titels films

How I Spent My Summer Vacation

Rehabilitatie met penitentiaire orgaanhandel

Amerika houdt van haar bad boys. Sterren die paparazzi op de bek slaan, uitglijders maken met adult actresses, een decennium aan de heroïne gaan, studiobazen intimideren met Hells Angels... de Mickey Rourkes, de Robert Downey Juniors, de Charlie Sheens. Hell, hun testosteron zorgt ervoor dat Hollywood Hollywood blijft. Dus als deze verloren zoons weer aan de deur kloppen wacht hen doorgaans een Opraësk onthaal.

Er bestaat echter een variant die voor altijd in ongenade valt. Misschien wel omdat deze échte bad boys Amerika een onvervormde spiegel voorhouden. Zo heeft Michael Richards (Seinfelds Kramer) zijn carrière geruïneerd door, toen hij tijdens een stand-up optreden geheckled werd door twee zwarte mannen in het publiek, minutenlang toespelingen te maken op een lynchpartij door de Klan. Racisme is bad, maar bepaald niet lekker bad. Exit Kramer.

Was Richards 'slechts' een televisiester, Mel Gibson is een van de machtigste spelers binnen de filmindustrie. En ongekroonde koning van Malibu. Dus toen hij in zijn woonplaats stomdronken van de weg geplukt werd en een tirade afstak over joden, dacht iedereen: die koopt zijn weg wel uit deze PR-nachtmerrie. Maar de geruchten over Mels dronken fuck-ups en het molesteren van zijn gold digging ‘ex houden nu al zes jaar aan. Exit Mad Max?

Misschien niet. Mel heeft in Hollywood - volgens hem een Joods bolwerk - naast vijanden ook legio trouwe vrienden. Zo castte Jodie Foster hem voor een film over een getraumatiseerde man die communiceert via een eh… handpop. Niet echt de kop thee waar Mad Maxfans op zaten te wachten (‘t verkeerde soort mad) en The Beaver belandde ongezien in de DVD-grabbelbak. Tijd voor Plan B: aanval als verdediging. En de beste aanval is natuurlijk zelfspot. Producent Mel castte zichzelf in een zelfgeschreven zwarte komedie over een sjoemelaar in de bak. How I Spent My Summer Vacation, ook Get the Gringo genaamd.

Mel Gibson speelt een bad boy. Hij heeft een paar miljoen gejat en is naar Mexico gevlucht. Daar komt hij terecht in de gevaarlijkste gevangenis van ’t land, een microkosmos waar een mensenleven niets waard is en alles verhandeld wordt dat het mensenleven bekort: van sigaretten tot wapens tot SOA’s tot organen - “The world’s most shittiest mall.” Maar ex-marinier en full time zwendelaar Mel is street wise. Binnen enkele dagen heeft ie cash, een pistool en een 10-jarige informant geregeld. Dat gozertje staat op een dodenlijst, want hij heeft dezelfde zeldzame bloedgroep als de corrupte baas van de gevangenis, wiens lever kapotgezopen is. En ja hoor, nét als Mel zijn eigen ontsnapping geregeld heeft, wordt het jochie naar de operatietafel afgevoerd.

De posters beloven weinig goeds: een grimmig ogende Mel met schiettuig in de knuist. De trailer is echtergeweldig. Hilarisch, hard, strak, vies. Nou zijn trailers notoire instinkers (haute cuisine als voorgerecht van 5-gangen hutspot), maar de film zelf is ook behoorlijk onderhoudend. Een on-Hollywoodiaanse couleur locale van het gevangenisleven, een Wild Bunch-achtige shoot out met vertraagd bloed en heel erg veel foute grappen, alles vakkundig geregisseerd door Adrian Grunberg, eerder assitent director van Gibsons onderschatte Apocalypto.

Maar de kracht van de film zit ‘em in de casting van de hoofdrolspeler. Wisten we reeds dat Gibson een intense présence kan hebben (Signs, Ransom), nu met extra alcoholgroeven, nicotinerimpels, manische pupillen en dunnende coupe is hij helemaal op zijn plek in deze hogedrukpan van ‘t maatschappelijk riool. Daar kunnen de Mickey Rourkes, Robert Downey Juniors en Charley Sheens slechts van dromen.

Helaas is ook deze productie in de VS straight-to-The-Pirate-Bay gegaan. Niet vanwege de irritante voice-over die werkelijk alle ironie uitspelt, of vanwege toch wel erg de sentimentele momenten met het knulletje of de lollig bedoelde foltering met een teenknipper. Nee, het komt doordat Mel off screen zijn bek weer eens heeft opengetrokken: John Lennon zou volgens hem terecht vermoord zijn (blijkbaar behoren nu ook de Fab Four tot het Joodse bolwerk). Jammer, want kwaliteitspulp als How I Spent My Summer Vacation had voor een even onwaardige als terechte rehabilitatie van Hollywoods baddest boy kunnen zorgen.

How I Spent My Summer Vacation
Eigenlijk zijn Mexicanen ook erg Joods