columns archief

titels columns over tv

Columns over tv 1993-1998

Neurologische jaloezie

Oliver Sacks kokketeert met La Tourettepatiënt

Oliver Sacks is 's werelds populairste neuroloog. Sacks schrijft vlotte boekjes over afwijkingen van het brein met wonderlijke titels als 'De man die zijn vrouw voor een hoed hield'. Sacks is bovendien fotogeniek; met geleerde baard en pretoogjes lijkt hij een kruising tussen Freud en Robin Williams - de laatste speelde hem in Sacks-verfllming 'Awakenings'.

Sacks komt echter het liefst zelf in beeld. Boze tongen beweren dat hij te populair doet voor een wetenschapper. Dat Sacks dubieuze trekjes heeft bleek uit BBC-serie The Mind Traveler (VPRO, donderdagavond). Sacks ging in Parijs op stap met Shane, een man die lijdt aan het syndroom van La Tourette.

"Nerveuze aandoening die wordt gekenmerkt door motorische storingen en echolalie, oftewel het onwillekeurig herhalen van woorden." Sacks leest hardop voor uit het boek dat Gilles de La Tourette in 1885 over Shane's syndroom schreef. 'Echolalie!' grapt Shane onmiddellijk, 'Echolalie!'. Shane is een aantrekkelijke Canadese vent van een jaar of dertig. Het syndroom kan zich bij hem in alle hevigheid manifesteren omdat hij weigert tranquillizers te slikken.

Dat betekent een slopend bestaan. Als hij met Sacks op pad gaat 'moet' hij steeds even achteruit lopen, struiken aaien, in standbeelden klimmen. La Tourette draait om impulsen; Shane heeft een onstuitbare drang om aan te raken. Hij geeft wildvreemden opeens een handje. "Hoi. Ik ben Jack Jones. Stem op mij!" grapt hij dan.

Het is bij Shane niet altijd duidelijk wat Tourette en wat Shane is. "La Tourette is een combinatie van biologische, persoonlijke en culturele factoren," verduidelijkt Sacks terwijl Shane hem aan zijn oor trekt. "Dit kan bijvoorbeeld niet als neurochemische reactie verklaard worden." "Nee", zegt Shane, "dit is gewoon pesten!"

Het lijkt of Shane soms vervelend doet om zijn afwijking minder te laten opvallen. Aangezien zijn gedrag nogal eens agressie opwekt doet hij aan karate, waarvan de impulsieve bewegingen aansluiten op de symptomen. Ook in zijn werk als kunstschilder ondervindt hij geen hinder: zijn expressionistische doek van een tijgerkop met bloeddoorlopen ogen is ronduit indrukwekkend.

En de vrouwen vallen bij bosjes voor zijn spontaniteit. Maar van een relatie komt het zelden. Te uitputtend. We zien hem even in zijn hotelkamer liggen, terwijl hij alle tics hun gang laat gaan. Hartverscheurend.

Sacks vond het avontuur met Shane geweldig. "Shane is bovenal mijn vriend," beweerde hij terwijl zijn patiënt een riooldeksel oplichtte. Het is moeilijk Sacks te geloven, en niet alleen vanwege zijn wetenschappelijke fascinatie. Sacks, zelf een stijve, cerebrale man, bestudeerde zijn vriend alsof hij zelf nooit van zijn leven naar een impuls had geluisterd. Shane mag dan meer dan patiënt voor hem zijn, Sacks vriendschap is gedrenkt in jaloezie.

De fabrieksengel

A-sociale sfeer in de sociale werkplaats

Gloeiende broden van de lopende band pakken. Glibberige dopjes op flesjes draaien. Enveloppen vouwen. Pallets stapelen. Vakken vullen. Ik heb zo veel ongeschoolde baantjes gehad dat ik me er bijna tot verdoemd voel. Het begon als onschuldig vakantiewerk, ontspoorde in een 'ik weet niet wat ik met mijn leven aan moet tijdspoelen' en groeide uit tot een noodzakelijke aanvulling op mijn freelance inkomen.

Ieder baantje voelde als een fuik. De herrie, de stompzinnigheid, de collega's met hun voetbalgeleuter. Toch vond ik in iedere fabriekshel wel een engel. Een buitenbeentje waar ik mee kon lachen, die mijn vertrouwen in de mensheid herstelde. NPS-serie 'Werken aan Werk' ging over de lopende band in een sociale werkplaats. Feest der herkenning.

Musketflikken. Krokante paaseitjes. Kersenbonbons. Alle denkbare tandverziekertjes worden in fabriek De Baronie gemaakt. Ze moeten in zakjes, de zakjes moeten in dozen, de dozen moeten dichtgeplakt. Een chef met snorloze baard dirigeert iedereen naar de juiste plek aan de band. "Discipline is nodig bij dit soort mensen," weet hij. "Als ze allemaal 2 minuten extra pauze nemen is dat 270 x 2 per jaar. Reken maar uit!"

De fabriek is een sociale werkplaats, maar wedijvert met het bedrijfsleven. Jakkeren dus. Dat vinden de werknemers niet leuk. Ze zijn zwakbegaafd, maar van hun reputatie als vrolijke, aanhankelijke, directe medemensen laten ze niets merken - ze lopen elkaar voortdurend te stangen.

Sommigen komen extra vroeg naar het werk om eikaars favoriete plekje aan de band weg te kapen. Jaap zit de hele dag vals te fluiten, gaat extra hard door als hij moet dimmen ("Ik ben een goeie pester, hèhèhè!"). En Karel duwt baldadig dozen van de band omdat zijn collega niet wil luisteren ("Hé dove! Hé dove! Hé dove!")...

'Werken aan werk' klinkt als een naïeve Postbus 51-brochure die langdurig werklozen tot solliciteren moet stimuleren. Maar zelfs de zwakst begaafde zal na deze reportage door willen leren - sociale werkplaatswerk is net zo erg als ongeschoold werk voor hoogbegaafden.

Toch was er ook in de Baronie een engel te ontwaren. Zwak begaafd was-ie niet, maar vanwege leeftijd tot de sociale werkplaats verdoemd. "Jaha", bulderde hij uitdagend door de fabriekshal, "stel je eens voor dat de mensheid zonder kersenbonbons kwam te zitten!" Op de computer leest hij dat de machine al 9 miljoen kersenbonbons heeft gemaakt. "Dat kan ik niet bevatten. Wil ik niet bevatten. Ik vind het een verschrikkelijk product, alleen die lucht al." Even is hij stil. Dan, met wanhopige blik: "Ik moet er niet aan denken om er nog eens 9 miljoen te maken..." Zelfs een doorgewinterde fabrieksengel heeft wel eens behoefte aan een eigen engelbewaarder.

De kannibaal en de leeuwin

Antony Hopkins staart leeuwin weg

De KRO zendt op woensdagavond een BBC-serie uit waarin filmsterren geconfronteerd worden met wilde dieren: In the Wild. Goed idee, want in iedere filmster schuilt wel iets van een roofdier. Bij Jack Nicholson is het een slang, bij Sharon Stone een bidsprinkhaan, bij Clint Eastwood een adelaar.

Alleen bij Anthony Hopkins is het onduidelijk. Zijn stiff upperlip associeer je niet bepaald met een brullende vleeseter, maar wie hem in The Silence of the Lambs heeft gezien als kannibalistische psychiater Hannibal Lector weet dat Hopkins moordlust uit kan stralen. Sterker nog, zijn koude blik en grijns zijn angstaanjagender dan welk roofdier ook - het is moordlust zoals je die alleen bij mensen aantreft. De BBC zag echter een leeuw in Hopkins en stuurde hem op safari. Arme beesten.

Afrika, Tanzania, 30 graden in de savanne. Hopkins loopt gutsend van het zweet met de inlandse gids door het struikgewas. "Hou je het vol?" vraagt de gids. "Het is net midje zomer in Londen!" lacht Hopkins. Deze Englishman abroad laat zich niet kennen en begint ijverig op een uitgedroogde wortel te zuigen waar volgens de gids veel vitamine C in zit.

Voor de juiste moraal gaan ze op bezoek bij de Masaï, een volk van veehoeders dat regelmatig met leeuwen slaags raakt. "We zijn pas volwassen als we een leeuw hebben gedood," zegt de leider en laat een enorm litteken zien.

Hopkins is onder de indruk en vertrekt naar een vulkaankrater waar de grootste leeuwen ter wereld leven. Vanuit de landrover kijkt hij toe hoe een leeuwin een buffel bespringt en met tien vriendinnen aan stukken rijt. Gruwelijk, maar te verwachten van de koning der wildernis. Nobele wreedheid zogezegd.

De link met Hannibal Lector wordt pas duidelijk als een welpje door zijn vader gedood wordt: moeder leeuw begint het, samen met de rest van haar kroost, op te eten en even later zien we een welpje triomfantelijk met de kop van zijn broertje rondsjouwen. "Misschien is de leeuw niet zo nobel als hij lijkt," merkt Hopkins cynische grijnzend op als ze de krater uitrijden.

Tijd voor een confrontatie. Ze gaan terug de savanne in. Te voet. In de savanne zijn minder leeuwen, maar hebben ze meer honger. Na uren spoorzoeken stuiten ze op een leeuwin. "Rustig blijven, traag lopen. En vooral niet aanstaren," waarschuwt de gids. De leeuwin laat zich niet zo gemakkelijk belazeren. Ze spant haar spieren en fixeert haar blik op Hopkins, klaar om hem te bespringen.

Maar Hopkins staart net zo hard terug. En dan ziet de leeuwin wat wij in de bioscoop gezien hebben: de moordlust van Hannibal Lector. Ze aarzelt, verstijft, en kiest jankend het hazepad. Misschien schuilt er in ieder roofdier wel een angstig acteur.

Miskraam in de poldersloot

Gladgestreken dierenmishandeling achter het riet

Heel gênant om te bekennen, maar als puber ben ik fanatiek hengelaar geweest. Terwijl andere jongens aan BH's zaten te plukken raakte ik opgewonden van een gespannen hengeltopje. Heel gênant, zeker omdat sportvissers met een ultra lullig imago kampen: regenpakken, brillen, bivakmutsen, mobiletjes, bloempotcoupes.

