oom, ongeschoren oudtante of onzindelijk achterneefje. Nare egoïsten.

Dan zijn er de recidivisten. Zij hebben een criminele ex-schoonfamilie en zijn als de dood dat een dronken ex-echtgenoot met kettingzaag de taart komt aansnijden. Dus duiken ze onder in een Amerikaans Indianenreservaat waar een medicijnman hen in de echt verbindt.

De engste categorie zijn de neokolonisten. Dat zijn levensgenieters die exotische rituelen misbruiken voor het fotoalbum. Ik heb ooit een reportage gezien van een Hollands paartje dat thuis al voor de kerk getrouwd was (het waren atheïsten!) en het op Bali nog eens zachtjes over wilde doen. Compleet met sarong om de kont en bloemen in polderpermanentjes gingen ze samen met een lokale priester 'islamitisch' bidden. Ze verstonden geen woord Balinees en begrepen niets van het ritueel, maar gaven het feest een gezellige vaderlandse dimensie met een cassetterecorder vol Oud Hollandsche Kerkmuziek. Cultuurverkrachting op z'n grofst.

Als deze welvaartsexcessen doorzetten, kan de buitenlandse bruiloft nog wel eens een ernstige bedreiging gaan vormen voor de familietraditie. Want al bestaan er sociale trouwvakanties waarbij je je beste vrienden kunt meenemen, op echte bruiloften horen juist ongewenste gasten thuis. En een vogeltjesdans in plaats van Navajo-geneuzel, een kotsende collega in plaats van een antropologisch correcte priester. Het zijn de parasieten en de gênante momenten die een trouwdag zo onvergetelijk maken.

Stoppen met roken

Afkickgoeroe Allan Carr beneemt je de adem

Er was een tijd dat de mens met roken stopte omdat hij voor zijn gezondheid vreesde. Een rochelaanval tijdens het vrijen was aanleiding voor 'de laatste' op oudejaarsavond. Binnenkort wordt afkicken vooral een maatschappelijke noodzaak: in voorland Amerika is de minister van Volksgezondheid druk doende nicotine aan heroïne gelijk te schakelen.

In veel restaurants, hotels en kroegen kun je als gourmet een lel in je nek verwachten wanneer je een sigaar opsteekt; New York maakt binnenkort haar parken en stadions rookvrij; de bedrijfswereld huurt rookpolitie in om zondigende werknemers - ook buiten werktijd - te betrappen en te ontslaan. De klopjacht gaat zó ver dat in Albuquerque rokers op straat gearresteerd kunnen worden, en er schijnen dorpen te zijn waar 'het' in eigen tuin verboden is.

Ook de Nederlandse roker krijgt het benauwd: binnenkort moet hij vlieg- en treinreizen op de plee doorbrengen en krijgt hij in vijfsterrenrestaurants een tafeltje naast de toiletdame. Tijd dus om serieus over afkicken na te denken.

Er zijn legio methodes, de ene nog dubieuzer dan de andere: hypnosetherapieën, acupunctuurtherapieën, shockherapieën al dan niet gecombineerd met vieze nicotinekauwgumpjes, en nicotinepleisters die voor een dodelijke nicotinedosis zorgen als je er te veel peuken bij opsteekt. Wanneer u deze lapmiddelen heeft afgewerkt en nog steeds als een ketter rookt, dan bent u rijp voor Allan Carr.

Carr, een Britse ex-accountant met flair voor demagogie, zorgt momenteel voor een hype onder de stoppers met zijn Inzicht Methode, vastgelegd in afkickbestseller 'Easy Way to Stop Smoking' ('Stoppen met Roken'). Een kwart miljoen exemplaren ging over de plank. In zeven talen vertaald. Overal uitverkocht. Geheim? Volgens de methode-Carr hoef je helemaal geen zelfdiscipline te hebben om te stoppen.

"Ik ga de wereld van het roken afhelpen", begint Carr zijn boek. Hij eindigt met: "Sigaretten roken is het grootste schandaal van de westerse samenleving, atoomwapens meegerekend." Daartussen zitten een paar honderd bladzijden Primitief Positief Denken. Carr, zelf jarenlang een stiekeme roker geweest, beweert dat een nicotineverslaving volkomen psychisch is. "Stoppen is puur een kwestie van het zand uit je ogen wrijven", zegt hij. Verslaving is maar een gevoel. Zelfdiscipline is dus een onnodige zelfkwelling. Inzicht, daar gaat het om.

Toch leest Carr's schreeuwende stijl als een manifest van Wilskracht. Hij probeert de lezer op iedere bladzijde onder de neus te wrijven dat roken toch echt volstrekt belachelijk is: 'Prent goed in uw hoofd: SIGARETTEN WAREN NOOIT LEKKER! / Sigaretten vullen geen leegte op, ZE CREËREN EEN LEEGTE! / U hebt absoluut niets te verliezen, EN ZOVEEL TE WINNEN!' Zou Carr zijn afscheid soms niet helemaal verwerkt hebben?

Dat hij niet volledig overtuigd is van zijn methode blijkt wel uit het pakje nepsigaretten dat hij bij zijn bijbel cadeau doet. Zogenaamd voor het zekere gevoel. (Zoals een ex-junkie altijd een kartonnen spuitje bij zich draagt en een gewezen alcoholist een plastic Sisi-fles.)

Probleem met de nieuwe generatie stoppers is dat ze eigenlijk helemaal niet willen ophouden. Ze moeten. Van kantoor, van partner, van stewardess. En 'moeters' zijn geheide recidivisten bij Carrs methode, inzicht of niet. Er ligt niet voor niets alweer een vervolg op 'Easy Way to Stop Smoking' in de schappen: 'Stop Smoking Permanently'. Steeds als er een generatie rokers faalt begint Carr aan een nieuwe bestseller. Hier een suggestie voor een derde titel: 'Quit Smoking for the Very Very Very Last Time!'

Uitvaart

Zo alternatief mogelijk naar gene zijde

In exotische culturen kunnen uitvaartrituelen grillige vormen aannemen. De bewoners van de Solomon Eilanden leggen hun overledenen op een rif zodat deze door lokale haaien aan stukken gereten kunnen worden. In bepaalde Indonesische culturen beschouwt men het rottingsproces als heilig en worden de sappen die vrijkomen door de familieleden opgevangen en met rijst genuttigd (brengt de rijsttafel in een nieuw perspectief).

De Parsis in Bombay plaatsen hun doden op de Torens van Stilte, alwaar deze door gieren verorberd worden. Elders legt men lijken in bomen te rotten of duwt men ze in kano's de rivier af. Ook graaft men botjes op zodat ze door de hele familie betast kunnen worden. En wie kent niet de fraaie Indiase traditie waarbij weduwen naast manlief op het crematierooster gelegd worden. In het buitenland kortom, is de dood nog een gebeurtenis.

