titels films

Land and Freedom

Oorlogsromantiek smaakt niet zoet

De Amerikaanse oorlogsfilm wordt wel eens beticht van geschiedvervalsing. Hij zou te rechts zijn (‘Platoon’), te surrealistisch (‘Apocalypse Now’) te romantisch (‘From here to Eternity’) of te propagandistisch (‘Green Berets’). Deze verwijten zijn gegrond, maar aspiraties om een realistische en integere oorlogsfim te maken zijn per definitie hachelijk - oorlog is immers te lelijk, te gecompliceerd en te chaotisch om tot twee uur onderhoudende fictie te reduceren zonder dramatische concessies te doen.

'Land and Freedom' toont aan dat een zogenaamd historisch correcte oorlogsfilm ook niet buiten romantische smaakmakers kan. En geeft daardoor een vieze nasmaak.

We schrijven 1936, Liverpool. David (lan Hart) is een jonge werkloze Engelsman met communistische idealen. Als hij een speech van een Spaanse vrijheidsstrijder aanhoort besluit hij naar het Zuiden af te reizen om de revolutionairen bij te staan in hun strijd tegen Franco. Hij sluit zich aan bij het POUM, een groepering die de strijd tegen de fascisten wil koppelen aan een socialistische revolutie.

Het peloton waarvan hij deel uitmaakt is een allegaartje: Engelsen, Italianen, Fransen en natuurlijk Spanjaarden; arbeiders en intellectuelen, vrouwen en mannen. Ze hebben veel meningsverschillen, maar zijn vastberaden en ontzetten verscheidene steden. Pas als er doden gaan vallen sluipt de twijfel erin, en sluiten sommigen zich aan bij eenheden die meer gedisciplineerd en beter bewapend zijn. David gaat even vreemd bij de communisten, maar keert dan gedesillusioneerd terug naar het POUM dat echter een roemloos einde te wachten staat.

Regisseur Ken Loach, tweevoudig Gouden Palmwinnaar en bij het grote publiek bekend met IRA-drama 'Hidden Agenda' en het luchtiger 'Riff-Raff', heeft met ‘Land and Freedom’ onmiskenbaar de pretentie gehad een realistisch oorlogsverslag af te leveren. Hij schildert het slagveld als een chaos waarin geweren spontaan afgaan, stuntelig wordt gevochten en er voortdurend door elkaar wordt heen geschreeuwd.

Tussen het knokken door worden er oeverloze discussies gevoerd over het collectiveren van landbouwgrond. Maar deze docudramatische scènes zijn doorweven met gelikte dramatische hulpmiddelen.

Zo blijft, net als bij Hollywood-pendanten, de vijand schimmig en ondubbelzinnig 'fout' (weerloze vrouwen worden gebruikt als schild tegen kogelregen) opdat de kijker zijn adrenaline schuldvrij kan kanaliseren. De goeden hebben meningsverschillen, maar met hun kameraadschappelijkheid, solidariteit, vastberadenheid en sex-appeal stralen ze een bijna studentikoze gezelligheid uit. De held heeft zijn gebreken, maar staat voor de Goede Zaak en 'gets the girl' (vanzelfsprekend een stoere Spaanse met brandende passie die in de finale overhoop geschoten wordt ten bate van de melodramatiek).

‘Land and Freedom’ is een sluw, uiterst professioneel gemaakt pamflet over Ware Soldaten in de Juiste Strijd, dat niet openlijk durft te kiezen voor dramatische cliché's à la Hollywood en te veel manipuleert om voor docudrama te kunnen doorgaan. Oorlogsverheerlijking op z'n subtielst.