Toch was de reden waarom ik er uiteindelijk mee gestopt ben niet het gebrek aan flirts, maar een kwaad geweten. Iets in me zei dat mensen ook niet aan hun haar het water ingetrokken wilden worden, gewogen, en weer op het droge gesmeten. Vissen was fout.

Inmiddels ben ik een kwart eeuw visser-af, maar zijn de perverse gevoelens nog niet helemaalafgestorven. Diep van binnen verlang ik naar een krom engeltopje. Vorige week zondag heb ik gezondigd en naar RTL4's Vis-TV gegluurd.

"Vissen is een passie die zich vertaalt in wat er onder en boven de waterspiegel afspeelt", verduidelijkt een vouwelijke voice-over met nauwelijks verholen spot, terwijl er op de achtergrond een middeleeuws fluitmuziekje zenuwt. "Hengelaars streven rust na en willen toch bezig zijn op een milieuvriendelijke manier."

En ja hoor, daar gaan ze: een hele file van ronkende Kadettjes over de dijk. Baarsjesjagers. Bij deze wedstrijd gaat het niet om de lengte per vis maar om het aantal vissen. Dus staan er honderden bodywarmers met minuscule hengeltjes minuscule visjes te vangen. Bah. Dat zijn geen echte vissers. Ook het item over zwartvissen kan me niet echt opwinden (gefrustreerde controleur met druipsnor: "Nee als zodanig heb ik dus geen opsporingsbevoegdheid, maar ik kan dus wel de politie waarschuwen!").

Allemaal opvulling. Ik wil the real thing. Ik wil big mamma's. De presentator, een Janmaat met plat Rotterdams accent en skijack, voelt dat haarfijn aan. Hij neemt ons mee op karperjacht Enorme werphengels, grimmige blikken en halfzachtgekookte aardappels. Op de achtergrond zwelt een pompeuze hardrockgitaar aan, en wammes!, daar wordt een vijftienponder aan de haak geslagen.

Het water begint te kolken, de hengel staat op knappen, andere hengelaars halen hun lijn weg. Een enorme spiegelkarper vecht om zijn vrijheid en wordt langzaam binnengetakeld. Wat een sensatie!

Maar, net als vroeger, is de kick van korte duur. Als ik die enorme karper op het gras naar lucht zie happen, panisch van de stress en met een haak in zijn bloedende mondhoek, weet ik weer 'waarom'. Ook de hengelaar voelt nattigheid. Hij houdt de vis bijna teder vast, en zegt: "Zoooo, nu mag je weer terug. Lekker kuitschieten."

Lekker kuitschieten? Lekker miskramen zal je bedoelen. Laten we elkaar geen mietje noemen, iedere sportvisser is een beul. Ook de stiekeme TV-visser. Voor straf mag ik een week niet aan mijn oude hengeltopje zitten.

Het godsgevoel van een duivel

O.J. Simpson lacht om zijn imago van moordenaar

Jarenlang vond ik het een kick om me in moordenaars te verdiepen. Verslond thrillers en vroeg me dan af of er ook in mij een moordenaar zou huizen. Vooral in biografieën van beruchte moordenaars hoopte ik een glimp van de duivel op te vangen.

Maar the real thing had juist een ontnuchterend effect: zelfs de coolste killer bleek een achterbakse, kleinzielige, sadistische puber die de wereld de schuld gaf van zijn moordlust. Ook in footbal-icoon/vermeend moordenaar OJ. Simpson zit een puber, maar deze kan niemand de schuld geven. Want OJ is nooit schuldig bevonden. Ruby Wax interviewde hem voor de BBC.

"Ik heb tegenwoordig extra sjans bij de vrouwtjes. Ze vallen op mijn bad boy-imago hahahah!" buldert OJ Simpson. Een man die - ondanks vrijspraak - door de wereld gezien wordt als de moordenaar van zijn ex-vrouw. Een man die de keel van zijn vrouw zo ver heeft doorgesneden dat ze bijna onthoofd werd.

Ieder mens zou van zo'n stigma suïcidaal worden, zo niet OJ. OJ zit prima in z'n vel. Onvoorstelbaar prima. Hij heeft Ruby meegenomen naar de golfclub, waar hij zijn 'pensioen' uitzit. "Golf geeft me een erotisch gevoel, hahahah!" buldert OJ terwijl ie hard richting horizon mept.

Ruby, een interviewterriër die mediamonsters als Madonna versleten heeft en op een bekentenis van OJ aast, is overdonderd door zoveel zelfvertrouwen. Of OJ wel eens nare dromen heeft, peurt ze voorzichtig. "In de gevangenis had ik geile dromen. Erg lastig, want de lakens werden zelden verschoond hahahah!" OJ's lach klinkt triomfantelijk, maar in de verte echoot wanhoop door.

Die pikt Ruby op. En ze graaft door: "Wat vinden je kinderen?" OJ, nu kortaf: "Niets." "Heb je er wel eens met ze over gepraat?" "Nee." "Did you do it?" "No!" - nu duidelijk geïrriteerd. "Waarom maak je je dan zo druk?..." Even lijkt OJ uit het lood geslagen. Maar dan, met een grijns: "Omdat je vervelende vragen stelt, hahahah!"

Amerika was geschokt door het interview. Vooral door de epiloog, waarin OJ een zelfVerzonnen sketch opvoert: met een knipoog naar Hitchcocks Psycho maakt hij wilde 'messteken' met een banaan in de douche. Een zieke grap, of hij nu wel schuldig is of niet, maar eerder een indicatie van krankzinnigheid dan van moordlust.

Veel huiveringwekkender vond ik zijn verhaal over een 'state of clear'-ervaring die OJ bij de Scientology Church had beleefd. OJ had zich één met alles gevoeld, wist alles, begreep alles. "Very God-like", merkte Wax scherp op. "Yeah", grijnsde OJ. Niet als een puber, maar als een volwassene die in staat is de strot van zijn vrouw open te snijden. Ik kreeg mijn glimp van de duivel. En ben voor altijd genezen.

De karaktermoord op Bert

Cartoongenie Kamagurka blijkt schmierend acteur

Begin jaren tachtig kreeg ik van een vriend een merkwaardig stripalbum cadeau. "Past precies bij jou," zei hij met een sardonische grijns. Het album was van ene Kamagurka en heette 'Bert maakt het gezellig'. Op de cover zat een mannetje knarsentandend een kopje thee te drinken.

Dat Kamagruka niet kon tekenen was me duidelijk; sterker nog, het leek wel of hij expres lelijk tekende om de lezer te ergeren. Maar Bert hoefde helemaal niet goed getekend te worden. Daar was Bert veel te abstract voor. Bert stopte zichzelf in een mooie doos om zichzelf een Bert cadeau te kunnen doen, Bert kloonde zichzelf om een paar reserve-Berts te hebben.

Bert woonde in een solipsistisch universum dat verdacht veel op het mijne leek - ik was een beetje Bert en Bert was een beetje mij. Des te pijnlijker dat er behalve Bert vooral slechte grappen in het album zaten, te flauw om zelfs maar te verzinnen. Wat was er aan de hand met deze geniale Kamagurka? Had hij geen onderscheidingsvermogen? Of wilde hij zijn publiek toch moedwillig irriteren? Ik vermoed het laatste, gezien de compilatie van Kamagurka's televisiesketches op de Belg.

Sketch: Natuurgids (Kamagurka) staat in weiland met groepje mensen. "Dit is een van de zeldzaamste plantjes van Europa", vertelt hij hen. "Ze groeien uitsluitend op landmijnen!" Natuurgids plukt plantje en 'ontploft'. Groep applaudiseert. Einde sketch.
Sketch: Vrouw komt bij bibliothecaris (Kamagurka) met dichtgespijkerd boek. Bibliothecaris: "Wat is dit nu?" Vrouw: "Ja de bladzijden begonnen los te raken." Bibliothecaris trekt raar gezicht in camera. Einde sketch.
Sketch: Sherlock Holmes (Kamagurka) en Dr Watson staan bij lijk. Holmes: "Hoe staat het met de vingerafdrukken?" Watson: "Daar is de politie druk mee bezig." Twee politiemannen lopen op hun handen langs. Einde sketch.

Dat Kamagurka's sketches flauw zijn, daarmee kan ik prima mee leven (Van Duin is ook grappig). Wat mij doet wegzappen is de zelfgenoegzaamheid waarmee hij zijn fans tot het uiterste tergt. Kamagurka kan niet spelen en probeert dit te verdoezelen door het juist te benadrukken met gekke bekkengetrek in de camera, met irritante typetjes die in het rond springen en met een slissend accent praten.

Hij misbruikt volksartiesten in gastrolletjes om de sketches een campy ondertoon te geven (oude Wim T. Schippers-truc), hij laat een lachband lukraak schateren om zijn fans onder de neus te wrijven dat ze toch wel overal om lachen.

Maar veel erger dan deze zelfgenoegzaamheid is zijn moord op Bert: Kamagurka laat Bert tot leven komen in een tekenfilmpje. Hij laat Bert bewegen en praten. Maar Bert is veel te abstract om te bewegen of te praten. Dan is Bert Bert niet meer. En kan ik nooit meer een beetje Bert zijn.

Het revisionisme van een medicijnvrouw

Geschiedvervalsing in cowgirlserie Medicine Woman

Soms doe ik het gewoon. Dan trek ik mijn lange regenjas aan, zet mijn Waterloopleinhoed op en stop een afwasborstel in mijn broekzak. Ga voor de spiegel staan, kijk mezelf doordringend in de ogen en trek dan razendsnel de borstel uit mijn zak. Pang!! Rein Oostwoud, de man die sneller schiet dan zijn spiegelbeeld! Zolang ik me kan herinneren heb ik cowboy willen zijn. Stoer, sexy & ondoorgrondelijk.

Pas de laatste jaren zakt dat een beetje omdat ik gelezen heb dat cowboys helemaal niet zo stoer waren. De meesten hadden geen geld voor een revolver en als ze er een hadden werkte die niet en als 'ie werkte schoten ze elkaar ermee in de rug. Bovendien hadden ze rottende tanden, vet haar en syfilus en neukten ze hun paard. Cowboys waren stumpers. Volgens de EO-serie (zaterdag) 'Dr Quinn, Medicine Woman' was het nog veel erger.

