titels films

16e Nederlands Film Festival

Foetus op sterk water domineert

De festivalveteraan krijgt bij het Nederlands Film Festival steeds meer de neiging om de matige Nederlandse films en televisieproducties links te laten liggen, en zich te concentreren op de buitenlandse lokkertjes. Toch lijkt er dit jaar een echt Nederlands talent te zijn opgestaan. Een nep-documentaire-maker.

Het imago van het Nederlands Film Festival werd ooit hilarisch geïllustreerd in 'Taxi', het verborgen-cameraprogramma met Maarten Spanjer. Chauffeur Spanjer pikte Rijk de Gooijer op die zojuist een Gouden Kalf in ontvangst had mogen nemen. De Gooijer, toch niet bepaald berucht om sterallures, begon fel op het festival af te geven. Spuugziek was hij geworden van de amateuristische organisatie, van de opgeblazen sfeer. Hij had zelfs in de rij moeten staan voor consumptiebonnetjes! Rijk maakt zich zo kwaad dat hij, aangemoedigd door Spanjer, het Gouden Kalf met kracht het raam uitflikkerde.

De gemiddelde festivalbezoeker zal zich misschien niet zo storen aan de lullige poeha die het Festival omringt, maar wel aan het filmaanbod: er worden in Nederland veel te weinig avondvullende speelfilms gemaakt om een jaarlijks festival te rechtvaardigen, en bovendien is de kwaliteit vaak bedroevend. De organisatie probeert dit te compenseren door de programmering vol te proppen met televisieseries, documentaires, eindexamenproducties en experimentele films.

Soms zijn deze van redelijk niveau, maar in de bioscoop horen ze niet thuis. Ook worden gaten gevuld met verantwoorde seminars (dit jaar filmmuziek), saaie retrospectieven (Jan de Hartog) en belachelijk veel prijsuitreikingen. Het enige lokkertje van het Nederlands Film Festival is de programmering van buitenlandse kwaliteitsfilms ('Foreign Affairs'), die gelegitimeerd wordt door de aanwezigheid van een gastregisseur (Cinema Militans lezing) of door een vergezochte link met Nederland (oftewel: de aangetrouwde achterneef van de geluidsman heeft Hollandse grootouders). Een gênante noodgreep voor een festival dat zo met zijn nationalisme leurt.

De ervaren festivalbezoeker is zich van dit alles bewust en krijgt steeds meer de neiging zich te beperken tot 'Foreign Affairs' en talkshows met een controversiële gast of gastheer. Afgelopen zondag had regisseur Theo van Gogh in praatprogramma 'Het Ochtendhumeur' in 'cultuurpaleis' Winkel van Sinkel voor vuurwerk moeten zorgen, maar het enfant terrible liet 't afweten.

In plaats daarvan volgde een doodsaai gesprek met een dramaturg van de KRO. Deze Addy Weijers beweerde dat Nederlandse scenario's onderschat worden en dat veel televisiekomedies verknald worden door te fraai(!) filmende regisseurs. Gelukkig overstemde een loeiende espressomachine het gesprek. Leukere gast was acteur Tom Jansen, de gemeenste filmschurk van Nederland. Jansen, genomineerd voor het Gouden Kalf voor zijn rol in 'Marakesch', was behoorlijk hyper en vertelde bulderend over zijn slechtste rol in klassieker 'Pipo en de Piraten'.

Maar waar het in deze talkshow om draaide, en achteraf bezien misschien wel het hele festival, was derde gast en nieuwkomer Lodewijk Crijns. Jawel, een Nederlander. Zijn controversiële filmstijl zal zelfs cynische festivalveteranen verrast hebben: Crijns filmt fictie in documentairestijl en presenteert de productie dan als documentaire. Hij belazert de kijker dus. Toen dit 'geheim' uitgelekt was sprak iedereen schande, maar Crijns' formule blijft even goed fascinerend en zeker gedurfd naar Nederlandse maatstaven.

Daarbij komt dat Crijns een unieke fascinatie koestert voor Het Weerzinwekkende. "Ik kom op zulke verschrikkelijke ideeën dat ik ze niet durf te verfilmen." Bijvoorbeeld een moeder die een dode foetus (haar miskraam) uit een pot sterk water haalt en kapot bijt. Crijns filmfilosofie is compact: "We willen steeds hetzelfde simpele verhaal zien, al honderd jaar lang." De jonge cineast kreeg voor 'Lap Rouge' de Tuchinsky Award en werd genomineerd voor een Kalf.

De ironie wilde dat Crijns ook scoorde in de categorie 'aankomend professioneel' met een eindexamenfilmpje, dat werd vertoond op het Gouden Vlam Videofestival in Theater Kikker. Dit festivalletje staat eigenlijk op zichzelf, maar mag meedrijven op de publiciteitsgolf van zijn grote broer. Het is een podium voor nog-net-niet-afgestudeerden aan de Kunst- of Filmacademie, en een aardige afwisseling op het dubieuze professionalisme van het echte festival. De zaal zit vol vrienden, kennissen, familie en verre familie van de makers. Heel gezellig.

Wel was het even slikken voor de jongste bezoekers, die in hun kinderwagen belaagd werden met soms heftig experimenteel filmgeweld. 'Du bist ein Fish' bijvoorbeeld is een vreemd kort 'filmpje over een kippenei en een ingesponnen lichaam, dat in het gidsje wordt het omschreven als 'een attaquerend audiovisueel spel, exponentieel versterkt door duisternis en suggestie'. Kan goed kloppen, want het knalde en flitste alle kanten op.

Een stuk toegankelijker was 'Mediaal', een komedie over een jongeman die opeens nagedaan wordt door zijn omgeving. Als hij in z'n oor peutert en daarbij 'godsamme' uitroept wordt het binnen de kortste keren een nationale groet. Fris en geestig.

Dat kan niet gezegd worden van 'Het Steen Zucht', een 'poëtische documentaire over het oude stadhuis in Den Haag' die een eervolle vermelding van de jury kreeg. Topzwaar van de literaire pretenties. gooit de maker heden en verleden door elkaar tot de kijker schoon genoeg krijgt van de steenklomp. Heel aardig dit amateurfestival, al was het alleen maar omdat je er een productiemaatschappijtje aantreft dat 'God wat een gelazer-producties' heet.

Tot slot Cinema Militans, de serie lezingen van strijdbare cineasten. Gast dit jaar was de Amerikaanse regisseur Alan J. Pakula, wiens oeuvre tot de mainstream gerekend moet worden ('Sophie's Choice') maar die met enkele gezagson-dermijnende producties ('The Parallax View') toch wel de status verdient van 'militant' regisseur.

Pakula's lezing was degelijk, zij het wat ongeïnspireerd. Na een opmaatje over zijn eerste jaren als regisseur sprak hij zijn bezorgdheid uit over de toekomst van de Amerikaanse film: het concentratievermogen van de hedendaagse jeugd wordt ondermijnd door MTV, Hollywood is verblind door hebzucht en de technische revolutie veroorzaakt een hausse aan lege theme-parc movies als 'Jurassic Parc'. Maar dat wisten we al.

Veel aardiger was zijn anekdote over een preview van een van zijn eerste films. Na afloop wilde hij met de studiobaas vragen hoe die de film vond, maar deze zat gebiologeerd naar Pakula's kruis te kijken. Daar zat namelijk een zeikend natte plek: tijdens de vertoning was een bekertje water op zijn kruis leeg gelopen, waar hij door de zenuwen niets van had gemerkt.