titels films

Gods And Monsters

De homoseksuele vader van Frankenstein

Nu homoseksualiteit de laatste twee decennia meer ruimte in de maatschappij lijkt te krijgen, zou je verwachten dat ook de filmindustrie er wat relaxter mee om leert gaan. Dat is niet het geval. Er komen weliswaar meer films uit waarin een homoseksueel personage de hoofdrol speelt, maar bijna altijd krijgt die geaardheid nadruk. Of het nu gaat om underground cinema waarin de seks zo expliciet mogelijk geënsceneerd wordt ('Taxi zum Klo') of om een Hollywoodproductie waar homoseksualiteit gebruikt wordt als dramaversterker ('Philadelphia').

Slechts bij hoge uitzondering is homoseksualiteit een toevallige eigenschap van de protagonist ('My Beautiful Laundrette'). Ook in het biografische 'Gods and Monsters', over de Britse tekenaar/acteur/regisseur James Whale, wordt de herenliefde het eigenlijke onderwerp.

James Whale bereikte in de jaren dertig de top van Hollywood met semi-expressionistische horror successen als Frankenstein en Bride of Frankenstein. Na een flop raakte hij uit de gratie en trok hij zich terug om in zijn landhuis te genieten van jongens met "hard, arrogant pricks". Uiteindelijk vond hij onder mysterieuze omstandigheden de dood in zijn zwembad.

In de film volgen we de laatste dagen van Whale, gespeeld door Shakespeare-acteur en gay activist Ian McKellen. Hij papt aan met de sexy maar heteroseksuele tuinman Clayton (Brendan Fraser) en haalt hem over om voor geld te poseren. Aanvankelijk uit lust, maar al gauw is het niet zozeer Claytons lichaam dat Whale bezighoudt, als wel diens ontvankelijke uitstraling. Whale voelt zich vrij om over zijn leven te vertellen, zijn armoedige jeugd, zijn grote liefde die hij in de loopgraven van WOI verloor, zijn miskenning door Hollywood. Er groeit een band tussen de mannen, met dramatische gevolgen.

Unaniem lovende recensies en Golden Globes en Oscarnominaties - 'Gods and Monsters' heeft respect afgedwongen. Onbegrijpelijk, want het is in alle opzichten een zielloze film geworden. Regisseur Bill Condon ('Sister, Sister') die tevens voor het script tekende, breekt de meest basale filmwetten door in plaats van te schilderen met de camera alles expliciet in dialogen uit te leggen. Hij laat de gebeurtenissen elkaar wezenloos opvolgen, gebruikt flashbacks zo voorspelbaar dat ze lachwekkend worden (een fotoflits gaat geheid over in een ontploffende WOII granaat).

Hij pretendeert tot de essentie van Whale door te willen dringen, maar focust voortdurend op diens seksuele geaardheid, van fallussigaren tot likkebaarden. Je krijgt de indruk dat Condon zelf meer moeite met homoseksualiteit heeft dan het zogenaamd hypocriete Hollywood. In iedergeval laat hij de kunstenaar Whale zwaar onderbelicht.

Wat de film nog enige charme geeft is het onwaarschijnlijke talent van Brendan Fraser als tuinman Clayton. Bekend van slapstick comedy George of the Jungle, bewijst hij zich een aangename natural tegenover de veel te academische Ian McKellen. En uitgerekend Fraser is overgeslagen bij de Oscarnominaties.