Medicine WOMAN? Jawel, 'Dr Quinn' gaat over een vrouwelijke arts in het Wilde Westen. Ze wordt gespeeld door ex-Bond-meisje Jane Seymour, inmiddels van middelbare leeftijd en in de serie getrouwd met een vijftien jaar jongere cowboy. Haar tijd ver vooruit zullen we maar zeggen. Maar niet half zo ver als haar zus uit Boston, die langs wipt in Quinns dorpje. Zus is een vrijgevochten vrouw.

De trein nog niet uitgestapt of ze zet de goegemeente op z'n kop met praats over gelijke rechten en vrije liefde. Ze veroordeelt het huwelijk, tongzoent een bejaarde kruidenier en stookt de plaatstelijke hoertjes op. "Jullie moeten voor jezelf beginnen!" roept ze kauwend op een sigaar.

Dr Quinn, die het gezond verstand van de EO-kijker belichaamt, is aanvankelijk jaloers (ZIJ is immers de Moderne Vrouw in de serie, nu lijkt ze een conservatieve trut), maar blijft trouw aan haar moraal. "Intimiteit zonder huwelijk is niets voor mij," stelt ze streng. "Je was altijd al preuts," bijt zus haar toe.

Dan blijkt waarom zus zo doorslaat: ze heeft een traumatisch huwelijk achter de rug. Helemaal verknipt. Quinn geeft zus een knuffel, zus bedaart, stuurt de hoeren naar een opvangtehuis(!) in Boston en vertrekt naar Europa. En zo wordt alles weer rustig in het dorpje.

Het Wilde Westen als vrouwenbolwerk vol kleinburgerlijke moraal. Da's even slikken voor een macho gunslinger als ik. Cowboys hadden dus helemaal niets in te brengen, laat staan dat ze op elkaar mochten schieten.

Toch vind ik de serie niet echt revisionistisch. De dokter is zelf namelijk getrouwd met een ruige spoorzoeker, zo'n opgeschuurd fotomodel met hardrockhaar, getrimd baardje en easy riderjas. Stoer, sexy & ondoorgrondelijk, precies de cowboy die ik altijd heb willen zijn. Schieten mag hij misschien niet, maar verder doet-ie alles wat de EO verboden heeft. Met een afwasborstel.

Carpe Diem met een valse joker

Ludieke show met Ron Boszhard gaat over lijken

Mijn leven is tot op de seconde georganiseerd. ledere avond maak ik een lijstje van dingen die ik de volgende dag moet doen en als 't goed is zijn die dingen dan aan het eind van die dag allemaal doorgestreept. Sterker nog, als ik ook dingen heb gedaan die ik niet van plan was te doen mag ik die alsnog op het lijstje zetten en gelijk doorstrepen.

Slechts éénmaal in mijn leven heb ik iets spontaans gedaan: direct vanuit de kroeg met vier vrienden in een doorgeroeste Kadett naar Parijs gescheurd. Daar aangekomen, katerig en oververmoeid, hadden we geen idee wat te doen. We hebben aan een biertje genipt in een neonverlicht café en een tukje gedaan in de Kadett. Toen weer naar Nederland teruggereden. Stelde niets voor, maar door de spontaniteit voelde het als een wild avontuur. Presentator Ron Boszhard maakt misbruik van deze kick in Pluk de Dag (donderdag TROS).

Let op een gele bus. Hij staat elke week op een markt ergens in Nederland. Bij de bus hoort Ron Boszhard. Ron is lolbroek. Bekkentrekkend als Mr Bean flitst hij langs in de leader, dan weer hangend aan een parachute, dan weer roeiend bij de Marine. Ron struint markten af om nietsvermoedende zielen te ronselen voor een spontaan avontuur met onbekende bestemming. En pas op, want Ron is een aanhouder. "Joh, die zieke moeder kan best een dagje alleen blijven," grapt hij dreigend.

Zes gezellige Brabo's weet hij in te palmen. "Lijkt me gezellig!" glunderen ze. Ze mogen even naar huis bellen en worden dan de bus ingeladen richting Ardennen. Voor een survivaltocht. "Zijn we er klaar voor!!??" brult Boszhard. De Brabo's kijken hem vragend aan. In de Ardennen krijgen ze een guerillapak aan, een blinddoek voor en worden ze per jeep de bossen ingereden. Daar moeten ze hup hup een Indiana Jonesbrug overklauteren, de jeep door een modderrivier duwen en aan kabels heuvels afroetsjen. En bovenal: lol maken.

Ron Boszhard is zo'n presentator die spontaniteit veinst om spontaniteit bij anderen af te dwingen. Hij is niet geïnteresseerd in zijn gasten, walst over ze heen, trekt gekke bekken in de camera als ze hun hoogtevrees opbiechten. Maar het mooie is dat ondanks Boszhard en de krampachtige opzet van het programma, het plezier van de deelnemers afstraalt.

Ze genieten van hun spontane lef, van de overwinning op hun fobietjes. Ik krijg bijna zin om mee te gaan, al was het alleen maar om Boszhard in een ravijn te sodemieteren. "Als ik mezelf op de markt tegenkom, ga ik niet mee hoor!" grapt hij quasi bibberend op de Indiana Jones-brug. Maar we weten allang dat Boszhard de kloten mist om ooit een dag werkelijk te plukken.

De ondergang van de Beierse Aboriginal

Schlagerfestival houdt huis in Nederland

Niets moeilijkere dan van Schlagermuziek te leren houden. De teksten gaan over Liebe auf Mallorca, de accoorden dreinen mee met de zangmelodie, de artiesten kleven aan elkaar van banaliteit. De Schlager is het dieptepunt van volksmuziek. Toch heb ik er een band mee. Dat zit zo. Ooit werd ik via het uitzendbureau als bijrijder meegestuurd met een Duitse chauffeur. Hij ging in München aan de rol en dumpte mij bij zijn familie. Da's makkelijk verdienen, dacht ik. Een hel was het.

De familie was into Schlagers en had de hele dag de radio aan staan, extra hard omdat Oma doof was. Een weekend lang ben ik gebrainwasht met duizenden Schlagers. Op zondagavond knapte er iets: ik kon me niet langer afsluiten. Ik begon de Schlager te absorberen, probeerde haar te doorgronden. Een wanhoopsdaad die zich hardnekkig in mijn onderbewustzijn heeft genesteld. Dat bleek toen de TROS het Schlagerfestival uitzond: ik keek door de ogen van een purist.

"Lieve dames, beste heren, het is vandaag 25 jaar geleden dat het Schlagerfestival geboren werd!", galmt presentator Dennie Christian door het bomvolle Cultureel Centrum in Kerkrade, terwijl een funky gitaartje de stemming erin moet brengen. Mijn haren gaan overeind staan. Een funky gitaartje op een Schlagerjubileum? Dat is zoiets als een synthesizer op een punkconcert! En wat doet Dennie Christian hier, hij is een overloper die in het NEDERLANDS is gaan zingen!

De eerste band komt op. 'Tic tac, wo ist die Party?', heet hun liedje. Klinkt veel te hip en swingend voor een Schlager. Ook de look is fout. De zangeressen dragen geen glittermantelpakjes maar houseleggings, de heren geen leren bandplooibroeken maar Armani's. En waar zijn de zonnebanksmoelen en permanentjes gebleven? En de olijke blikken in de camera? De Tic Tacs blijken niet de enigen: het festival is vergeven van de stijlbrekers, tot en met een Australische singer-songwriter toe. Het publiek klapt nietsvermoedend door. Zelfs toen Nederlander Frans Bauer tot De Toekomst Van De Schlager werd uitgeroepen.

Ik zal nooit van Schlagers kunnen houden. Maar als kenner doet het me zeer dit primitieve genre ten onder te zien gaan, als een stam Beierse Aboriginals die hun tam tam inruilen voor een sampler. Het wrange is dat de degeneratie van binnenuit komt.

De Schlagerartiest, ooit met meezingers begonnen om zakken te vullen, kan de muzak niet langer verdragen en probeert het genre stiekem op te waarderen tot middle of the road - hij wil van het Schlagerfestival een Songfestival maken. Schande. Zeker omdat de fans, kansloze huisvrouwen en seniele bejaarden, te simpel zijn om te merken dat hun idolen niet langer op de ideale schoonzoon lijken en de liedjes niet langer meeklapbaar zijn. Dat hun Schlager geslacht is.

De kleuterpantomime van Kung Fu

Jaren '70 kapperswijsheden met David Carradine

Als puber was ik gek op de TV-serie Kung Fu. Kung Fu ging over een Chinees, Caine genaamd, die door het Wilde Westen zwierf en daar allerlei lompe cowboys tegen het lijf liep. Caine kon erg goed vechten maar deed dat alleen als het écht moest, want hij was filosofisch opgevoed in een Kung Fu klooster. Voor iedere situatie had hij een wijze spreuk meegekregen.

Heel leerzaam voor een puber als ik dus, maar vreemd genoeg sloeg ik na iedere aflevering mijn zusje in elkaar. Dat kan toch niet de boodschap van Kung Fu zijn, dacht ik jaren later. De verwarring werd nog groter toen ik zelf op karate ging en de leraar diepe verhalen afstak over respect voor de medemens, om vervolgens te demonstreren hoe je zo effectief mogelijk andermans knieschijven verrot kan trappen. Oosterse wijsheid? Kung Fu is op herhaling op TV 10, zaterdagavond.

Daar gaat hij. Op blote voeten, met Swiebertje-hoed, zonder revolver, sjokkend door de woestijn als een existentiële zwerver. Geen wonder dat Caine (gespeeld door Amerikaan David Carradine die met samengeknepen ogen Chinees probeert te lijken) steeds wordt opgepakt. Dit keer belandt hij in een cel met een reusachtige goudzoeker.

Dankzij Caine's karateklappen weten ze te ontsnappen, maar dan beginnen de problemen pas goed: de goudzoeker blijkt geestelijk een kleuter die bovendien kampt met jeugdtrauma ("Iedereen lacht me uit!") en gemankeerde agressieregulatie ("Ik wil iedereen doodslaan").

