titels films

I Shot Andy Warhol

Ultieme mannenhaatster schiet ultieme kunstnicht neer

Het is merkwaardig dat er nooit een film gemaakt is rond de kunstscene van Andy Warhols Factory. Het drugsgebruik, de seksuele excessen, de extravagante hippiekleding en de arti pretenties zouden het erg goed doen in ons door retro's geobsedeerde decennium.

Het is begrijpelijk dat er nooit een film gemaakt is rond Valerie Solanas. Solanas ('36-'89) was een militante straatfeministe die eind jaren zestig met haar manifest SCUM de wereld probeerde te overtuigen dat het mannelijke geslacht over de kling gejaagd moest worden.

Waarschijnlijk zouden we nooit van Solanas of haar fundamentalistische denkbeelden gehoord hebben als ze niet één daad gesteld had: in 1968 schoot ze Andy Warhol neer. Warhol overleefde de aanslag, maar zou nooit meer dezelfde zijn. Regisseur Mary Harron zette Solanas agressieve drift af tegen Warhols ijle zelfgenoegzaamheid in 'I shot Andy Warhol'.

"Life in this society being an utter bore and no aspect of society being at all relevant to women, there remains to civic-minded, responsible, thrill-seeking females only to overthrow the government and destroy the male sex." Manifest SCUM (Society for Cutting Up Men) is zo doordrenkt van mannenhaat dat het een grote grap lijkt. Solanas' misandrie is geworteld in een incestueuze relatie met haar vader, maar ook na haar studie psychologie blijft ze de haat voeden door zich als hoer te verkopen.

Werken is tegen haar principes, ongetwijfeld omdat de maatschappij door mannen gerund wordt. Maar beroemd worden wil Solanas wel. Ze schrijft een toneelstuk over drollen ('Up Your Ass') en biedt dit Andy Warhol aan, en weet haar SCUM te verkopen aan een uitgever. Als die uitgever een oplichter blijkt en Warhol haar manuscript zoek maakt besluit ze daad bij woord te voegen. Dood aan de mannen! Ze jat een kaliber .32 Baretta en schiet Warhol tweemaal in de zij.

'I shot Andy Warhol' geeft een goed beeld van Solanas' gedrevenheid ­ zelfs in de goot zit ze nog koortsachtig te typen. Maar nergens blijkt Solanas' briljantie uit, terwijl hier in de persmap zoveel ophef over gemaakt wordt. Haar taalgebruik is stijfacademisch, haar boodschap belachelijk, haar argumenten dogmatisch, haar humor flauw. Bovendien roept haar non-stop sarcasme ("You fucking faggots!" tegen Warhol's homovrienden) meer dan weerzin op. Solanas' persoonlijkheid bevestigt alle vooroordelen die je tegen een lesbische feminste zou kunnen hebben.

Des te opmerkelijker dat regisseur Harron zo'n entertainende film om haar wezentje wist te maken. Dat is deels te danken aan de fotogenieke, met aluminiumfolie behangen Factory waar fenomenen als Jim Morrison en Paul Morrisey opnieuw tot leven worden gebracht én worden geridiculiseerd, maar overigens is hoofdrolspeelster Lili Taylor ('Short Cuts') de absolute spil van de film. Ze geeft haar lompe 'butch dyke' op het juiste moment een kwajongensachtige glimlach of een diep eenzame blik, waardoor je dit vreselijke mens uiteindelijk toch in je hart moet sluiten.