In Nederland, het saaiste land ter wereld, moeten we het doen met Mieke Telkamp, slapwitte broodjes kaas en een obligate toespraak van oom Guus. Ons leven is doordrenkt van calvinistische schaamte; 't liefst zouden we onze doden zo onder het asfalt wegmoffelen. 'Sterf maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.'

Toch is de Nederlandse uitvaartindustrie aan het evolueren. Zo worden onder invloed van allochtonen cultuurgebonden variaties afgedwongen; moslims willen zelf het graf dichtgooien, hindoes strooien bloemblaadjes en duwen zelf de kist in het vuur. In de homowereld krijgt uitvaart een steeds bruisender karakter: jongeren die door HlV-besmetting hun dood bewust zien naderen willen zich van een begrafenis verzekeren die bij hun levensstijl past. Geen saaie kraaientocht, maar een wervelende happening waar banaliteit hoog in het vaandel staat (denk aan de praaltocht van iT's Manfred Langer).

Opmerkelijker is dat ook steeds meer 'gewone' individualisten specifieke uitvaartwensen hebben. Geen probleem, want autonome kunstenaars hebben zich op de dood gestort. Zo kun je nu een beschilderde lijkkist bestellen (met liggend naakt of koddige strip) of een volledig opengewerkte kist (kan de rouwstoet nog even in je stijfkoude ledematen knijpen).

In plaats van een saaie granieten grafsteen is er nu een spannend Hunebed-ontwerp of vagina-achtige sculptuur. Ook stenen grafmeubelen zijn populair omdat je er gezellig op kunt picknicken. En wat dacht u van een granieten hondje dat gaat 'blaffen' zodra je het graf nadert!?

Wie niet van lijkwagens houdt kan de grachten afgevaren worden (geeft een echt Vikinggevoel). Wie niet vergeten wil worden kan als snufje as in een zilveren medaillon voor sieraad doorgaan (wel uitdoen onder de douche). En wie na zijn begrafenis een sfeervolle dia-avond wil organiseren kan terecht bij rouwfotografe Pauline Prior. O ja, voor de laatste trends in lijkwades moet je tijdschrift 'Doodgewoon' maar eens doorspitten.

Ondanks deze anarchie in de uitvaartbusiness verkoopt 95 procent van de bedrijven standaardpakketten. Nederland wil haar grijze graf cultuur blijkbaar niet zonder slag of stoot inwisselen voor Hindoestaanse reïncarnatie-rituelen, arti grafzerken of homocamp. Jammer. Een overledene in een opengewerkte kist een paar dagen in de zon laten broeien, heeft zijn voordelen. Met zo'n ritueel blijft ook de saaiste oom je nog jaren bij.

Geurmanipulatie

Etherische oliën voor esotherisch consumeren

In de jaren vijftig werd de subliminale reclame ontwikkeld, een reclamevorm die 't uitsluitend op het onderbewustzijn van de consument gemunt had. Ze bestond uit een enkel filmbeeldje dat middenin een speelfilm werd gemonteerd. Op het beeldje stond een produkt, dat niet bewust waarneembaar was omdat het slechts éénvierentwintigste seconde duurde.

Het effect op het onderbewustzijn was er niet minder om. Wanneer er tijdens 'Bambi' een pakje Pall Mall doorgeflitst werd, begonnen de kleuters in de pauze onmiddellijk om die sigaretten te zeuren. De overheid vond deze gedragsbeïnvloeding achterbaks en verbood het. Inmiddels proberen bedrijven ons met een ander, even subliminaal, maar nu legaal middel te manipuleren: geuren.

Wetenschap heeft aangetoond dat geuren, veel meer dan beelden, invloed uitoefenen op ons gedrag. Toen het bedrijfsleven hier lucht van kreeg besloot het om met geuren niet alleen de consument, maar ook de werknemer te manipuleren. 'Motivatie betekent werklust en werklust betekent omzet', redeneerde ze en begon driftig met airconditioners te experimenteren.

Zo verspreidt een Japanse onderneming verschillende luchtjes over de werkvloer om de stemming onder de werknemers optimaal te maken ('s morgens citrusgeur om wakker te worden, 's middags bloemengeur om concentratie te bevorderen, en tegen vijven een houtgeur tegen vermoeidheid). Verder beweert een cosmeticaconcern erin geslaagd te zijn om een geurgordel te ontwikkelen waarmee de werklust van typistes tot vijftien procent kan worden opgeschroefd.

Het mag duidelijk zijn dat de gemiddelde loonslaaf dankzij deze zogenaamde motivatie steeds meer wordt gesloopt. Thuis relaxen wordt straks een bittere noodzaak. Het bedrijfsleven haakt hier alvast sluw op in met zogenaamde aromatherapieën: in New Age-winkels en cadeaushops kun je etherische oliën kopen die een kalmerend of een harmoniserend effect hebben.

De oliën zijn een extract van bloemblaadjes en scheiden een damp af die volgens de folder een emotionele wedergeboorte kunnen initiëren: van 'angst' naar 'peace', van 'eenzaamheid' naar 'all one', en van 'pessimisme' naar 'fly high'.

De werking van zo'n aromatherapie is niet echt wetenschappelijk onderbouwd, maar de winkels verschuilen zich graag achter een duizenden jaren oude traditie en verhalen over Homerus die zwavel in ziekenhuizen verbrandde tot de Leidse arts Boerhaave die de lucht van naakte maagden als heilzame sfeerververser gebruikte.

Natuurlijk zijn New Age-shops net zo min geïnteresseerd in ons emotioneel welzijn als een Japanse bouwfirma. De omzet, daar gaat het om. Etherische oliën zijn peperduur.

Volgens de geurwinkels omdat ze op arbeidsintensieve wijze uit natuurlijke produkten gewonnen worden: voor honderd ml oranjebloesem heb je al gauw honderd kilogram bloemetjes nodig, en als je weet dat een volwassen oranjeboom per jaar maximaal dertig kilo bloemblaadjes geeft moet je voor een avondje relaxen dus een half regenwoud kappen. Synthetische alternatieven worden met klem afgewezen - die zouden te veel bijwerkingen hebben.

De voornaamste troef van de geurwinkel is dat haar produkt samenvalt met haar subliminale verkoopstrategie: met geuren kun je behalve werklust ook spendeerlust onmerkbaar bevorderen. Daarom worden er in de New Age-winkels voortdurend stemmingsoliën verdampt die onze behoefte aan peace, all one en fly high aanwakkeren.

Dus als u na een uurtje New Age-shoppen met een tas vol onzinnige olieflesje en een lege pinpas thuiskomt, weet u dat u slachtoffer bent geweest van uw eigen zintuigen.

Outdoor

Voor wie meer wil dan de obligate ski-fractuur

Er zijn maar weinig mensen die het hardop durven te zeggen, maar eigenlijk is vakantie een verschrikkelijke onderneming. Synoniem aan gestolen paspoorten, non-stop diarree, koude douches, jengelende kinderen en onbeschofte douane. Aan stress.