Een uitdaging voor filosoof Caine dus. Hoe dit zonder klappen op te Tossen? Hij flasht back naar het Kung Fu klooster, waar zijn blinde meester instant-wijsheid opdist: "Sprinkhaan (koosnaampje Caine), waar huist het kwaad, in de rat die graan steelt of in de kat die moordt' Sprinkhaan heeft geen idee. Master: "De rat steelt niet, de kat moordt niet. Regen valt, een beekje kabbelt, een heuvel blijft op zijn plek. Ieder doet wat ie moet doen.'

Zo zit dat. Caine flasht forward en zegt tegen de reus: "Als je rijst plant zul je rijst oogsten." Waarop deze als een pudding in elkaar zakt en vreedzaam de Rocky Mountains intrekt om daar "voor de dieren te gaan zorgen".

Mijn weerzien met Kung Fu was een schok. Vooral het geweld. Zelden zo'n lullig zooitje nepkarate gezien; Caine schopt en slaat alsof hij aan pantomime doet. Het is me nu ook zonneklaar dat niet de 'martial arts' van mij zo'n agressief broertje maakten.

Het waren de debiliserende Kung Fu wijsheden, die volksspreuken die boven de tap van een voetbalcafé thuishoren, die je het gevoel geven dat je als een kleuter behandeld wordt. Daar wordt een mens pissig van. Straks mijn zus maar eens een bezoekje brengen. Want, zoals master zegt: "Ieder mens doet wat ie moet doen".

De sabotage van een geparodieerde talkshow

Ongrijpbare meta-humor van Gary Shandling

Twaalf miljoen dollar per jaar verdient de gastheer van de Amerikaanse Tonight Show. Een vet betaald baantje dus, maar daar moet deze stand-up comedian wel zijn ziel voor verkopen.

Elke avond moet hij flauwe grappen oplepelen van de autocue, elke avond moet hij flauwe rollen spelen in flauwe sketches, elke avond moet hij hard lachen als het publiek niet lacht. Hij mag sterren afkraken als ze in de roddelpers zijn, maar wanneer hij ze te gast heeft moet hij ze ontvangen alsof het zijn beste vrienden zijn en bovendien hun film of CD promoten.

Een krater van zelfverloochening dus en prima materiaal voor satire. De Amerikaanse komiek Garry Shandling doet dat fenomenaal met zijn Larry Sanders Show, onregelmatig te zien op BBC, dinsdagnacht kwart voor één.

"And here's Laaaaaaaaaarry Sanders!!" galmt de voice-over door de studio. Een geföhnde gastheer in Armani komt op onder luid applaus van het publiek. Hij knoopt zijn colbertje open, maant tot stilte en vertelt een flauwe grap over Clintons 'oral office'. Net echt. Maar The Larry Sanders Show speelt zich vooral af achter de schermen.

Daar draait alles om ego's. Larry die ‘em knijpt als zijn vakantie-invaller hogere kijkcijfers scoort, Larry die onaanspreekbaar is na een slechte recensie, Larry's aangever die steeds gefrustreerder raakt van zijn ondergeschikte rol, Larry's producent die de onvrede probeert te sussen. De jaloezie en machtstrijd worden zo subtiel gedoseerd dat je je werkelijk in de keuken waant van een Leno, Letterman of Conan.

Onmisbare troef is de medewerking van sterren, die van de show dankbaar gebruik maken om hun imago op de hak te nemen. Sharon Stone die na haar 'interview' met Larry de koffer induikt (Larry kan alleen een erectie krijgen als zijn show op TV aanstaat), David 'X-Files' Duchovny die buddies met Larry probeert te worden om vaker in de show te verschijnen, Sting die weigert oude hits te spelen en concurrent David Letterman die 'thuis' jaloers naar de Sanders Show zit te kijken.

Hoe briljant Shandling met de werkelijkheid weet te spelen bleek toen hij onlangs te gast was bij Jay Leno's Tonight Show. Shandling maakte scherpe grappen en had veel succes, was volledig in zijn element. En terwijl de tweede gast - een saai fotomodel - met Jay zat te leuteren, pakte Shandling haar lingeriecatalogus van Leno's tafel en begon die provocatief door te bladeren.

"You know..." tetterde hij vals grijnzend door haar verhaal heen, "...my sperm count is so low, I can't even adopt." Of dit monstrueuze ego het ware gezicht van Garry Shandling is, of dat hij de rol speelde van jaloerse talkshow host-die-de-show-van-zijn-concurrent-saboteert, het was niet te zien. Een uniek, bizar moment in het anders zo gladgestreken universum van de Tonight Show.

De emotionele lekkage van een allesbekenner

Tips voor bij de douane: documentaire over liegen

Sommige mensen voelen zich altijd schuldig. Ik ben er zoeen. Als ik een warenhuis binnenloop probeer ik zo opvallend mogelijk NIET te stelen omdat ik denk dat de bewakingsdienst denkt dat ik een winkeldief ben. Als ik bij de douane aankom pak ik ongevraagd al mijn vuile onderbroeken uit om te laten zien dat er geen heroïne in zit. Ik ben een allesbekenner.

Ik deed het dan ook in mijn broek toen ik mijn verzekerde fiets, die door een junk gemold was, als gestolen bij de politie opgaf. "U had uw fiets aan een lantaarnpaal vastgezet en een uur later was ie verdwenen, huh?" vroeg agent Haring argwanend. "Ja agent, hhhelemaal verdwenen..." stamelde ik met de L van Liegbeest op mijn voorhoofd. Ik kreeg een nieuwe fiets maar als agent Haring de documentaire over liegen en leugenaars gezien had (BRT-serie 'Overleven') was ik ongetwijfeld in de boeien geslagen.

"Niets," glimlacht een huismoeder als ze haar koffers voor de douanebeambte neerzet. Even later plukt de ambtenaar tien flessen cognac uit haar Samsonite. De toeriste is één van de duizenden leugenaars die de afgelopen 25 jaar door leugenprofessor Paul Ekman op video geanalyseerd zijn.

"Zo'n douane heeft het lastig," zegt Ekman. "Mensen schamen zich niet voor een beetje smokkelen en dan is de leugen moeilijk in hun expressie terug te vinden." Pas als het om hun carrière gaat of een hoge beloning, kun je sporen van de leugen in mimiek en motoriek waarnemen. "Beste cues zijn tegenstrijdigheden in de expressie, bijvoorbeeld als iemand een tragisch verhaal vertelt en heel even smalend glimlacht." Oftewel emotionele lekkage.

Ekman laat voorbeelden zien van beroemde leugenaars. Ronald Reagan die tijdens een persconferentie over Irangate paniek wegslikt terwijl hij een zelfverzekerde uitspraak doet ("I don't feel I have anything to defend about at all"). Leuk om dwars door hem heen te kijken. Bij Oliver North is echter geen inconsistentie te bespeuren. Ekman: "Ongeveer vijf procent van de mensheid is geboren leugenaar." Had ik maar vijf procent van die vijf procent.

Jammer dat Ekman beroemdheden onder de loep neemt waarvan al bewezen is dat ze gelogen hebben. Spannender zou een uitspraak zijn over Clintons ontkenning van buitenechtelijke seks. Wel opmerkelijk was Ekmans laboratoriumexperiment waarbij studenten 100 piek mochten 'jatten', en nog eens het vierdubbele konden verdienen als ze dit overtuigend ontkenden. Een van hen trok tijdens het verhoor steeds haar schouders op en hakkelde voortdurend.

Toch geen leugenaarster volgens Ekman: "Zij is het zenuwachtige type dat altijd onterecht beschuldigd wordt." Iemand als ik dus. Ik hoop dat mijn volgende agent op de hoogte is van mijn type en niet doorheeft waarom mijn oren flapperen als ik beweer dat ook mijn nieuwe opoefiets spoorloos is.

De zelfhaat van de combatsoldaat

Dramaserie over het leger zoekt naar drama

Soms, als ik tijdens het flossen in de spiegel kijk, kan ik hem zien. De soldaat in mij. Diep achter die vriendelijke blik schuilt een razende commando. Een vechtmachine die geen pijn, angst en/of genade kent, die schoppend, bijtend en knijpend achter de linies gedropt wordt om alles af te maken wat op zijn pad komt. De Rambo van de Lage Landen. Hadden ze dat maar geweten bij Defensie toen ze mijn lichting buitengewoon dienstplichtig verklaarden. Ik mocht het leger niet eens in.

Misschien maar beter ook als je die slappe verhalen hoort. Een vriend die in Libanon diende mocht geen schot lossen en raakte van verveling aan de origami. Schande. Maar dat durven de heren van Defensie niet in hun wervingfolders te zetten. Zij schotelen ons liever de nieuwe Nederlandse dramaserie 'Combat' voor (donderdagavond, Veronica).

Boem! Knal! Kadeng! Langsrazende tanks, ratelende uzi's, gewonde soldaten die door kameraden afgevoerd worden, helikopters die als gieren boven het slagveld cirkelen. Back in Vietnam? Welnee, gewoon wat geile shotjes van een legeroefening op de Veluwe in de leader van Combat. Het is een dynamische polderversie van Tour of Duty geworden en toegegeven, 'Combat' klinkt beter dan 'Slag' of 'Strijd' (da's meer iets voor een middelbare scholieren-quiz).

Toch is het leger onmiskenbaar Nederlands. Niet alleen zitten er vrouwelijke soldaten in, ze zijn ook nog eens allochtoon en kunnen uitstekend van zich afbijten. "Ga je mee eindje wandelen of zo?" vraagt een geile grunger. "Bwoa nee, ik had meer zin in een potje neuken gehad!" ketst ze terug. In Combat's leger ook geen snauwende officieren zoals in Amerikaanse films, maar een nette luitenant die "Dat waag ik te betwijfelen!" zegt in plaats van "Fuck you!".

