titels films

One Night Stand

AIDS als medicijn tegen midlife crisis

Regisseur Mike Figgis wist ze allemaal in te pakken: het publiek, de critici en Hollywood. Toch knap met een film over een yup die zich twee uur lang doodzuipt. ‘Leaving Las Vegas’ leverde Figgis een Oscarnominatie op en hoofdrolspeler Nicholas Cage mocht het beeldje zelfs mee naar huis nemen.

Wat de meeste mensen ontging was hoe gelikt Vegas eigenlijk gemaakt was: Figgis schilderde Cage' delirium tremens af als een heroïsche, fotogenieke doodstrijd van een getormenteerde persoonlijkheid in plaats van een nachtmerrie vol paranoia, kots en diarree. Een Hollywooddraak vermomd als filmhuisfilm. Met zijn nieuwste drama ‘One Night Stand’ bewijst Figgis zich opnieuw aalglad, maar laat dit keer wel erg veel steken vallen.

Reclameregisseur Max (Wesley Snipes) is een yup. Hij woont in een kapitale villa met bediendes, heeft een sexy vrouw en schatten van kinderen. He's got it all. Of toch niet? Als hij tijdens een zakenreis de knappe Karen (Nastassja Kinski) ontmoet duikt hij met haar de koffer in. Het wordt een gepassioneerde nacht, maar de volgende dag vlucht Max weer naar huis.

Hij probeert zichzelf wijs te maken dat het een eenmalig slippertje was en vertelt niets aan zijn vrouw. Toch is Max de oude niet meer. Hij realiseert zich hoe oppervlakkig zijn leven is, een gevoel dat versterkt wordt als hij een oude vriend (Robert Downey jr.) opzoekt die op sterven ligt als gevolg van AIDS. Wanneer Max Karen opnieuw ontmoet kan een catharsis niet uitblijven.

‘One Night Stand’ doet zich voor als een sfeervol drama over zelfinzicht, maar is een gelikte, foute draak die kreupel gaat aan onwaarschijnlijkheden en inconsequenties. Om met het laatste te beginnen: Max introduceert zichzelf door recht in de camera een babbeltje met ons te maken ("Hi, I'm Max!"). Dit meta-onderonsje moet de band met de kijker versterken maar wordt verder helemaal niet herhaald. Wel laat Figgis een uur later Max' voice-over uit de lucht vallen, lukraak zonder enige functie.

Evenzo storend zijn de toevalligheden: dat Karen heel toevallig een kaartje extra heeft liggen voor een concert van Max' favoriete strijkers wil ik nog slikken, maar dat Max Karen terugziet omdat zij heel toevallig de vrouw-van-de-broer-van-de-stervende-vriend is wordt onaanvaardbaar.

Meer nog dan technische fouten irriteert Figgis opdringerige sfeerschets. Van huisuit jazzmuziekant componeerde en speelde hij de soundtrack die werkelijk iedere scène met instant melacholie dichtwalst. Voeg hierbij een overmaat van fade-ins en fade-outs tijdens de vrijscènes en het wordt tijd voor een emmertje.

Of voor een Oscar. Want Hollywood is gek op snobby yuppen die inzien dat het leven niet alleen om geld draait. Dat voor Max' emotionele rijping een vriend aan AIDS moet creperen geeft ‘One Night Stand’ alleen maar meer schijn van integriteit.