Voor gezinnetjes betekent vakantie een aanslag op de gezondheid, voor LAT-stellen is het de nekslag voor hun relatie - na drie weken in één tent kunnen ze eikaars bloed wel drinken.

Ook de loner wacht kommer en kwel. In tegenstelling tot wat zijn vrienden hem hebben wijsgemaakt komt hij in z'n eentje helemaal geen leuke mensen tegen en wordt hij na tien dagen monologue intérieur door de ANWB-alarmcentrale weggesleept. De Vakantieman is niet voor niets ooit Ombudsman geweest.

Helaas is het met vakantie zoals met Kerstmis of oorlog: je kunt er niet omheen. Een harde confrontatie is daarom de beste tactiek. Steeds meer mensen durven het monster in de ogen te zien en boeken een zogenaamde 'outdoor-vakantie'.

Outdoor is een trendy verzamelnaam voor geheel verzorgde zelfmoordacties. Parachutespringen, diepzeeduiken, canyonklimmen en wildwaterkanoën; activiteiten waar vroeger uitsluitend Camel-mannen gek genoeg voor waren gelden nu als dynamisch alternatief voor Torremolinos. In de nineties gaan Johnnie & Anita lekker outdoor.

Om aan deze vraag tegemoet te komen verzinnen de reisbureau's allerlei onduidelijke moderne varianten als parapenten (in de lucht blijven hangen met een parachute) of abseilen (klimmen in watervallen), maar de kern van alle outdoor vakanties is dezelfde: doodsangst als afleider van vakantiestress. "Zolang mensen 't maar vaak genoeg in hun broek doen zeuren ze niet over het eten of muggebulten", redeneren de reisbobo's.

Als doodsangst inderdaad de sleutel is tot vakantieplezier heb je het meeste baat bij een vakantie die direct aansluit bij je primaire angsten. Lijd je aan hoogtevrees? Voor jou is er nu het hippe 'Tien dagen Deltavliegen in de Eifel'. Kost een lieve cent, maar dan wordt er ook een reusachtige vlieger op je rug gebonden en word je onder deskundige begeleiding een ravijn ingeduwd.

Gevaarlijk? 'Toen het deltavliegen ontdekt werd gebeurden er veel ongelukken door slecht materiaal', biecht de folder op. Gelukkig zijn de vliegers nu zo goed dat je met een beetje thermiek een maand in de lucht blijft hangen. Dat scheelt in de verblijfskosten.

Toeristen met een waterfobie moeten gaan wildwaterkanoën. Ook kleuters kunnen tegenwoordig meedoen want in Duitsland is er een kunstmatige stroomversnelling gegraven waar je in kunt oefenen. Het water stroomt er wild, maar er zijn geen scherpe rotsen of enge draaikolken en aan het eind zit een rooster waar het water door wegloopt (spoelt je lichaam altijd aan). Hartstikke veilig.

Zodra je overmoedig bent geworden mag je in een echte rivier peddelen, die vol koraalriffen, watervallen, kaaimannen en humeurige grizzly's zit. Naar verluidt haalt zo'n vijf procent het begeerde kopje Unoxsoep.

Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn met een te hoge adrenalinedrempel voor doodsangst. Lamlendo's die zich vervelen tijdens een duikvlucht of bergbeklimming. Die gaan straks tegen Frits Bom aanzeuren: "Ik mocht met mijn Delta de Euromast niet af" of: "Ik mocht niet zonder uitrusting de K2 beklimmen." Keiharde garanties voor doodsangst zijn nu eenmaal moeilijk te krijgen.

De betrouwbaarste indicatie zijn de kleine lettertjes achterop de folder, onder het kopje, 'verzekeringen'. Als er staat: 'Stichting X aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor enig lichamelijk letsel...' zit je waarschijnlijk safe.

Dierenparfum

Maak van uw huisdier een aromatisch huiskind

Je zou twee soorten huisdiereigenaars kunnen onderscheiden: de Onverschilligen en de Liefhebbers. De eerste categorie bestaat voornamelijk uit ongeïnteresseerde ouders, die een beest voor hun kind hebben gekocht om van het gezeur af te zijn.

Zodra de koter het dier beu is raakt de verzorging in het slop en is diens lot beslecht: Hammie de Hamster zal bezwijken aan dehydratie (Jantje vergeet Hammie's waterbakje een week lang bij te vullen), Guppie de Goudvis aan chloorvergiftiging (Mamma maakt Guppie's kom met Glorix schoon) en Sloompie de Moerasschildpad aan ochtendurine (Pappa stuurt Sloompie via de wc terug naar de Everglades).

Liefhebbers lijken meer verantwoord met hun aankoop om te gaan. Zij rennen iedere zondag met hun keffer over het strand of brabbelen non-stop met hun twieter in het bejaardetehuis. Maar achter deze goede zorgen schuilt een bedenkelijke motivatie.

Want eigenlijk willen de liefhebbers helemaal geen huisdier. Ze willen een behaard kind dat nooit in de pubertijd komt, een gevederde knuffelkleuter die nooit terugzeurt. Ze willen een weerloos wezentje waar ze hun pathologische compassie op bot kunnen vieren.

Sinds de huisdierenhandel lucht heeft gekregen van deze behoefte is ze haar handel listig gaan opwaarderen. Niet langer presenteert ze huisdieren als behaard speelgoed maar als intuïtieve medebewoners, die met respect behandeld dienen te worden. Dus gevarieerd eten, echte sex en een dekkende gezondheidszorg.

Moest Bello het vroeger doen met een afgekloven been, nu kan hij kiezen uit diëten die aan zijn spijsverteringstype zijn aangepast (Pedigree Sensitive voor de gevoelige maag, Pedigree Light voor de boulimia's); moest Bello voorheen zijn geilheid bevredigen tegen de broekspijp van zijn baasje, nu kan hij in een speciaal hondenbordeel(!) zijn kwakje kwijt. En als Bello ziek wordt hoeft hij niet langer te vrezen voor een terminaal spuitje van de dierenarts maar kan hij rekenen op een volwaardige chemotherapie bij de specialist of een alternatieve kuur van de homeopaat.

Bello is een medemensje geworden. Die vermenselijking neemt perverse vormen aan. Zo werd er onlangs de eerste echte dierenparfumlijn gelanceerd. Hadden de dierentandpasta's (rundsmaak), de dierenflosh (1x per dag) en dierenshampoo's (volumevergrotend en in 'Wash and Go'-vorm) met enige goede wil nog een hygiënisch nut, de luchtjes dienen uitsluitend om Perzische katten en kanaries knuffelbaarder te maken. Niet langer mogen de stakkers naar zichzelf stinken. Ze moeten geuren naar lenteweien vol klaprozen.