Alleen met de vijand wil het niet erg lukken. Bij gebrek aan Vietcong raakt een bewakingsbeambte overspannen die bij het oefenterrein woont. Hij schiet zijn kat dood, bedreigt vrouw & kind en gijzelt vijf soldate. Gelukkig zijn het Hollandsche soldaten. "Wat klote voor je dat je vrouw bij je is weggelopen!", troosten ze hem. "Hoe oud is je kind?" Tegen zoveel medeleven is hij niet bestand en even later kan hij huilend met slechts een lichte beenwond afgevoerd worden.

De Rambo in mij kan zich moeilijk verliezen in de commando's van Combat. Ze zijn zo correct dat ze bijna voor pacifisten kunnen doorgaan. Dan herken ik meer in de doorgedraaide beveiligingsbeambte. "Kom maar op met die losse flodders!" schreeuwt hij tegen de knulletjes. "De mijne doet het écht!" en hij schiet vervolgens hun truck lek. Geen beest voor achter de linies misschien, maar beter dan de soldaat die na de gijzeling vol zelfhaat in de spiegel kijkt. Omdat hij de beambte in diens been geschoten heeft.

De zanger in Coen

Talentenjacht bezorgt verkeerd soort kippenvel

Van een columnist zou je verwachten dat-ie heimelijk beroemd schrijver wil worden. Ik niet. Ik droom al acht jaar van een carrière als zanger. Niets zo mooi als direct contact met je publiek. Probleem is dat ik niet echt een natuurtalent ben. Sterker nog, volgens mijn vrienden zing ik alsof er een revolver tegen mijn slaap gehouden wordt. Verkrampt en paniekerig.

Zelf zie ik het liever als kwetsbaar en integer, maar ik besef dat Ahoy nog even moet wachten. Hoogtepunt van mijn carrière was een optreden in een klaverjassende buurtkroeg, waar ik met kramp in de anus zeventien love songs door de vernietigende blikken van de stamgasten heengeblèrd heb. Barbaren.

Inmiddels heeft de zanger in mij met deze stille wanhoop leren leven, maar als vrienden me voorzichtig aanraden om toch vooral te blijven schrijven bijt ik ze een 'ik volg tenminste mijn hart!' toe. Pas sinds ik Studentalent op RTL5 (zondagavond) heb gezien begin ik hun kritiek als bezorgdheid te zien.

"Play that funky music now boy!", klinkt er heel hard en heel vals door café La Comédie in Utrecht. Een bandje in maffe fanfarepakken en musketiers-bloesen covert alsof er nooit Sky Radio is' uitgevonden. "Play that funky music no-how!" We zijn getuige van de finale van RTL5's talentenjacht 'Studententalent' en dat is goed te merken, want de bandleden zien er ontzettend studentikoos uit: lollig, onbezorgd, drugsvrij. Alsof er nooit rock n' roll is uitgevonden.

De zanger is een pafferige jongen die het publiek probeert te bespelen met wulpse pasjes, wat hem - tot mijn ontzetting - nog lukt ook. Ook de concurrentie slaat in als een bom, vooral een singer-songwriter met protestsong over zijn vader ("Wat heb jij bereeeeeeikt, als de zon verdweeeeeenen is!?"). Jurylid Margriet Eshuys, die drie generaties geleden een hit scoorde ("House for saaaaaale...!") en sindsdien hardnekkig weigert om in de vergetelheid te raken, vond het allemaal geweldig. Ze gaf de winnaars een gouden tip om hun song te perfectioneren: "Verschrikkelijk feestelijk muzikaal, maar het couplet moet een terts hoger."

Nooit heb ik me gerealiseerd hoe weerzingwekkend amateurisme kan zijn. Hoe vals vals kan klinken, hoe vals ik moet klinken. Maar wat me het meest aan de studenttalenters tegenstond was hun misplaatste zelfverzekerdheid. Hoe komt het toch dat studenten zo tevreden met zichzelf zijn zonder dat ze wat kunnen? Waar halen ze die zegen vandaan?

Toch was er een kandidaat waar ik affiniteit mee had. Inderdaad, een columnist. Coen, in driedelig antraciet, had een bloempotkapsel en improviseerde in één minuut een staccatocolumn over studenten en charisma: "Studenten willen allemaal charisma maar doen allemaal hetzelfde in de gracht- ermee!" Coen had een mooie stem, maar klonk verkrampt en paniekerig. Misschien had hij zanger moeten worden. Net als ik.

Het ware gezicht van het Tros Gezicht

Ivo Niehe's Tros TV Show is onTrossiaans

Sinds Veronica promospotjes uitzendt waarin kopstukken René Mioch en Patty Brard swingend The Young One uithangen, probeert de TROS zich te profileren met Ivo Niehe. Ivo hoeft niet te foxtrotten, maar mag vertellen waarom hij (in godsnaam) al zijn halve leven bij de TROS werkt. "Kan ik heel spontaan op antwoorden. Omdat ik me op een of andere wonderlijke manier verbonden voel met Linda, Jack, Ralph en al die anderen."

Wonderlijk is dat zeker, want Niehe is helemaal niet zo'n Gezicht van de Tros. Hij ziet er uit als een overijverige gymnasiast uit de seventies, spreekt vloeiend Frans, is fan van Koot & Bie en interviewt gasten waar TROS-kijkers nog nooit van gehoord hebben (van Ernest Hemmingway's 108-jarige Cubaanse vissersmaat tot Beach Boys-componist Brian Wilson). Als Ivo naar de kapper zou gaan en die wijsneuzerige grijns van zijn smoel haalde zou ie bij de VARA kunnen solliciteren.

Nou ja, niet overdrijven. Niehe's TV Show (donderdagavond, Ned 2) was weer een vat vol amusement. Eerst worden we verwend met koddige zap-flitsen-van-de-week: man die auto met hoofd optilt, familie die als een kluwen bungee-jumpt, siliconenprinses Lola Ferrari die met het automerk in de clinch ligt (Ivo: "Verkeerde bumpers, haha!"). Daarna krijgt Huub Stapel Ivo's beruchte interviewtechniek over zich heen ("Huub, is het niet zo dat je in die fase van je leven zo wanhopig was dat je het besluit nam om...").

Maar de hoofdgasten waren verrassend on-TROSsiaans: de stemmen achter Tel Sell spotjes. Dat zijn die ellenlange Amerikaanse infomercials die zó beroerd worden nagesynchroniseerd dat ze lachwekkend zijn. Ivo had ontdekt dat deze reclamevorm een cult-status had gekregen en was benieuwd hoeveel opzet er achter de waanzinnige presentatie school.

Veel dus, aldus de in Engeland woonachtige Nederlandse acteurs die de stemmen doen. Ze hadden de grootste lol in hun werk en dikten het accent lekker aan. "Fantastisch! Bel nu! Bel nu!", deed eentje schaterend voor. Hoe meer ze overdreven, hoe beter het verkocht.

Natuurlijk moest Ivo even het professortje uithangen en alle Tel Sell-feitjes oplepelen. "Wist u dat de spotjes in 70 landen in 25 talen uitgezonden worden met een omzet van een half miljard en dat er 'Oscars' op til zijn voor de meest hilarische infomercial!" Maar Ivo had iets extra's met deze Tel Sellers. Het leek wel of hij de ironie herkende waarmee ze hun wanproduct verkochten.

Hij ging zo op het onderwerp in dat hij een zei ingesproken spotje nasynchroniseerde: "Schat wat ongelofelijk fantastisch! Je ziet er opeens een stuk beter uit dankzij de flabbuster!" Kostelijk vonden de Tel Sellers het. En even, heel even was Ivo de Koot & Bie van de TROS.

300 gemartelde hamsters

Frans Bromet belaagt buren in Buren

Nog voordat ik mijn verhuisdozen had uitgepakt wist ik het al: mijn buurman is een kluizenaar. Een zonderling. Lang achterovergekamd vet haar, ogen diep in de kassen en een pre-disco pantalon. Och, dacht ik, kan geen kwaad zo'n bliksemafleider in een burgerlijk straatje. Maar diezelfde avond nog hoorde ik hem "Oprotten!!" door de muur heen schreeuwen. Huh, hij woont toch alleen? En toen hij midden in de nacht keihard "Vuile kankerlijer ik maak je helemaal kapot laat je door Hitler in je reet neuken!!" brulde, wist ik dat ik naast een gek was komen wonen. Verschrikkelijk.

Acht maanden lang houdt hij me nu al wakker houden met gebrul, wolvengehuil, radio-naast-de-zender herrie, dichtslaande deuren. Alsof ik terecht ben gekomen in Frans Bromets documentaireserie 'Buren' (VPRO). Eén lichtpuntje: Bromet is er zelf niet bij.

Bromets buren wonen deze week in Middelburg. In zo'n betonwijk. Twee buurvouwen zijn hem helemaal zat, die Kees. Kees woont in hun flat. "Eerst vonden we hem zielig, met zijn kapotte trui", zegt buurvrouw 1. "We brachten hem wel eens een prakje als zijn uitkering op was." "U vond hem zielig," reageert Bromet. Ja vertelt ze, maar Kees deed helemaal niet aardig terug. "Hij nodigde ons uit voor een kopje thee," vult Buurvrouw 2 aan, "en toen pakte hij opeens een keukenmes en liet ons blaadjes met blote homofielen bekijken! Nou, daar heb ik niets mee." "Daar heeft u niets mee," reageert Bromet.

Sindsdien was Kees de vijand. Hij had hen van de trap geduwd en van de fiets getrokken, hij zou hamsters martelen (300 stuks!) en krantenjongens aanranden. Bromet gaat bij Kees langs. Kapotte trui, zachte stem, vriendelijke glimlach. Vertederende schlemiel zo lijkt, totdat we zijn muren zien: helemaal volgekliederd met krankzinnige kreten als 'Kip = Tok', 'Blow Party', 'Marcel lik de plee!'. Bij de wasbak staan tien verdacht lege hamsterkooien. Bromet: "Hoe zit dat nou, bent u gek?" Kees (glimlacht), "Nee, ik ben een beetje chaotisch." Bromet: "U bent een beetje chaotisch."

