titels films

13e Nederlandse Filmdagen

Geen ruimte voor het kleinste sprankje escapisme

Het is begrijpelijk dat de directeur van de Nederlandse Filmdagen het vaderlandse filmwezen positief benadert, maar zijn promotie-collumnpje in de UN-bijlage vertoont toch wel lachwekkende trekjes: "Trots, wij dienen trots te zijn op de Nederlandse filmproduktie. Niet uit chauvinisme, maar omdat het hier een produkt betreft dat zowel artistiek als commercieel op een hoog niveau staat." Alsjeblieft zeg. De vierhonderdvijftig Nederlandse speelfilms die tussen 1958 en 1993 zijn geproduceerd geven bepaald geen aanleiding tot trots. Zelfs niet tot schaamte. Hoogstens tot een flinke geeuw.

En misschien zijn de organisatoren van de Filmdagen zelf ook wel een beetje bezorgd voor collectief indommelende bezoekers, want de laatste jaren verrees er steeds meer circus rondom het filmaanbod - en dan hebben we het nog niet eens over de buitenlandse lokkertjes van Foreign Affairs. Soms was dat circus leuk (zoals met Paul de Leeuw), soms irritant (met Ischa Meijer), maar bijna altijd te oppervlakkig voor ware filmfreaks; enige lichtpuntje was de talkshow van Hans Beerekamp, en dan nog vooral omdat deze recensent (voor NRC Handelsblad) tenminste kennis van zaken heeft.

De clowns van dit jaar zijn Gert Jan Dröge, die in zijn onvolprezen Glamourland ruimschoots heeft bewezen omhooggevallen sterren aan te kunnen, en René Mioch die met zijn oppervlakkige programma 'Film & Video' ruimschoots bewezen heeft nog dommere en legere vragen te kunnen stellen dan wijlen Godfather Simon van Collem. Deze clowns zullen met hun komische intermezzo's honderdnegentig filmprodukties moeten compenseren. A Tough job.

Maar laten we niet te lang doorzagen over ons beroerde filmklimaat. Voordeel is immers dat kwaliteit er des te duidelijker in opvalt. Dat was bij voorbeeld het geval tijdens de Filmdagen van 1989, toen Mijke de Jong de Prijs van de Stad Utrecht voor de Beste Debuutfilm wegkaapte met 'In Krakende Welstand'. 'In Krakende Welstand' was een één uur durend, in documentaire stijl gedraaid portret van de Amsterdamse kraakscene. Hij maakte diepe indruk vanwege de natuurgetrouwe acteersfeer en moet als een mijlpaal in de evolutie van het Nederlands filmrealisme beschouwd worden.

Na haar speelfilmdebuut werkte De Jong mee aan televisieprogramma's als 'Op je ogen' van de KRO, en de serie 'Achter de Dijken met Mieke Muts' van de NOS, en dit jaar sluit ze de dertiende Nederlandse Filmdagen af met een avondvullende speelfilm ' Hartverscheurend'.

'Hartverscheurend' speelt zich weer af in het subcultuurtje van de kraakbeweging. Hij is gesitueerd in een met sloop bedreigde, verpauperde kade in Amsterdam, waar illegalen, junks en krakers hun toevlucht zoeken. Ook Loe woont er, in een gezellige, oude woonboot. Lou staat symbool voor linksalternatief Amsterdam. Ze zet zich in voor illegale werkloze buitenlanders, kleedt zich in Waterlooplein grunge, speelt in een multi-cultureel bandje, en treedt samen met haar maat Johnny als duo op in cafeetjes.

Slechts één factor in haar leven dissoneert: haar vriendje Bob. Bob is een degelijke advocaat die hard werkt voor de kost en weinig affiniteit heeft met Lou's Samaritaanse idealisme en haar welvaarts-anarchisme. Maar Bob is gek op Lou. En Lou is gek op Bob. En ze neuken dat de stukken er van af vliegen. Jammergenoeg is die passie zo'n beetje alles wat ze gemeen hebben, en hangt er boven hun liefde voortdurend een donderwolk van ruzies, verwijten en zelfs haat. Die donderwolk wordt een wolkbreuk als Lou zwanger wordt.

Mijke de Jong bewijst zich met 'Hartverscheurend' definitief als beste (acteurs)regisseur van Nederland. Nooit eerder kwamen scènes en acteurs zo natuurgetrouw, zo ongedwongen en zo overtuigend over als in deze film. Belangrijk is dat De Jong hier bewust naar toe werkt: ze creëert een acteursvriendelijke fïlmsetting door met een kleine filmploeg van 'gelijkgestemden' te draaien, filmt op locatie met direct sound, past het scenario zonodig ter plekke aan en is zeer selectief met haar casting.

De hoofdrolspelers in 'Hartverscheurend', Marieke Heebink en Mark Rietman, die beiden in de kwaliteitsserie 'Pleidooi' reeds hun sporen verdiend hebben, leveren een grandioze prestatie die de houterige Herman Heijermans-traditie eindelijk eens doorbreekt. Verder alle respect voor Jan Eilander, die samen met De Jong het scenario voor zijn rekening nam en verantwoordelijk was voor zeer realistische dialogen. (Eilander zal overigens tijdens De Filmdagen in Het Polmanshuis als talkshow host filmmakers aan de tand voelen.)

Na deze lofzang wat kritische noten. Om te beginnen is er sprake van een identificatieprobleem. Noch Lou, noch Bob zijn sympathiek genoeg om je werkelijk mee te vereenzelvigen: Lou's spontaniteit is onbedoeld (?) hysterisch en haar moralisme onbedoeld (?) dogmatisch, terwijl Bob wordt neergezet als een egocentrisch advocaatje dat alleen geïnteresseerd is in werken en neuken. Bovendien zijn de personages wel erg stereotiep, en mist Heebink de sex-appeal om de oersensualiteit van Lou's karakter over te brengen. Film is een cru medium.

Belangrijkste minpunt van 'Hartverscheurend' betreft het amusementsgehalte. Dat is, eerlijk gezegd, nogal laag. De authenticiteit mag dan veel respect afdwingen en iedereen die wel eens een relatieoorlog heeft meegemaakt zal de situaties herkennen, maar het is de vraag of je anderhalf uur lang een spiegel van je eigen relatiekliekjes voorgeschoven wilt krijgen. Kortom, de film is zó hyperrealistisch dat er geen ruimte meer overblijft voor het kleinste sprankje escapisme.

Verder werkt De Jongs pamflettisme, of aardiger gezegd: haar politieke engagement, een beetje op de zenuwen. Niet omdat haar boodschap irrelevant, overtrokken of onjuist zou zijn, maar omdat ze humorloos is - De Jong kan niet om haar milieutje lachen (ze komt zelf uit de krakerswereld) en trapt iets te zelfgenoegzaam tegen alles wat square lijkt. Zonde.

Het is niet eenvoudig om te speculeren over de juiste cinematografische weg die Mijke de Jong nu zou moeten inslaan. Zelf wil ze haar volgende project politieker maken - misschien een film over het opkomend racisme. Toch zou ik liever een doodordinaire Amerikaanse politieroman verfilmd willen zien, gewoon om eens te kijken of er een synthese mogelijk is tussen de overtuigingskracht van haar psycho-realisme en de power van denderende fictie. Zo ja, dan zou De Jong een internationaal topregisseur kunnen worden.