Zeer geschikt dus voor het Aaihondenproject, waarbij bejaarden urenlang honden mogen kroelen om (zelf) tot rust te komen. Meest snobby parfumlijn is Jean Pau, per flesje bijna 20 gulden. Het produkt is verkrijgbaar in variaties van sensuel tot frais et doux. Volgens de vertegenwoordiger geschikt voor 'iedereen die erg veel om zijn huisdier geeft'.

Probleem is dat de meeste dieren - met name honden - over een veel krachtiger reukvermogen beschikken dan mensen. Ze moeten hun geparfumeerde vacht of verenpak dus ervaren als een dichtgespijkerde Hema-winkel waarin alle parfumflesjes kapot zijn gegooid. Bovendien zit er in parfums vaak paarde-urine verwerkt waardoor ze de aandacht trekken van bronstige politiehengsten.

Een identiteitscrisis voor iedere zichzelf respecterende Lorre of Lassie is onvermijdelijk. De volgende stap in de vermenselijking zullen dierentherapiegroepjes zijn, waarbij de dieren hun frustratie onderling kunnen uitblaffen/miauwen/piepen/hinniken.

Het leed zal gemakkelijk te raden zijn: van seksueel misbruik door hitsige baasjes (poedel: "Als ik 'Jean Pau' op heb wordt Baasje helemaal gek") tot kaalknuffeling door bejaarden van het Aaihondenproject. Huisdieren zijn tegenwoordig beter af met een Onverschillig baasje - vastgebonden aan een boom rest hen tenminste nog zelfrespect.

De Indiaan

Ecologisch verantwoorde nobele wilden

Vroeger waren het vooral rare kinderen die Indiaantje wilden zijn bij 'Cowboytje & Indiaantje'. Buitenbeentjes, die bij gym 't laatst gekozen werden. Normale kinderen wilden liever cowboy zijn om met stoere revolvers en witte hoeden indruk te maken op klasgenootjes.

Ouders waren zich terdege bewust van deze vroegtijdige drang naar maatschappelijke status, en maakten zich zorgen als er bovenaan het verlanglijstje van hun schaap 'pijl & boog' prijkte in plaats van een degelijk klapperpistool. Die bezorgdheid ("Het zal toch wel goed komen met onze Gijs!?") is terecht gebleken: de meeste cowboys zijn tot succesvolle bedrijfsleiders uitgegroeid, terwijl de Indianen hun brood moeten verdienen met armetierige columnpjes.

Maar de tijden zijn veranderd. De lndiaan vervult tegenwoordig een voorbeeldfunctie in onze samenleving.

Al vanaf de ontdekking van de Nieuwe Wereld heeft de westerse maatschappij met de autochtone bevolking geflirt. Columbus vond de roodhuiden dan misschien heidense wilden, maar genoot van hun 'utopische, onbezorgde levenswijze'. Blijkbaar snakten de Europeanen toen al naar een beetje escapisme.

Vijf eeuwen en een genocide later heeft die romantiek een nieuw jasje gekregen: de Indiaan is in ons bewustzijn van nobele wilde tot wijs natuurmens gepromoveerd. Indianen, zo leren onze kinderen tegenwoordig op school, leven in harmonie met hun omgeving. Ze beschouwen de natuur niet als bezit omdat ze er zelf deel van uitmaken en omdat alles bezield is door de grote geest.

Deze holistische visie gaat er natuurlijk in als koek bij Nederlandse New Agers: ons nationaal ego heeft zoveel deuken opgelopen van het milieumoralisme dat ze toe is aan een spiritueel totaalpakket, zeker als dit een stoere verpakking krijgt.

Probleem is dat de mythe niet helemaal overeenkomt met de feiten. Zo bestaat er niet zoiets 'de' Indiaan; in Noord-Amerika hebben honderden zeer verschillende stammen naast elkaar geleefd en raakten hun leden pas de laatste jaren gemixt door gedwongen integratie.

Verder is die harmonie met de natuur nogal overtrokken: er waren stammen die roofbouw pleegden, andere die hele beverpopulaties uitmoorden (toegegeven: geïnstigeerd door handel met de blanken). Oorlogsvoering als territoriumvergroting was bepaald geen uitzondering. De Indiaan, kortom, was niets menselijks vreemd, tot en met verfijnde martelpraktijken toe.

Vanzelfsprekend laten Indianen-dwepers zich niet van de wijs brengen door dit soort details. Zij zien de Indiaan zoals ze hem willen zien, een spirituele Greenpeace-krijger. En de commercie maakt daar graag gebruik van.

Zo heeft Marlboro haar frisse blanke cowboycampagne omgeturnd tot een hallucinatoire Indiaanse boodschap: ondersteund door ijle dwarsfluiten en fotogenieke natuurbeelden oppert een krakend opperhoofd dat mensen (lees: blanken) weer contact met de natuur moeten maken (waarschijnlijk door een Marlboro te roken). Uit de mond van een Europeaan zou zoiets een ecologisch cliché zijn, verpakt in een Indiaans jasje is het filosofische dieppraat.

Verder heeft Disney met de mega-merchandising annex geschiedvervalsing van 'Pocahontas' overal in Amerika Indiaanse genen wakker gemaakt: opeens gaan allerlei vermeende halfbloeden prat op hun stamboom - alsof deze een verdienste is.

Een andere uitwas vormen de charlatans. Steeds meer geschminkte blanken en geëxcommuniceerde Indianen doen zich voor als volleerd medicijnman om onnozele Europeanen voor grof geld zweethutcursussen te geven (ook een bedrijfsleider wil wel eens contact met de Grote Geest). Tekenend is dat een van de meest gerespecteerde vertegenwoordigers van het 'Indiaans denken' ontmaskerd is als een geïmmigreerde Griek met talent voor manipulatie.

Waarschijnlijk is de beste manier om een Hollandse Indiaan te worden gewoon weer Indiaantje spelen. Er bestaat een bedrijf dat tipi's verhuurd, en in een Apeldoorns speciaalzaakje kun je terecht voor een coole outfit. De eigenaar, een christen in hart en ziel maar met het uiterlijk van een Apache, geeft lachend toe dat hij nog nooit een voet gezet heeft in Amerika.

Hij vindt Indianen alleen maar interessant omdat ze er zo stoer uitzien. Voor een zacht prijsje maakt hij je mocassins op maat of knipt hij een 'adelaarsveer' precies zo in als jij denkt dat een echte Indiaan dat zou doen. Want ook in jou schuilt de Grote Geest.

De Buzzer

Halfbakken oerGSM's schreeuwen om vergetelheid

Schrijver Lodewijk van Deyssel vond telefoneren zó'n gênante bezigheid dat hij dit aan een knecht uitbesteedde. Nu, een eeuw later, is Bells uitvinding uitgegroeid tot het summum van cool; overvloedig telefoneren reflecteert een dynamische levensstijl die iedere zichzelf respecterende goktentuitbater of hartchirurg wil uitstralen.