De VPRO heeft er een handje van om mensen met antropologisch arrogantie te interviewen. Rare vragen, onbehagelijke stiltes. Bromet gaat nog verder: hij is ronduit onbeschoft. Hij slaat een toon aan alsof het hem geen reet interesseert wat de mensen zeggen en hen al helemaal niet serieus neemt. Hij zuigt en zeurt (tegen Kees: "Waarom mogen wij die vieze boekjes niet zien?") en herhaalt hun uitspraken waardoor deze absurd klinken.

Resultaat is dat de slachtoffers net zo fout lijken als de asociale buren. Dus: bij mij komt Bromet er niet in. Ik weet al precies hoe dat zou gaan. Rein: "Mijn buurman wil dat Hitler me in mijn reet neukt." Bromet: "Uw buurman wil dat Hitler u in uw reet neukt."

Het zweet van een intuïtief sadist

Goedele Liekens wil toch vooral lachen over seks

Ik heb nooit begrepen wat mensen bezielt die zichzelf seksueel helemaal willen ontplooien. Waarom ontdekken dat er achterin je ziel een kinderverkrachter huist, een urinefetisjist of een kippenneuker? Ik heb mijn handen al vol aan mijn doorsnee vijf-standjes hetero-bestaan. Laat in de kast die ware ik! Sex is al vermoeiend genoeg zonder zweepjes. Bij Goedele's sexprogramma (SBS6 vrijdagavond) denken ze daar anders over.

Hip & geinig, dat moet 'Goedele' zijn. Stoelen in de vorm van lichaamsdelen, kraaiend publiek en lichte onderwerpen. "Wat is dit," vraagt de Vlaamse presentatrice/sexuologe grijnzend terwijl we een golfbal met metalen tuitje zien. Publiek vermoedt een high-tech masturbatieapparaat, maar het blijkt een dop voor een champagnefles te zijn. Hilariteit! Ook geinig zijn de rubriek waarin koppels masturbatiespeeltjes uittesten ("Ik ga dat ding echt niet helemaal in me stoppen!") en de erotiektip van de maand ("Billen laten wapperen geeft een enorm genot!"). Dat sex zo leuk kan zijn.

Maar 'Goedele' heeft ook een serieuze kant. En een serieuze gast. Het is Willem, met lang sluik haar en zwarte outfit. Willem is fotograaf. Hij is geïnteresseerd in de SM-kant van mensen. Sterker nog, hij kan bij wildvreemden intuïtief aanvoelen of ze SM-erig zijn. En spreekt ze daar op straat over aan. "Vinden mensen dat niet eng?" vraagt Goedele. "Nee, er is op dat moment een sfeer van vertrouwen," beweert Willem. Volgt een reportage van Willems fotosessie in zijn studio. "Eva, ik ga je inpakken en een beetje plagen, zodat je de gezichtsuitdrukking krijgt die ik zoek," zegt Willem tegen een blondine waarin hij een masochiste heeft ontdekt.

Eva moet zich uitkleden, wordt door Willem in een tafelkleed gewikkeld, met een sjaal de mond gesnoerd, van top tot teen vastgebonden en op de grond gelegd. En dan gefotografeerd. Maar Eva kijkt niet alsof ze zich seksueel aan het ontdekken is. Ze kijkt alsof ze uit een kofferbak is gerold en een kogel in haar nek verwacht. Doodsangst. Willem blijft er stoïcijns onder. Werkt zich in het zweet, tong uit de mond, één met zijn job.

Goedele heeft nogal eens de neiging om mannen te kleineren. Ze vindt ze speelbal van hun hormonen, stuntels die te vroeg klaarkomen, geen contact kunnen maken. Maar bij Willem was ze stuitend naïef. Toen hij glashard ontkende seksueel opgewonden te raken tijdens de fotosessies ("Je ziet me toch zweten van het harde werken!") reageerde ze koddig met: "Zweet je als werkpaard of als hengst?" Maar Willem is niet grappig. Willem is er niet uit om verborgen perversieën bij anderen aan te boren, hij wil zijn eigen perversieën bevredigen ten koste van anderen. Het zweet van Willem is dat van een opgewonden sadist.

De denkfout van Ed Klip

Teleac cursus over depressiviteit deprimeert

Normale mensen gaan zondagmiddag gezellig een bos wandeling maken. Of bij familie kwartetten. Of poffertjes eten in Almere. Ik niet. Ik doe niets op zondagmiddag. Of het nu komt omdat ik als kind bij ongeschoren oma's op schoot moest of omdat ik op valse pony's in Slagharen werd vastgebonden, iedere zondagmiddag heb ik de blues. Gelukkig schijnt er licht aan het eind van de tunnel. Geen aansnellende vrachttrein, maar Teleac met een cursus over depressiviteit.

‘Piek/Dal' staat er op een ANWB wandelroutebord. 'Somber/Vrolijk' op een ander. We bevinden ons midden op de Veluwe, of beter gezegd in Teleac Cursus 'Ik zie het weer zitten'. Een voice-over vertelt dat het leven vol pieken en dalen zit, en dat als je lang somber blijft, je wel eens last kon hebben van depressiviteit! Jawel. In deel acht - getiteld 'Ik denk dat niemand me aardig vind' - leren we hoe we kunnen denken dat iedereen ons wél aardig vindt.

Dat leren we van een grijzende man met gezellige sweater, professor Ed Klip genaamd. Ed is medisch psycholoog. Wat dat precies inhoudt weet niemand, maar ik stel me voor dat hij leukemiepatiënten ervan overtuigt dat het allemaal tussen de oren zit. Ed vindt zichzelf erg goed. Dat vindt presentatrice Julia ook, een huppelkutje in strakke leren broek die samen met Ed over de heide slentert.

"Bij veel depressieve mensen nemen negatieve gedachten de loop met ze," zegt Ed terwijl hij peinzend naar de wolken tuurt. "Ze denken dat niemand hen aardig vindt. Ze zouden eens moeten checken of die gedachten wel kloppen!" "Dus depressiviteit is eigenlijk een denkfout?" vult Julia hem enthousiast aan. "Precies!" zegt Ed terwijl hij naar Julia's kont gluurt en over een boomstronk struikelt.

Maar als je geen vrienden hebt omdat ze je wel degelijk een vervelende zeikerd vinden? "Dan," weet Ed, "moet je jezelf trakteren op je goede eigenschappen." Dat doe je door je goede eigenschappen op kaartjes te schrijven en die elke dag te lezen. Zoiets als 'Ik ben een superieur medisch psycholoog' of 'Ik heb een leuke, gezellige sweater aan.'

Heel gedurfd van Ed om een cursus over depressiviteit over 12 afleveringen uit te smeren. Kan de kijker behoorlijk depressief van worden. Misschien gokt Ed erop dat ie zo zijn vervolgcursus over zelfmoord ('Ik zie me weer helemaal hangen') aan Teleac kan slijten.

Ik ben in ieder geval van mijn zondagmiddagblues af. Niet omdat ik een goede eigenschap heb kunnen verzinnen, maar omdat ik weet hoe terecht het is om zondagse bos wandelingen te mijden (achter iedere boom kan een Ed zitten). Volgende aflevering heet 'Mijn biefstuk is koud'. Zou Ed me ook van mijn eetdepressies afhelpen?

Revanche voor de-laatste-met-gym

Darter Barney verplettert vooroordelen

Iedere schoolklas heeft er wel eentje: de 'jongen die altijd het laatst gekozen wordt met gym'. Een lobbezak met zweetoksels die met een dreun tegen het paard aanknalt en onderaan blijft hangen bij touwklimmen. Hij wordt door de hele klas uitgelachen, zelfs de gymleraar kan zich niet altijd inhouden. Als hij eindelijk van school komt heeft hij zo'n verminkt ego dat hij de rest van zijn leven onderaan de maatschappelijke ladder blijft hangen.

Gelukkig heeft God een sport uitgevonden om hem revanche te geven. Vorige week heb ik er voor het eerst naar gekeken. Aanvankelijk met hoongelach, maar al gauw met kloppend hart en uiteindelijk met tranen in de ogen: finale wereldkampioenschap dart in Engeland (live bij SBS 6 en BBC).

"Barney! Barney! Barney!" klinkt het in de zaal. Een paar dozijn Nederlandse supporters met oranje klompen op hun kop ('Proud to be Dutch') moedigen hun favoriet aan in het hol van de leeuw. Barney is de bijnaam van onze eigen Raymond van Barneveld, de eerste Nederlander die kans maakt op de wereldtitel dart.

Zijn vadsige lichaam, kalende snackbarkop en vlassnorretje verraden de sporen van een Laatste-met-Gym-verleden. Dat geldt ook voor zijn tegenstander, een Welshman bijgenaamd 'The Boxer', die volgens het commentaar een ernstig ongeluk heeft gehad (dartpijltjes?).

Barney en The Boxer zien er niet uit als topsporters, maar topdarters horen er ook helemaal niet uit te zien als topsporters. Met hun hangbuiken en slome motoriek zijn Barney en The Boxer 'tailor made' voor de pubsfeer die dart zo smeuïg maakt, voor het dart-bord dat op plasafstand van de atleten hangt en voor het publiek dat uit bingoveteranen met een drankprobleem bestaat. Zelfs bowling heeft een dynamischer aura.

Heel belachelijk dus allemaal, maar na een kwartiertje honen werd ik toch gegrepen door de strijd tussen Barney en The Boxer. Die grote lelijke mannen die met zulk een onverstoorbare concentratie lullige pijltjes in hele kleine vakjes gooien, daar was iets mee. ledere keer dat ze hun pijltjes uit het bord trokken keken ze met een grimmige blik in de camera, alsof ze bij iedere misser in hun fantasie de tent afbraken.

Toen ik na een half uurtje de regels door kreeg begon ik de finale zelfs spannend te vinden. De atleten gingen ademstokkend gelijk op. Bij iedere tussenoverwinning maakten ze een macho overwinningsprongetjes ("Yeah! Yeah!") die in het gymlokaal lachsalvo's opgeleverd hadden maar nu opeens respect afdwongen.

En toen Barney na twee uur met een 'triple eight' de wereldbeker in de wacht sleepte, op de knieën zonk en in tranen uitbarstte, moest ik er ook een zakdoek bij pakken. Barney, postbode uit Den Haag en Laatste-met-Gym, had eindelijk de klas aan zijn voeten gekregen.

