titels films

A Bronx Tale

Mengeling van nostalgie en hyperrealisme

Na Clint Eastwood, Jodie Foster, Burt Reynolds, Barbara Streisand, Sylvester Stallone, Sean Penn, Tom Cruise en een dozijn andere filmsterren heeft nu ook Robert de Niro plaatsgenomen achter de camera. Sterker nog: voor de verfilming van het toneelstuk 'A Bronx Tale' verzorgde hij tevens de productie en vond daarnaast ook nog tijd een bijrol voor zijn rekening te nemen.

Zoals te verwachten bij een debutant zijn de opnames niet vlekkeloos verlopen: De Niro's doorgedraaide perfectionisme resulteerde soms in een absurd aantal takes waardoor er veel kostbare tijd werd verbruikt. Het resultaat is echter zo uitgebalanceerd dat menig ervaren cineast wat van De Niro's onzekerheid zou kunnen leren.

The Bronx, begin jaren zestig. Calogero (Lillo Brancato) heeft twee vaders in zijn leven: zijn echte vader (De Niro), een buschauffeur die gelooft in eerlijkheid en hard werken, en Sonny (Chazz Palminteri) een lokale gangsterbaas die met een intelligent schrikbewind de buurt in zijn greep houdt. Calogero houdt van zijn vader, maar kijkt op tegen de charismatische Sonny. Hij weet Sonny's respect te winnen als hij, nadat Sonny voor zijn ogen iemand heeft doodgeschoten, zijn mond houdt tegen de politie ("Klikken is erger dan sterven", zegt hij in de voice over).

Sonny herdoopt hem tot 'C' en annexeert hem als mascotte van zijn mafia-kelderkroeg. Even lijkt het erop dat C, ondanks zijn vader's protesten, opgeslokt gaat worden door de Cosa Nostra, maar Sonny wil zijn mascotte niet zozeer tot soldaat kneden als hem streetwise maken.

Hij geeft hem survivaltips voor de straatjungle ("vertrouw niemand!") en leert hem trucs om verkeerde vrouwen te herkennen ("Als ze het knopje van het autoportier niet voor je omhoog doet moet je haar dumpen!"). Vooral tips in de laatste categorie kan C gebruiken, want hij is verliefd geworden op een zwart meisje. En dat kan niet in The Bronx.

‘A Bronx Tale’ ziet eruit als een kruising tussen Levinsons 'Diner' en Scorsese's 'Mean Streets', als een mengeling van nostalgie en hyperrealisme. De Niro maakt kwistig gebruik van Doo Wop-hitjes en Motown-klappers en laat ons meegenieten van C's kwajongensstreken, maar ontnuchtert met akelig gechoreografeerd geweld en hardcore racisme.

Hij maakt duidelijk dat vader's arbeidsethos en rechtschapenheid geen antwoord bieden in de straatjungle, terwijl hij tegelijkertijd Sonny's zelfverzekerheid ontmaskert als pragmatische paranoia. Van moralisme of nihilisme houdt hij zich verre: De Niro zoekt en vindt een subtiel evenwicht.

Wie echter nog meer respect afdwingt dan de regisseur is Chazz Palminteri, hoofdrolspeler (Sonny) en tekstschrijver. Hij wist zijn oorspronkelijke toneelstuk, dat de vorm had van een monoloog (!), om te bouwen tot volwaardig filmscenario en en passant de sterren van de hemel te acteren. Geen wonder dat Woody Allen hem contracteerde voor 'Bullets over Broadway'.