Men heeft ontdekt dat het niet om de inhoud van je telefoontje gaat, maar om je houding tijdens het telefoneren (met een goede telefoonmotoriek kun je het drukste café domineren), en dat het beter is om opgebeld te worden dan zelf te bellen (impliceert onmisbaarheid en trekt meer
aandacht).

Tele-exhibitionisme heeft natuurlijk alleen maar zin als er publiek aanwezig is. Daarom is de oude draadtelefoon zo ongeschikt; ze beperkt de beller tot het kantoor waar zijn collega's dondersgoed weten dat hij geen dynamische persoonlijkheid is maar een slappe ouwehoer, of tot de telefooncel waar hij niet opgebeld kan worden en slecht zichtbaar is vanwege de beslagen annex ondergepieste ruiten.

Voor veel narcistische yuppies was het dan ook een godszegen toen Telecom de mobiele telefoon introduceerde. Geen grand café of file was meer veilig voor hun peperdure telebabbels, die ze tot ware belperformances perfectioneerden.

Nederland heeft echter maar een beperkt aantal yuppies. Dus om ook Jan Modaal uit te melken lanceerde Telecom een paar jaar later de Kermit, een soort speelgoedtelefoon die alleen maar functioneert als je naast een postkantoor staat. Telecom had een marketingbureau nodig om erachter te komen dat Jan Modaal geen behoefte heeft om, pal naast een gewone telefooncel, met een Muppetkikker voor twee gulden per minuut weg te bellen. Kermit is inmiddels geëxecuteerd en zijn opvolger, de Greenhopper, klinkt als een beest uit Sesamstraat. En daar heeft Jan een nog grotere hekel aan.

Telecom richt zich nu vooral op jongeren. "Kids", zo redeneert ze, "zijn dom, ijdel en onzeker en dus makkelijk te manipuleren. Bovendien hebben ze spaarvarkens vol Zilvervloten en een enorm gat in de hand. Uitstekende prooien dus." Ze introduceerde de Buzzer, een halfbakken semafoon die eruit ziet als een Nintendospelletje of een Swatch, en presenteerde dit driehonderd gulden kostende prulletje als de nieuwste trend in telecommunicatie. "Buzz je vrienden op in de disco of collegezaal!" luidt hun lekkermakertje.

Praten met de Buzzer kan echter niet. Nu hebben jongeren elkaar natuurlijk helemaal niets zinnigs te vertellen ("Mijn scooter haalt nu 80. Heb je Mieke al in d'r tieten geknepen?"), maar Telecom heeft over het hoofd gezien dat voor een overtuigende teleshow - en die zijn juist voor jongeren zo aantrekkelijk - wel een echt gesprek nodig is.

Een low budget semafoon die bzzz doet is bepaald geen charismaversterker. Om de kids er toch van de onmisbaarheid te overtuigen moeten de copywriters van Telecom zich dan ook in de meest onwaarschijnlijke bochten wringen. Eén commercial gaat zo: "Stel dat je in de collegebank zit, en je vrijer uit Italië is aangekomen op je etage. Dan kunnen je huisgenoten je met je buzzer opbuzzen. En kun jij een smoes verzinnen om zo snel mogelijk naar huis te gaan!"

Ik denk niet dat jongeren zo stom zijn om zich een prutsbuzzer aan te laten smeren. Zeker niet als ze zich spiegelen aan de oudere yuppies, die het tegenwoordig juist cool vinden om niet bereikbaar te zijn (je bent immers pas echt in control als je niet voortdurend lastiggevallen hoeft te worden).

Verder heeft Telecom de kapitale fout gemaakt om de buzzers uit te rusten met een trilmechanisme dat rinkelen vervangt - blijkbaar leeft ze in de illusie dat zo'n broekzakvibratortje een grotere kick geeft dan de aandacht van een collegezaal vol snotneuzen.

Je zal zien de Buzzer net zo snel geëlimineerd wordt als de Kermit, en dat jongeren een mooie Gamma nep-autotelefoon van 24,95 op hun opoefiets plakken. De voordelen staan op de doos: 'Geen aansluitingskosten, geen abonnementskosten, geen gesprekskosten. En gemakkelijk te monteren.' Daar had zelfs Van Deyssel zich in kunnen vinden.

Anonieme seks

Muurbloempjes uit de kast en in de dark room

Gelukkig. Net voordat de Seksuele Revolutie in het slop dreigt te raken zijn we in een nieuwe fase beland: het Anonieme Openbare Seks Tijdperk. Jawel. Het fin de siècle zal getekend worden door seks met onbekenden, liefst zo exhibitionistisch en vunzig mogelijk.

IJkpunt voor deze ontwikkeling is de veelbesproken Kinky Party, een 'multiseksueel' feest in Amsterdam waarbij de gasten zich in lak, leder of rubber geperst hebben om zich in dark rooms aan hun onbekende medefeestgangers te vergrijpen. Dit fenomeen is zo'n spetterend succes dat burgemeester Patijn er overspannen van is geraakt en de media hun reporters in sm-outfits hijsen voor een stukje 'investigative journalism'.

Geforceerde decadentie of gewoon lekker je masturbatiefantasieën uitleven. Als we feministische journaliste Bernadette de Wit mogen geloven het laatste. Deze De Wit heeft met een enthousiast artikel over de party's in de Groene Amsterdammer behoorlijk wat stof op doen waaien, met name bij collega's.

Bernardette is namelijk niet alleen maar wezen flirten en loeren, ze heeft ook actief aan de seks meegedaan. Zo was ze bereid een dominante kerel op diens wenken in de Donkere Kamer te pijpen, "ongehinderd door de etiquette van de Postbus 51-campagnes, die ervan uitgaan dat vrouwen slachtoffer zijn van seksueel misbruik en tegen beestachtige mannen beschermd moet worden".

Dergelijke uitspraken vielen niet in goede aarde bij columnistes Dorien Pessers (de Volkskrant) en Beatrijs Ritsema (NRC Handelsblad), die meenden dat vrouwen zich juist moeten verzetten tegen dit 'typisch mannelijke, banale cultuurverschijnsel'.

Wat een onzin. De Wits pleidooi voor anonieme seks komt over als een coming out van een afvallige feministe. Haar artikel lijkt een confessie van een dame op leeftijd die zich heeft losgerukt van haar maatschappelijke korset om eens ongebreideld de slet uit te hangen - zonder daarbij haar zelfdunk te verliezen. Ze is zó vervoerd van haar 'zelfbevrijding' dat ze de Kinky Party romantiseert en generaliseert als remedie tegen onze bevroren maatschappij.