Ingezonden brief n.a.v. Revanche voor voor de-laatste-met-gym

Een erg interessant artikel (U 19). Maar dan uitsluitend door de houding die door de auteur wordt getoond. Ik vrees echter wel hij onomwonden de gemiddelde opinie van de lezers verwoordt: Hoe is het mogelijk dat zo'n vetzak zich Oranje Status weet aan te meten? Nou ja, waarschijnlijk omdat darts maar zo'n spelletje is, waarbij je 'lullig pijltjes' in een bord met 'hele kleine vakjes' op 'plasafstand' moet gooien. Ach gut, wat schattig verwoord.

Nou, als het één ding is dat je leert als Laatste-met-Gym, dan is het doorzettingsvermogen te tonen. En darts is nu juist dat doorzettingsvermogen. En ik was van mening dat juist doorzettingsvermogen de essentie van top-sport is. Ik lees in het artikel dan ook niets anders dan het hoongelach en de minachting van de-rest-van-de-klas.

Ik hoop echter dat de auteur de prestatie van Raymond van Barneveld eens in een ander licht zou willen bekijken, in plaats van het louter als een 'revanche' af te doen.

Ing. D.B. van Dam, Fysisch Geografisch Laboratorium; Laatste-met-Gym en dartfan.

Don Quichotte in de supermarkt

Beroepszeikerd dwingt dubieus respect af

Ik wil graag nonchalant overkomen. Casual kleding, vlotte babbel, ironische grijns, slungelig loopje. Vinden vrouwen waanzinnig sexy. Wat ze niet weten is dat ik ook een verschrikkelijke zeikerd ben. Een kritisch consument zogezegd.

Als ik een videorecorder koop of een fototoestel, wil ik alles weten. Urenlang hoor de winkelier uit. Ik probeer hem te betrappen op tegenstrijdigheden, op leugens, op gebrek aan kennis. Hondsvermoeiend voor de middenstand, weerzinwekkend voor mijn partners. Gelukkig voor mijn sexleven ken ik mijn grenzen: bij dagelijkse boodschapjes hou ik me in. In de BBC-docu The Complainers (bij VARA's Zembla) zag ik hoe erg ik had kunnen zijn.

"Dat zijn wel erg weinig frietjes hè! En de cola, is die wel tot aan het maatstreepje gevuld!? Daar geloof ik niets van!" Bij iedere opmerking wordt de manager van MacDonald's tien jaar ouder. Hij is slachtoffer van Alan. Alan is werkloos en actief kritisch consument. Als hij boodschappen doet, een hamburger koopt of gaat tanken wil hij waar voor zijn geld. We volgen hem naar de supermarkt waar hij een discussie begint met de bedrijfsleider over de prijs van de Pepsi. "Moet ik geloven dat dit de laagste prijs is!? In de hele stad? Belt u de concurrent eens op, zien of het klopt!"

Dan is een pompstation aan de beurt. Alan wil perslucht voor zijn autoband. "Moet ik daarvoor betalen? We ademen het de hele dag gratis in, maar hier moet ik ervoor betalen!?" Op naar de volgende supermarkt. "Voel dan! Deze peren zijn toch veel te hard. Die kun je toch niet eten!?" De reactie van de middenstand is steeds geduldig en beleefd. De meest assertieve manager kwam niet verder dan een zuchtend: 'Kennelijk zit u wat dwars...'.

Het is vooral zijn eigen leven dat Allan met zijn gezeik ruïneert. Vrienden heeft hij niet meer en zijn vrouw is bij hem weggelopen. "Helemaal gek ik werd ik ervan,, zegt ze met een wanhopige blik. Toch heb ik bewondering voor Alans bierkaaienkarakter. Hij zegt wat iedereen denkt. En legt de verantwoordelijkheid bij de luie consument. "We zijn niet voor onze rechten opgekomen. Als ik mijn mond opendoe, doen anderen maar wat graag mee. Maar je moet bereid zijn tot het bittere eind door te vechten."

Alan is het Breekijzer onder de huisvrouwen. Maar wat ik het mooist vond was dat zijn vrouw — een bloedmooie dame die na achttien(!) jaar van hem gescheiden is — ondanks het gezeik van hem is blijven houden. "Hij is de enige in mijn leven", bekende ze met een tragische glimlach. Haar Don Quichotte. Wat romantisch. Mischien moet ik toch eens met een vriendin gaan shoppen bij AH. En dan lekker zeiken.

De kaaskop als oercowboy

Western lifestyle aardt in de Lage Landen

De ontwikkeling van het cowboyideaal verloopt bij een kind in duidelijke fasen. Als kleuter kijkt hij vol bewondering naar Roy Rogers, die vrolijke snuiter met wit pak en verchroomde peace makers. De klaar-over van het Wilde Westen. Een paar jaar later ontdekt hij John Wayne, de recht-door-zee held die schurken tijdens een eerlijke shoot-out uitschakelt. De humorloze vaderfiguur. De puber tenslotte kickt op Clint Eastwoods Man With No Name, de spaghetti western nihilist met stoppelbaard en sigarenstomp die Amerika's moralisme grijnzend in de rug schiet. De stijlvolle rebel.

Nou neemt het aantal western liefhebbers in Nederland de laatste jaren schrikbarend toe, maar het merkwaardige is dat onze cowboys allemaal in de kleuterfase zijn blijven steken: Veronica-serie 'Western Lifestyle' barstte van de Roy's.

Johnny Paycheck treedt op in de Brabanthallen! Johnny wie? Johnny Paycheck ('Take this job and shove it'), een dikke ouwe lul met lang grijs haar en een van de vele Amerikaanse country & westernlegendes die ons landplatspeelt. Cowboy zijn is in. En het is niet alleen import dat een Stetson draagt. In Deurne laten onze eigen rodeorijders zien dat de wil van een paard ook in de polder gebroken kan worden. "Er wordt dit jaar zonder sporen gereden," zegt de voice over vrolijk terwijl de cowboy zijn paard met een zweepje afrost. Yippie yahooo!

In Oosterhout is het Country Line dansen geblazen. Country wat? Bij Country Line staan cowboys & -girls naast elkaar in rijen en maken ze precies dezelfde dansstapjes - een soort volksdansen met fanfare-inslag. Niet uitlachen, want wij hebben een wereldkampioen in huis en hij heet nog Roy ook. Yippie yahooo!

Het Nederlandse Wilde Westen heeft zich vooral in de oostelijke en zuidelijke provincies genesteld, ver weg van de kritische randstadgeest. Dat is goed te zien. De cowboys lijken een beetje op weekendbikers; ze willen er stoer uitzien, maar hun suède jasjes zijn te nieuw, hun spijkerbroeken te blauw, hun laarzen te glimmend. Fris, ontzettend fris.

Eerst vond ik ze zielige aftreksels van het Amerikaanse origineel, maar iedere keer als Veronica oversneed naar het echte Westen, naar Arizona, zag je daar hele kuddes Roy Rogersen rondhobbelen, allemaal met permanentjes en veel te frisse outfits.

Ik vermoed dus dat onze brabo's en limbo's en achterhoeko's eigenlijk zeer authentieke cowboys zijn. Met hun gezellige southern accent, hun cynismeloze humor, hun voorkeur voor klatergoud en hun hang naar xenofobie kan iedere Texaan een voorvader in hen herkennen. De kaaskop als oerredneck. Yippie yahooo!

Binnenkort gaat Western Lifestyle over Nederlandse Indianen. Ik vermoed dat er in de bossen van Roermond massa's Geronimo's wonen die net zo vaak peyote slikken als de chiefs in de Amerikaanse reservaten. Yippie yahooo!

De rij-angst van een autotester

Autoprogramma De Gouden Koets ontbeert turbo

Er was een tijd dat auto's nog mannelijk waren. De tijd van de VW Kever, de Opel Record, de Citroen Snoek. Duidelijke auto's met karakteristieke vormen, zonder opsmuk of fratsen. Dat was ook de tijd van Wereld op Wielen, het enige autoprogramma dat door mannen voor mannen gemaakt werd. Fred van de Vlugt was de presentator.

Fred had een ruige hondenkop met pilotenbril, whiskystem en bakkebaarden. Fred was de enige vent die autohandschoenen kon dragen zonder mietje te worden. Hij scheurde slalom, ragde over opgespoten terrein, slipte met geblokkeerde remmen. Als Fred een auto ging testen werd 'ie ook echt getest. Berucht waren zijn -40° vriesceltesten waarbij Fred, in parka en met whiskykegel, de duurste modellen afkraakte als de motor niet onmiddellijk aansloeg. Maar dat was vijfentwintig jaar geleden. Nu leven we in een tijd van anonieme koekblikken. En karakterloze autoprogramma's. De Gouden Koets van RTL5 spant de kroon.

Je ziet het al aan zijn chagarijnige kop: deze man houdt niet van auto's. Deze man houdt helemaal nergens van. Presentator Bob de Jong draagt een miezerig brilletje, een zwart-wit geblokte coltrui en een veel te krap leren jekkie. Een tweedehands autohandelaar heeft nog meer charisma. Over zijn trui draagt Bob een kettinkje met amulet, en even dacht ik dat hij hiermee de Goden wilde bezweren tijdens roekeloze autotesten.

Maar Bob rijdt helemaal niet. Bob zit onderuitgezakt in de studio en vertelt over auto's die niemand kan betalen. Audi van 110 mille, Alfa van 70. "Bij het stoplicht gaat hij er als een raket vandoor!" aldus Bob, maar te zien krijgen we het niet. Wel alle ingebouwde lulkoekaccessoires: inklapbare mistlampen, parc distance control, handremverwarming. "Een auto waarmee je je rijbewijs kan verspelen!" beweert Bob stellig, maar de kijker heeft hem allang door. Bob zit de catalogus op te lepelen met een bundeltje zwarte snippen in zijn poeplap.

Hot item deze aflevering was het zogenaamde Voice Activated Control. Ofwel een stemmetje in je auto. Doet het goed, want naarmate auto's hun karakter verliezen moeten ze meer persoonlijkheid krijgen (het Knight Rider gevoel). Konden dit soort boordcomputertjes vroeger alleen maar zeggen dat je je gordel om moest doen of dat je niet in je neus mocht pulken, nu zijn ze interactief, kun jij hen vragen een nummer te bellen of de weg te wijzen.

