titels films

De Jurk

Vrije vingeroefening met handicap

Theaterman Alex van Warmerdam was de eerste Nederlandse cineast die zich niet liet insnoeren door onze spruitjesgeest maar haar juist misbruikte. Met zijn debuut 'Abel' blies hij de calvinistische verstikking op tot een hilarische trip die het antwoord op De Avonden werd.

Jammergenoeg had Van Warmerdam slechts inspiratie voor een halve film; na de pauze maakten zijn droge grapjes plaats voor kluchterigheid, en bleek zijn vervreemdende regie vol maniëristische theatertrucjes. Met 'De Noorderlingen', een surrealistische ode aan de wederopbouw, probeerde Van Warmerdam zich los te werken van theaterrestricties maar verdronk hij in overstilering.

Zijn derde film, 'De Jurk', is zowaar een vrije oefening. Een designer ontwerpt de opdruk voor een zomerjurk: blauw met bruine blaadjes. De fabrieksadviseur vindt het design niets, maar de directeur besluit het in productie te nemen. Een huisvrouw die de jurk koopt gaat even later dood, waarna de jurk bij de vrouw van de kunstenaar terechtkomt. Zij wekt met de jurk een obsessieve lust op bij een treinconducteur, die haar achtervolgt en bij haar in bed kruipt. Een tiener die de jurk in een tweedehands zaakje koopt, overkomt hetzelfde.

Uiteindelijk wordt de jurk gejat door de vriendin van de fabrieksadviseur die ondertussen aan lager wal geraakt is, en als zij sterft verdwijnt de jurk in het crematorium. Gelukkig heeft een kunstenaar een schilderij van de jurk gemaakt. Maar de conducteur ligt op de loer.

Lijkt een aardig idee, wat semi-absurdistische verhaaltjes met een rood draadje aan elkaar naaien en de personages af en toe laten overlopen. 'Pulp Fiction' had zo'n opzet, en die deed het goed bij de kassa en critici. 'Pulp Fiction' had echter een zeer strak scenario waardoor de verschillende anekdotes uiteindelijk een geheel vormden.

Van Warmerdams ‘De Jurk’ is zulk los zand dat hij al draaiende geschreven lijkt - een indruk die bevestigd wordt door Van Warmerdam: "Als ik genoeg had van een personage liet ik de jurk gewoon wegwaaien. Ik wilde spontaan kunnen schrijven, ik had geen zin om te zwoegen op een mooie vertelstructuur- of een perfecte spanningsboog." De kijker deelt Van Warmerdams nieuwsgierigheid naar 'de volgende scène', maar wil uiteindelijk wel bevredigd worden met een clou die alle losse eindjes aan elkaar knoopt. Die blijft uit.

In plaats daarvan worden we gelijmd met geestigheden: een draaiorgel dat tijdens een raciale ruzie de plomp ingedonderd wordt, een dialoog met een blinde vrouw over het exacte design van de jurk, een man die zijn vrouw met een reusachtig varken wil laten neuken...

Van Warmerdam mag dan bekend staan om zijn Hollandse nuchterheid, de stijl van ‘De Jurk’ verraadt de arrogantie van een pretentieus cineast. Zolang de 'onverwachte wendingen' in zijn films niet het resultaat zijn van vernuftige manipulatie maar van gebrek aan voorbereiding, kan hij zich beter tot het spruitjesniveau beperken.