Probleem is dat de behoefte aan zo'n coming out dus waarschijnlijk een noodzakelijke voorwaarde is om van de kinky excessen te kunnen genieten - niet voor niets zijn juist in de homoseksuele subcultuur, waar de meeste individuen toch een verleden als paria in een heteroseksuele wereld hebben gekend, kinky parties ontstaan en dark rooms uitgevonden. Maar als je je al ontzettend bevrijd voelt, is er dan nog lol aan?

Een andere beperking van de Kinky Party's is dat ze iedere mogelijkheid tot provocatie ondermijnen. Immers, als alle feestgangers geile kleding aan hebben en vunzig flirten is het moeilijk om nog op te vallen. Dat was mijn frustratie toen ik een jaar geleden, passend uitgerust in leren maatbroek die niets te raden overliet, als chaperoon van twee dames in de Kinky Club werd geïntroduceerd.

Ik genoot van de bizarre outfits (van slangeleren wonderbra's tot duikerspakken met pijpgat) en het was verfrissend om iedereen eens ongegeneerd vies te zien doen, maar ik stoorde me al snel aan de vanzelfsprekendheid van die totalitaire geilheid. Het was niet spannend meer. Uiteindelijk heb ik urenlang zitten luisteren naar het levensverhaal van een pvc-meisje, dat een draadloze telefoon bij zich droeg om haar vriend te bellen "als het fout ging". Over kinky gesproken.

Er is niets tegen Kinky Party's en hun dark rooms. Ze moeten echter niet aangezien worden voor een antwoord op een perversie die door de hele maatschappij gekoesterd wordt; anonimiteit is voor veel mensen juist geilheid ondermijnend. Zo is zelfs porno, waar de Kinky Party een verlengstuk van lijkt, effectiever als je dezelfde 'modellen' terugziet ("Hé, daar hebben we Dolly Buster weer!") en niet voor niets keren hoerenlopers vaak naar dezelfde prostituee terug ("Mag ik je Barbara noemen? Zo heette mijn moeder...").

Ik denk dat de Kinky Partygoers van hun eigen decadentie verveeld zullen raken, en dat de Seksuele Revolutie nog dit millennium afgerond wordt met de zogenaamde Light Rooms. Want dat wordt de ultieme perversie: zien hoe oud en lelijk de onbekende is waar je mee staat te vozen.

New Age

In de bonus: greatest hits van exotische religies

Wij moderne westerlingen voelen ons belazerd. We werken ons een hernia voor de Geldgod maar worden beloond met een mid-life crisis. We zijn opgevoed met de moraal dat sloven behalve giraal ook geestelijk verrijkt, maar liggen nu moreel failliet op de Messias te wachten. En die komt maar niet.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat zoveel mensen zich op de New Age-rage storten. Deze ratatouille van oosterse wijsheden en religies wordt gekruid met parapsychologische verschijnselen en opgewarmd met eigentijdse gedragstherapietjes. Ze geeft ons de illusie dat we terug kunnen keren naar onze emotionele roots; dat we uit de ratrace kunnen stappen zonder op ons bek te gaan en instant compensatie kunnen verwachten voor onze identiteitscrisis.

Dat is wat naïef. Oosterse tradities kunnen ons ongetwijfeld filosofisch inzicht verschaffen, maar voor een algehele metamorfose is een voettocht door de Kanaaltunnel toch passender. Bovendien is de New Age in Nederland onderhevig aan verbastering. Niet alleen omdat onze efficiency haaks op bezieling staat ('Hoe komen we het snelst op de Weg naar het Licht en hoe kunnen we dan het best wat Tao onderweg oppikken') maar vooral omdat onze kruideniersgeest ieder greintje integriteit ondermijnt.

Het is niet toevallig dat juist een telg uit de nationale supermarkt mafia, Ronald Jan Heijn, New Age tempel Oibibio in Amsterdam heeft opgezet. Hij noemt zichzelf het zwarte schaap van de familie, maar in feite heeft hij zijn vaders winkel een esotherische face-lift gegeven om niet meer op de kleintjes te hoeven letten.

Oibibio bestaat uit een esotherisch café-restaurant, een warenhuis en een cursusruimte. Toegegeven: het café-restaurant oogt sfeervoller dan de doorsnee macro-biotent; de nep vergeelde muurverf en de nep antieke lampen verraden de hand van een binnenhuisarchitect met affiniteit voor aardtrillingen. De uitgebreide Oibibio-krant, die passend wordt ingeleid met een gedicht van Ronald Jan ('The more blue we make, the more of us is awake') is een soort blauwdruk van typisch Westers New Age denken.

Er wordt voortdurend in gesuggereerd dat je middels een cursus of workshop een ander mens kan worden - jezelf om precies te zijn. De cursusleiders, veelal Amerikaanse psychobabbelaars, refereren veelvuldig aan oosterse filosofieën en meditatievormen, maar stroomlijnen deze met modieuze vaagheden om ze aanlokkelijk te maken voor de doorsnee yup. Dus veel kreten als: 'de verbinding met ons zielegebied' en 'alles is energie'.

Hoezeer vermaterialiseerd de New Age al is blijkt uit de talloze businesstrainingen, waarbij zakenlieden middels met een gecomprimeerde Taoleer hun collega's leren vernaggelen ('How to handle Corporate Negaholics'). Bezieling is een zakencursus geworden.

Wie de New Age merchandising in al haar lelijkheid wil proeven moet het warenhuis van Oibibio even scannen. Dat is een soort kruising tussen Xenos en de Bijenkorf, volgestouwd met de meest wanstaltige godsdienstsouveniers tegen astronomische prijzen. Een stevig Bouddhabeeld moet drie mille opbrengen, een mondgeschilderde Krishna-pop bijna de helft, en een twee meter lange houten dolfijn (een populair New Age-symbool vanwege die vermeend gelukzalige glimlach) kost 9 mille.

Het enige wat de gemiddelde Albert Heijn-ganger zich hier kan veroorloven is een hologram van Het Laatste Avondmaal (tientje) en een gestencilde zelfcursus 'Overwin Koude Rillingen bij het Eten van Fruit' (knaak). Straks zijn er nog Bouddha-zegels en Zen-miles.

New Age in Nederland lijkt eerder een benadrukking van ons moreel failliet dan een vluchtheuvel in de ratrace. We willen zo graag esotherisch zijn, zo graag spiritueel, zo graag iets meer dan een klomp werklust. Maar hebben noch het geduld, noch de mentaliteit.

Dat is ook niet zo erg. Laten we vrede proberen te krijgen met onze calvinistische handelsgeest, met onze passie voor afzetten, afdingen en aftroggelen. En wie weet, vinden we in onze handelsroes wel een eigen, voordelige Weg naar het Licht. Zonder de Zen-miles van Ronald Jan.