Je zal zien, straks krijgt zo'n VAC artificiële intelligentie. En een grote mond. Dan durft Bob helemaal geen auto meer in. "Sodemieter op, mannetje!" schreeuwt de stem dan. "Met je gladde babbels en je amulet. Ga eerst je rijbewijs maar eens halen! En koop eens een behoorlijke trui!" Bij Fred van de Vlugt zou het VAC niet eens durven te fluisteren.

De staarblik van Martin Simek

Simeks huiveringwekkende interviewtechniek

Ik ken mensen die romans schrijven. Ik praat daar liever niet met hen over. Niet omdat ik jaloers ben, maar omdat ik zelf allang een meesterwerk had moeten schrijven. Komt er maar niet van, boodschappen doen enzo. Wat niet wil zeggen dat het nooit zal gebeuren. Sterker nog, ik ga er zometeen mee beginnen. Het gaat ‘Brandend Schaamhaar' heten en wordt vijfhonderd pagina's dik. Waar het over gaat weet ik nog niet, maar het zal verschillende lagen hebben en aan het eind stort er iemand in een ravijn. '

'Brandend Schaamhaar' zal een revolutie ontketenen in de literatuurwereld (NRC: 'Céline verpletterd'). Regen aan prijzen. Maar dan de interviews. Wie heeft voldoende in zijn mars om mij te interviewen? Adriaan is met de VUT, Ischa koud onder de grond, Theo heeft passie maar geen bagage, Karel heeft niets en niets. "Kijk eens naar Simek," raadde een vriendin mij aan. Simek Ontmoet!

"Maarteen!" roept een boomlange kerel met glas bier in zijn hand. "Maarteen!" Hij rent door struikgewas achter een andere man aan. "Waat ein verwarring!" roept de reus. Hij heet Martin Simek en zijn accent is Tjechisch. De andere man is Maarten 't Hart, een aardige bioloog die aardige boeken schrijft.

Maartens hondje Roef is 'em gesmeerd en nu holt 't Hart achter Roef aan en Simek achter 't Hart. Geen ideale setting voor een intellectueel gesprek zou je zeggen, maar daar is Simek ook helemaal niet op uit. Simek wil emotie. Simek wil doordringen tot het gevoelsleven van zijn slachtoffer. En de uitgeputte 't Hart is er rijp voor.

"Maarteen," vraagt Simek als de bioloog op een boomstronk zit uit te hijgen. "Viend jij het vervelend daatje neefje ook Maarten 't Gart heet?" "Maarteen, vertrouw jij je famielie?" "Ben jij gaatdragend, Maarteen?" "Maarteen, wie heb jij ien je leven gegaat?" 't Hart, die over de nesttechniek van stekelbaarsjes had willen babbelen, zit erbij als een geslagen hondje. Hij mompelt iets over een nare rij-examinator en tuurt naar het struikgewas. Als Roefje nu maar terug kwam.

Martin Simek mist de meest rudimentaire interviewtechnieken. Maar hij heeft wel degelijk een strategie: hij fingeert een voortdurende staat van verbazing, de verwondering van een kind. Daar kan hij mee wegkomen vanwege het Danny Christiaan-effect: buitenlanders-die-gebrekkig-Nederlands-spreken, daar zijn we hier gek op, dat vinden we zo charmant.

Gelijkertijd is Simek een en al fysiek overwicht. Met zijn enorme sportlichaam, blikkerende gebit en staarblik hangt hij over zijn gesprekspartner alsof hij die ieder moment kan bevruchten. Een monsterlijk kind. Eerlijk gezegd weet ik zelf niet of ik Simek wel aan zou kunnen. "Rein, geb jij braandend schaamgaar?" Ik laat mijn meesterwerk nog even liggen. Moet toch nog boodschappen doen.

Warme vonken tussen Joris en Luc

Vader en zoon Lutz zijn klef in Ha die pa

Ik ken een vent van tegen de veertig die weer bij zijn vader is gaan wonen. Huiveringwekkend vind ik dat, terug naar af. Begrijp me goed, ik heb een leuke pa waar ik enorm mee kan lachen, maar ik moet er niet aan denken om zelfs maar bij hem te logeren. Weer aanhoren hoe hij het journaal afzijkt, grote hompen kaas opvreet, knetterende winden laat, de hond afblaft. Nooit meer. Ligt niet aan hem, ligt aan zijn functie: ouders horen abject te zijn. Als ik vader word zullen mijn kinderen mij ook abject vinden. Een heel natuurlijke zaak.

Op de NCRV loopt een Nederlandse comedyserie over een volwassen student die weer bij z'n vader is gaan wonen: Ha die Pa. Extra pervers omdat de rollen gespeeld worden door acteur Luc Lutz en zijn echte zoon Joris.

Waarom de zoon bij pa is ingetrokken, da's natuurlijk de grote vraag. In de leader wordt van alles gesuggereerd maar niets uitgesproken. "Ha die Pa," zingt de zoon terwijl we vader naar kantoor zien lopen. "Het gaat nog niet zo goed hè Pa. Maar och er komt een tijd dat je me mag alsof ik nooit ben weggegaan..."

Er is 'iets' gebeurd, da's zeker. Iets ergs. Iets lichamelijks.. Is de zoon als kind door pa misbruikt en wil hij nu revanche? Of heeft pa chronische geslachtziekte en komt zoon hem verzorgen? En waar is ma? Hebben vader en zoon ma de hersens ingeslagen omdat haar incontinentie de spuigaten uitliep? En heeft de moord hen dichter bij elkaar gebracht? Allemaal vragen.

Het merkwaardigste is dat de zoon helemaal geen 'loser' is. Zoons die naar het ouderlijk nest terugkeren zijn sociaal gehandicapte, vroegkalende hazeliphijgers die op computerbeurzen rondhangen. Maar deze zoon is een vrolijke, vlotte student, met mooie kop en dik haar en veel vrienden.

In de aflevering geeft hij stiekem een feestje. Pa, een beetje norsige man, komt een dag te vroeg thuis en betrapt de zoon op heterdaad. Overal sangria en hip aangeklede NCRV party-animals! Wat nu? Dronken scheldpartijen? Huilscènes? Welnee. Niks aan de hand. Zelfs geen preek. Pa feest gewoon lekker mee.

Er bestaan hele volksstammen die graag naar 'Ha die Pa' kijken - de serie is op herhaling. Die liefhebbers kunnen zich blijkbaar in vader en zoon herkennen, genieten van de warme vonken tussen Joris en LUC. Hardcore NCRV-leden.

Ik heb ze gezien: na 'Ha die Pa' kwam Zo Vader zo Zoon (ook NCRV), waarin een zoon zijn vader omschreef als "creatief, origineel, lief, zelfverzekerd, energiek, oprecht. Mijn vader is mijn beste vriend." Godallemachtig. Bij zo'n vader wil ik ook wel intrekken. Daar maak ik ma graag koud voor.

De slopende diepte van De Cock

Ademnood bij Nederlandse politieserie Baantjer

Het leven van Amerikaanse televisie-cops gaat niet over rozen. Iedere week worden ze wel een keer overhoop geschoten, moeten ze een auto aan gort rijden of worden ze door crackjunkies besprongen. Slopend beroep. Toch blijven ze er goed uitzien.

Dat kan niet gezegd worden van hun Europese collega's, terwijl die juist geen flikker uitvoeren. Denk aan Derrick met z'n wallen en hangwangen. Die man kijkt als of hij de dood van zijn hamster nooit heeft kunnen verwerken, terwijl hij de hele dag een beet je "Ja ja" achter zijn bureau zit te wauwelen.

Maar Derrick is nog een bruisende macho vergeleken bij onze Nederlandse held De Cock. Rechercheur De Cock, gebaard door politie-auteur Baantjer en gespeeld door Piet Römer, lijkt een opgebrande Melkert-bejaarde. 'Baantjer' op RTL4.

Er weerklinkt een melancholische harmonica door Mokums hart. Een ouwe lul met grauwe regenjas en Hans Anders-bril drinkt een borreltje in een Jordaans cafeetje. Effe zitten, effe zuchten. De Cock krijgen ze niet meer op de kast. Actie, da's meer iets voor zijn jonge collega's: een mooie jongen-met-losse-handjes, een snelle Indo-met-autoriteitscomplex en een rood stuk-met-decolleté. Helaas voor hen is er in het scenario geen plaats voor actie. Te duur. Baantjer gaat meer de diepte in.

Deze aflevering moet De Cock een moord op een slager/huisvader/travestiet onderzoeken. Twee verdachten: een jonge Marokkaan en een transseksuele vriend(in). Volbloed minderheden dus, prima aanleiding voor de scenarioschrijvers om met Neerlands politieke correctheid te strooien. Niet dus.

De Marokkaanse jongen wordt door Cocks jongens geïntimideerd en voor Naffer uitgemaakt (Noord Afrikaantje) en de travestiet wordt lekker lollig afgezeken ("Meid, pak jij je jasje en je tasje maar, je gaat mee. Plasseroperaties gratis bij het ziekenfonds!"). Rauw realisme? Nope, daar is het getreiter te kijkcijfergeil voor. Als trap na blijken de Naffer en de travo onschuldig zodat de kijker het gevoel krijgt dat het zijn eigen vooroordelen waren.

En de Cock? De Cock schudt meewarig het hoofd als zijn jonge honden weer eens hun boekje te buiten gaan. Hij heeft het druk met andere dingen. Met de dader: de zoon van de slager - zoon van een 'travestiet'. "Jullie weten niet hoe het is..." snikt de jongeman in een dramatische slotscène. "Make-up spullen in de badkamer...die geurtjes... Naaldhakken op de overloop en zeker weten dat het je moeder niet is..."

De Cock zucht. Arme jongen, denkt hij. Het zijn dit soort dingen die zijn vak zo slopend maken. Misschien moest hij maar eens een weekje naar de States. Lekker met een riot gun op Mexicaanse leernichten knallen. Daar word je tien jaar jonger van.