titels films

Never Let Me Go

Organische driehoeksrelatie

De opleving van het SF-genre kan grotendeels toegeschreven worden aan de digitale revolutie. Computer generated images maken het mogelijk een toekomstig universum te creëeren vol high-tech onzin. Toch bestaat de minder flitsende SF-variant ook nog steeds: het ‘wat als’ subgenre. In een 'wat als' wordt de wereld zoals we die kennen neergezet met slechts een draai aan de werkelijkheid: hoe-zou-Amerika-er-nu-uitgezien-hebben-als-de-Nazi’s-WOII-hadden-gewonnen of stel-dat-de-aliens-hier-allang-rondlopen-als-gemorphde-mensen. Wat als-films lijken vooral gemaakt om zo min mogelijk te hoeven investeren in de art direction, want het universum móet juist lijken op het onze.

Gedurfde uitzondering is Never Let Me Go, gebaseerd op de bekroonde roman uit 2005 van Britse auteur Kazuo Ishiguro. De realistische toon en sobere vormgeving lijken zich regelrecht te verzetten tegen de genrecliché’s. Maar dat is niet de reden waarom je je afvraagt of het verhaal eigenlijk wel baat heeft bij een SF-draai.

Kostschool Hailsham, jaren zeventig, ergens in de country van Wales. Een doodgewone school die hoogstens wat ouderwets oogt. Toch is er iets mis. Iets verschrikkelijk mis. De leerlingen zijn levende kweekbakken voor organen die ooit andermans leven moeten redden, zo vertrouwt een dappere juf hen toe. Zij zullen niet ouder worden dan een jaar of 25.

Echt doordringen doet dit nieuws niet. De leerlingen weten niet eens hoe het buiten Hailsham is, durven het hek niet over. Daarbij heeft Kathy (Carey Mulligan) belangrijker zaken aan haar hoofd: liefde. Ze is op Tommy (Andrew Garfield) en Tommy is op Kathy, maar Tommy laat zich inpakken door girl fatale Ruth (Keira Knightley). Kathy’s frustratie groeit met de dag en ze is opgelucht als ze van school mag. In afwachting van haar eigen donatiemomenten gaat ze vrijwilligerswerk doen als ziekenverzorger van andere orgaandonoren. Maar tien jaar later komen Tommy en Ruth opnieuw op haar pad. Ruth is ernstig verzwakt omdat ze al diverse organen heeft moeten afstaan. Er er doet een gerucht de ronde dat donormensen langer mogen blijven leven als ze een stelletje vormen. Misschien dat zij en PP nu wél…

Als Never Let Me Go niet zou openen met de boodschap dat alle ziektes tegenwoordig genezen kunnen worden dankzij orgaandonatie, zou je zeker het eerste halfuur niet vermoeden dat het SF is. Sterker nog, de sobere aankleding met behang, formica tafels, tweedehands speelgoed en cassetterecordertje schept opzettelijk een low-tech sfeer. Ook de casting en het acteerwerk zijn degelijker dan het genre eigen is, al ga je weerzin  koesteren tegen Kathy’s vroegwijze, sceptische, zelfs literaire uitstraling.

De setting van een conventioneel drama dus, maar wél een die gestuurd wordt door de verzonnen wetmatigheden van een SF. Die weer talloze vragen oproepen. Want zijn die leerlingen eigenlijk klonen? Zijn hun organen bedoeld voor de ‘originelen’? Waarom staan er uitsluitend juffen voor de klas? Waarom 3 à 4 donatierondes als het om ‘vital organs’ gaat? Wat betekent ‘completing’? Vragen die de spanning en vooral het drama moeten voeden, maar bovenal frustreren omdat het meerendeel onbeantwoord blijft. Zo ook de belangrijkste vraag: waarom verzetten de kinderen zich niet tegen hun orgaanslavernij? Oftwel: wat gebeurt er als ze dat elektronische armbandje afdoen? Dat de donorkinderen agressie kennen weten we door Tommy's driftbuien. Dus wat let hen?

Het ontsluieren van deze raadsels kost ons zoveel hersencellen dat we geen ruimte overhouden voor het menselijk drama. Terwijl de regisseur, clipmaker Mark Romanek, juist die tragiek wil uitdiepen. Onmogelijke liefde, jaloezie, opoffering, hoop. Zware thema’s die alle aandacht verdienen, maar ons koud laten door oververhitte hersenkwabben. Gaandeweg bekruipt ons zelfs het gevoel dat dat hele science fictiongedoe erbij gesleept is, simpelweg omdat de auteur onzeker was of die driehoeksrelatie op zich voldoende zou boeien. Een zwaktebod dus. En de vraag die we uiteindelijk mee naar huis nemen is geen ethische of romantische, maar een technische: wat als Never Let Me Go helemaal geen SF was geweest?

Never Let Me Go
Vluchten kan niet meer