Vrouwenporno

Revolutie of evolutie van de vrouwelijke lust

Er wordt wel eens beweerd dat porno te grof zou zijn voor het vrouwelijk libido. Te weinig verhaal, te weinig romantiek. Te direct. Een vlieger die ongetwijfeld opgaat voor een aantal vrouwen, maar die als generalisatie naar feministisch wishful thinking riekt. Veel vrouwen fantaseren er net zo platvloers op los als de gemiddelde Vieze Man, en lopen de pornotheek plat voor het meest simplistische beukwerk.

Het is wel een feit dat de gemiddelde pornovideo meer vanuit het perspectief van de man gefilmd wordt dan vanuit de vrouw. Zo is de bef/pijp-verhouding behoorlijk scheef; cunnilingus wordt meestal beperkt tot wat vluchtig geflebber naast de clitoris, terwijl de dames voortdurend de meest monstrueuze snikkels moeten doorslikken. De vrouw wordt meer gebruikt dan de man.

Natuurlijk is dit een fantasie waar behalve mannen ook licht masochistische vrouwen op kicken, maar het is typisch macho wishful thinking om er vanuit te gaan dat alle vrouwen zich hierop bevredigen.

Gelukkig wordt er steeds meer porno door vrouwen voor vrouwen gemaakt. Vrouwenporno 'mag', zoals dat in feministische kringen genoemd wordt. Dat klinkt nogal slaafs en voorzichtig, en dat is het vaak ook: de seks wordt nogal eens met de mantel der liefde gecorrumpeerd.

Een vrouwen-erotheek als Absolute Danny bijvoorbeeld biedt haar dildo's en lingerie aan als halve kunstitems, terwijl de als porno gepresenteerde verhalen in bladen als Viva vaak truttige sprookjes blijken (vol 'roeden' en 'spleetjes') en geïmporteerd worden uit exotische culturen voor de broodnodige antropologische legitimatie. Maar aangezien er onlangs een ranzige Boeketreeks op de markt is gekomen (Black Lace) lijkt het verschijnsel zich toch te verankeren in de samenleving.

De beroemdste echte vrouwenporno zijn de video's van producente Candida Royalle, ex-pornoster (of 'actrice' in haar eigen bewoordingen). Haar klanten durven of willen niet in een gewone sexshop komen, want de verkoop geschiedt voornamelijk via postorderbedrijven. "Ik maak films met erotische fantasieën, want vrouwen willen meer dan seks," stelt mevrouw Royalle.

En inderdaad, in haar serie geen patsboemverkrachtingen waarbij 30 centimeter lange dampende snikkels in weerloze kutjes worden gepropt, maar romantische verhaaltjes waarin sterke, maar o zo tedere prinsen de dames na veel verantwoord voorspel tot hoogtepunten brengen. Er wordt wel vies gedaan, maar dan toch zo netjes mogelijk en met veel aandacht voor het vrouwelijke orgasme.

Recensenten waren dolenthousiast ("zo vrouwvriendelijk!"), maar toen ik Candida's fantasieën aan een aantal vriendinnen liet zien vonden ze het veel te politiek correct om er een kick uit te halen.

Veel meer waren ze te spreken over de pornoverhalen van Lydia Rood. Lydia Rood is vooral bekend als schrijfster van thrillers en kinderboeken, maar bundelt ook erotische verhalen van internationale schrijfsters (Zusters in de Zonde).

Rood gaat ervan uit dat vrouwen niet gesmoord willen worden in de knuffelcultuur van het politiek correcte feminisme, maar net zo zeer behoefte aan seks en porno hebben houden als mannen. Toch noemde ze haar eerste eigen pornoverhalenbundel Louter Lust liever erotisch, "omdat veel vrouwen terugschrikken voor de term porno".

Een lucratieve beslissing, want het boek verkoopt een veelvoud van haar overige schrijfsels. Louter Lust is een stuk beter en geiler dan ik verwachtte. Geen getrut, maar stevig geneuk en gebef en gepijp.

Het verschil met de doorsnee mannenpomo is dat de verhalen veel beter geschreven zijn, en dat Roods heldinnen hun sekspartners soms vernederen op een manier die, als Rood een man was geweest, woedende reacties opgeleverd zou hebben van politieke correctiegroepen. Perfect voor licht masochistische mannen.

Ik vermoed dat het vooral de banale, maar intelligente porno zal zijn die toekomst heeft. Porno die zich niet laat besnijden door gefrustreerde, calvinistische feministes of politieke correcto's, en zich niet spiegelt aan de stompzinnige clichés van de mannenporno. Er komt een tijd dat vrouwenporno niet mag, maar moet. Waarschijnlijk nog viezer dan mannenporno. Maar dat is typisch mannelijk wishful thinking.

Ontvoering per UFO

Unindentified inwendig onderzoek wordt syndroom

De Westerse Wereld begint schoorvoetend in de gaten te krijgen dat er iets in de lucht hangt. Steeds vaker worden Unidentified Flying Objects (UFO's) geregistreerd die vanwege hun wendbaarheid, snelheid en geruisloosheid onmogelijk aardse ontwerpen kunnen zijn. Bovendien worden er, na decennia zwijgplicht, geruchten over gecrashte schotels met lijken van aliens door getuigen uit het leger en de FBI bevestigd.

De opeenstapeling van gegevens ten spijt heeft geen enkele overheid - op de Belgische na - de moed gehad om het bestaan van UFO's te erkennen.

Wie de nodige scepsis tegen Vreemde Vliegende Gevallen koestert zal de laatste UFO-trend wel helemaal hilarisch vinden: ontvoeringen. Steeds meer mensen beweren dat ze door kleine, plasserloze grijze mannetjes met grote ogen (een soort intergalactische Tom Poezen) uit hun slaap gehaald worden en verlamd naar een ruimteschip 'opgestraald' worden.

Daar belanden ze in een ziekenzaal met tientallen andere slachtoffers om op een operatietafel een uitgebreid, soms pijnlijk fysiologisch onderzoek te ondergaan. Met name de genitaliën krijgen de aandacht: soms worden de slachtoffers bevrucht of wordt sperma afgetapt. Ook worden objecten geïmplanteerd. Na afloop worden de slachtoffers teruggestraald en lijden ze aan geheugenverlies.

Toen ik voor het eerst van dit fenomeen hoorde, leek het me lulkoek à la RTL5's Sightings. Ik begin echter in te binden nu ik boeken over de ontvoeringen gelezen heb van twee Amerikaanse academici: David Jacobs, doctor in de historie, en John E. Mack, een gerenommeerd hoogleraar psychiatrie aan de Harvard Medical School.

Beiden hebben UFO-slachtoffers onder hynose onderzocht en kwamen tot de conclusie dat hun cliënten noch fantaseerden, noch hysterisch waren, noch psychotische waanbeelden hadden, noch op publiciteit uit waren. Hun trauma's moesten, hoe ongelofelijk ook, gebaseerd zijn op werkelijke ervaringen.

