titels films

Cosmopolis

Verbaal faillissement in soundproof limo

Het is hip om de term 'cultfilm' te gebruiken. ’t Geeft aan dat je verder durft te kijken dan mainstream en filmhuis, dat je echt ‘into' film bent. De term is zó hip dat hij te pas en te onpas gebruikt wordt. Maar waar staat ie eigenlijk voor? Wikipedia komt aanzetten met een lijst van 14 criteria, variërend van ‘controversiële thematiek’ tot ‘absurde plot’ tot ‘maakt deel uit van een subcultuur’. Die hadden we zelf ook wel kunnen ophoesten. Wat echter opvalt is de grote gemene deler: toeval. Een film wordt cult of niet - daar heeft de cineast zelf niet de hand in.

Of toch een beetje? Áls je een regisseur zou willen noemen die doelbewust cultfilms probeert te maken, dan is het David Cronenberg (Wild at Heart). Cronenberg kun je omschrijven als een intellectualistische splatterspecialist. Hij kickt op plastische effecten, zoals ontploffende hoofden en in-strontvlieg-muterende wetenschappers, maar verwerkt deze B-stijl wel in maatschappelijk-filosofische-fysiologische betoogjes. Anders gezegd: Cronenberg wil met zijn kunstbloed de diepte in.

Die visuele mindfucks leveren geen bijster evenwichtig (Naked Lunch), wel een fascinerend (eXistenZ) oeuvre op. En een schare trouwe fans. Zij krijgen het steeds lastiger omdat Cronenbergs films met de jaren een steeds aardser en conventioneler karakter hebben gekregen. Denk aan het even trieste als sobere Spider, over een getraumatiseerde man met chronische waanbeelden. Maar ook kunstbloed kruipt waar het niet kan gaan. Cronenberg is terug met de visionaire SF Cosmopolis, gebaseerd op de cultroman van Don DeLillo uit 2003, waar Cronenberg – voor het eerst sinds jaren – zelf een scenario op voortborduurde.

We schrijven De Toekomst. Of is ‘t Het Heden? De jonge Eric (Robert Pattinson) heeft het in ieder geval gemaakt. Hij is miljardair geworden met cyberprojecten. De wereld mag dan zijn oyster zijn, hijzelf balanceert op ’t randje van emotioneel faillissement. Zijn versbakken huwelijk is prut, zijn vriendschappen leeg, zijn prognose gitzwart. En zijn prostaat blijkt nog asymmetrisch ook. Hij zit nu vast in de file met zijn limo, doodt de tijd met vreemdgaan, zelfdestructie en vooral ouwehoeren met informanten uit het veld. Ondertussen zijn de stuiptrekkingen van het kapitalisme een feit. Vanuit zijn bullet- en soundproof auto ziet hij toe hoe de stad geteisterd wordt door chaos en rellen. Volgens zijn beveiligingsman willen er ook elementen een aanslag op Eric plegen.

Niets zo snel gedateerd als science-fiction, niets zo snel beschimmeld als visionaire SF. Zeker als de bron een decennium op de planken heeft gelegen en het visioen tot dagelijkse sleur is verworden. Banken die op hun stuitje vallen, berooide burgers die protesteren tegen beursverkrachters, een cybersnotneus die Big Brother speelt met een smoelenboek… Een achterhaald visionair klinkt al snel als een oudtante op een familiefeest.

Dat Cosmopolis onverteerbaar is geworden komt echter niet doordat de fictie is ingehaald door de feiten. Het zijn de pretenties. De film is volgestampt met academische borrelpraat, met literaire darlings die een metasfeer moet creëren (“the logical extension of business is murder”, “I think you are dedicated to knowing”, “life is too contemporary”, “talent is more erotic when it’s wasted”). Het lijkt wel of Cronenberg zijn scenario simpelweg heeft overgepend van het boek. "Schat, ik ga me drie dagen in het Chelsea opsluiten met een typmachien en een baal espresso en ram het script er dan in één ruk uit!" Resultaat is een derderangs Pinter zonder enige visuele verwenpartij.

Cosmopolis is met afstand David Cronenbergs slechtste film. Het is ook zo'n postmodern construct waarover men graag praat op filmfestivals. Want de ooit controversiële 'Cronenberg' is een hippe merknaam geworden. Intellectuele provocatie met een ranzig randje! Echte cult! Maar we willen helemaal geen cult. We willen een mooie ingetogen Spider. Of een bizarre splatter. Trieste gekken en ontploffende hoofden kunnen namelijk ook over een decennium nog boeien. Voor gewauwel over de economische apocalyps hebben we de kattebakkrant al.

Cosmopolis
Daar zit je dan met je visionaire blik