titels films

Les Nuits Fauves

Te frisse jongen in loodzwaar AIDS-document

Critici hebben het moeilijk met films over minderheden, indien deze geregisseerd zijn door 'vertegenwoordigers' van de betreffende minderheidsgroep. Als een film over rassendiscriminatie door een zwarte cineast is geregisseerd, of een vrouwenfilm door een feministe, zijn de heren recensenten opvallend terughoudend met hun kritiek. Angst.

Als ze Spike Lee Afro-fascistische trekjes toeschrijven, riskeren ze immers voor racist uitgemaakt te worden, en als ze Marleen Goris oppervlakkige mannenhaat verwijten, lopen ze de kans om voor male chauvinist te worden versleten. Ze geven dergelijke filmmakers meer krediet omdat ze als 'autoriteiten' van 'precaire' onderwerpen worden beschouwd. Met 'Les Nuits Fauves' zullen ze het helemaal moeilijk krijgen. Want deze film gaat over aids, en is geregisseerd door Cyril Collard, een seropositieve schrijver.

'Les Nuits Fauves' is het semi-autobiografische relaas van de dertigjarige Jean (gespeeld door de regisseur zelf) die met het HIV-virus besmet is, dit ontdekt, en met deze kennis alsnog iemand zonder condooms neukt. Die iemand is de zeventienjarige Laura (Romane Bohringer). Laura is een ontstuimig meisje, dat ontstuimig verliefd wordt op Jean, onstuimig met hem naar bed gaat, en dan onstuimig besmet wordt. Jean is op zijn beurt zó dronken van verliefdheid (of geilheid?) dat hij zijn kwaaltje pas dagen na de daad durft te bekennen.

Als dat nog niet genoeg is, wordt hun relatie extra ondermijnd door Jeans homoseksuele escapades met Samy (Carlos Lopez), die op een gegeven moment bij hem intrekt. De driehoeksverhouding loopt uit de hand, en Laura belandt in een inrichting.

'Les Nuits Fauves' is ondanks het loodzware thema een opmerkelijk frisse film. Misschien een beetje te fris, zeg maar trendy. Vlotte montage en documentaire-achtige handcameravoering, goede popmuziek, een open rode sportwagen en lekkere vieze seks. Deze luchtige sfeer wordt gecompenseerd door enkele hartverscheurende, zeer goed gespeelde scènes, zoals het moment waarop Jean Laura bekent dat hij seropositief is.

Het is met name deze Romane Bohringer die de film dan de diepgang geeft. Ze speelt de stukken van de hemel, en hoewel haar personage veel rebelse Betty Blue-cliché's vertoont, vaagt ze Cyrils nonchalante spel met mooi gestileerde hysterie compleet van het doek af.

Het is Collard die als acteur én als regisseur zijn film soms wat zwakjes maakt. Hij wil zijn 'personage' te lang te laconiek houden, en als Jean uiteindelijk het drama van zijn moraal inziet, verliest hij zich in een pathetische monologue intérieur, zonsondergangdia's en door hemzelf gezongen liedjes. Voor Collard is het thema misschien harde realiteit, maar het blijft film. De pathetiek mag en kan geen meerwaarde krijgen door het feit dat de regisseur zelf terminaal ziek is.