Natuurlijk zijn de conclusies van deze geleerden geen sluitend bewijs voor het bestaan van intergallactische ontvoeringen - er hebben zich wel beroemdere profs laten meeslepen door een overmaat aan fantasie. Overtuigender zijn de verslagen van de slachtoffers zelf. Die lezen bijna saai. Ze zijn homogeen tot in de meest complexe details (let wel: ze zijn opgetekend in een tijd dat ze door de media genegeerd werden) en opvallend onsensationeel. Ze lijken blauwdrukken van de systematisch-routineuze proeven die onze wetenschap op dieren uitvoert.

Het argument dat de therapeut de gehypnotiseerde patiënt onbewust heeft beïnvloed moet weliswaar serieus genomen worden, maar verklaart niet waarom sommige slachtoffers zich de ontvoeringen ook zonder hypnose kunnen herinneren. Bovendien bestaan er fysieke aanwijzingen die de verhalen onderbouwen: onverklaarbare, nieuwe littekens, vreemde stukjes metaal onder de huid, verdwenen foetussen zonder miskraam of abortus.

Als we, nuchtere Hollanders die we zijn, ervan uitgaan dat het hier om typisch Amerikaans escapisme draait (waarom worden er nooit inwoners uit Sneek opgebeamd?) blijft de vraag wie er baat bij zo'n hype heeft. De slachtoffers zelf lijden overduidelijk onder hun 'fantasie' en als commercieel onderwerp zijn de ontvoeringen bepaald niet aantrekkelijk: Hollywood hoort liever New Age verhaaltjes over E.T.'s die onze planeet komen redden van ecologische zelfdestructie, of over kwaadaardige Body Snatchers die van Clinton een communist proberen te maken.

Hoe dan ook, het is dom om serieuze verhalen van serieuze mensen te negeren alleen omdat het onderwerp te heavy is voor gezond verstand. En och, een wijd verbeid geloof in de ontvoeringen biedt tenminste één groot voordeel: ongestraft vreemdgaan. Als je 's morgens na een zware voospartij thuiskomt en je partner verontwaardigd informeert waar je geweest bent, antwoord je: "Ik weet het niet precies, maar volgens mij ben ik door aliens geneukt in een vliegende schotel..." Hierop zal je partner je begripvol troosten.

Bloeddorst

In de regel geen regels bij kooigevechten

Onder luid gejoel van het publiek stappen twee atleten de kooi binnen: een ranke bokser en een volvette sumoworstelaar. Ze dragen geen handschoenen of andere bescherming en er is geen scheidsrechter aanwezig. Eerst maken ze wat schijnbewegingen, dan opeens slaat de bokser de sumoworstelaar tegen de grond en springt hij bovenop diens rug. Met volle vuist begint hij op de sumo's nek in te rammen. Niet een of twee keer, maar wel twintig keer. Wham! Wham! Wham! Dan op diens ogenkassen. Wham! Wham! Wham! Het publiek wordt helemaal gek.

De sumo probeert zich met zijn ene hand te beschermen en met de andere op de mat te kloppen, en spuugt onderwijl een tand uit. De bokser houdt pas op als het gezicht van de sumo hutspot is geworden. "Ik zocht z'n hersenstam," merkt de winnaar na afloop lakoniek op, "dat is de enige plaats waar een sumo kwetsbaar is."

Dit zijn geen gecensureerde shots uit Mad Max maar beelden op NBC Super Channel van de nieuwste trend binnen de vechtsport: het kooigevecht. Alle vechtsportdisciplines kunnen hier tegen elkaar uitkomen; judoka's tegen kickboksers, aikidoka's tegen karateka's - noem maar op. Het Kooigevecht moet antwoord geven op de hamvraag waar elke vechtsportfreak heimelijk over filosofeert: 'Welke vechttechniek is superieur?'

Nu bestaat er in de officiële sportwereld al iets dergelijks, het zogenaamde free fight, maar hierbij is sprake is van een streng gereglementeerd arbitrair systeem en maar liefst vijf scheidsrechters. Blessures zijn bij free fight dan ook zo goed als uitgesloten.

Bij kooigevechten lijken blessures juist de bedoeling: regels zijn er niet of nauwelijks (oké, een gevloerde tegenstander mag niet nagetrapt worden...) en een scheidsrechter is taboe. De enige manier om het gevecht te eindigen is met een knock-out, de dood, of - in het gunstigste geval - het afkloppen op de mat.

Onsportief? Barbaars? Abject? Reken maar. Toch speelt deze trend slechts in op de onderdrukte bloeddorst die al jaren in bepaalde vechtsportkringen voelbaar is. Het hardcore knokgrauw is verveeld geraakt met de filosofische mooipraatjes waar het officiële wedstrijdwezen zo graag mee strooit. Voor hen geen 'respect voor tegenstanders' of 'innerlijke rust' meer. Er moeten kaken gebroken, kloten gestampt, en oogbollen gedrukt worden. De beuk erin.

De vraag is hoelang het nog duurt voordat het Kooigevecht vaste voet krijgt op Olympische Spelen. Slimme promotors zijn er namelijk in geslaagd om dit sinistere undergroundfenomeen met behulp van een paar grote namen en vooral veel poen een legale, welhaast 'respectabele' status te bezorgen. Eerst in Amerika, nu ook in Nederland. De Amerikaanse senator John McCain, een Vietnamveteraan en voormalig amateurbokser, vindt het kooigevecht onamerikaans (onethisch heet dat in Nederland) en wil een verbod. Ik kan daar alleen maar mee instemmen.

Niet zozeer omdat het fenomeen indruist tegen de gangbare vechtsportmoraal (je kunt evenzeer vraagtekens zetten bij 'nette' disciplines als kickboksen); niet omdat het een paar duizend jaar ontwikkeling van de vechtsportbeschaving overboord kiepert (van de Queensberry Boxing Rules uit het negentiende eeuwse Engeland via de eerste lederen handbescherming bij de Oude Grieken zijn we weer terug bij de Neanderthalers - en die hadden honger); niet omdat er dooien gaan vallen (laat die idioten elkaar toch fijn de hersens inslaan).

Neen, het kooigevecht moet uit de legale sfeer omdat dan zo toegankelijk is voor kinderen. Jawel. Apen van amper twaalf jaar mogen naast zich naast paps op de tribune vergapen aan dit bloedbad dat ze, vanwege al die verschillende outfits en stijlen, gemakkelijk voor een spel als All Star Wrestling aanzien.

Van de organisatoren hoeven we weinig begrip hiervoor te verwachten. Op de vraag waarom hij geen leeftijdsgrens in wilde stellen antwoordde de Amerikaanse promotor met een staalhard gezicht: "Het Kooigevecht stimuleert jongeren om aan een vechtsport te gaan doen. Daar krijgen ze zelfvertrouwen van!" Zeg dat maar tegen Japie als hij straks van zijn eerste judoles met een paar lege oogkassen thuiskomt.