titels films

Philadelphia

Geen seks in eerste Hollywoodfilm over Aids

Omdat begrip en respect voor andersgekleurden, andersdenkenden en andersneukenden er in ons land van kind af aan ingeramd wordt, is het voor Nederlanders moeilijk voorstelbaar dat Amerikaanse homo's als perverselingen worden behandeld, als paria's die in de heterowereld hooguit de status van curiosum kunnen verwerven ('Some of my best friends are gay'). Deze homofobie is daar zó intens, dat ze soms hysterische tegenreacties oproept.

Zo werd Jonathan Demme's 'The Silence of the Lambs' (1991) buitensporig fel bekritiseerd door homo-actiegroepen omdat de seriemoordenaar in de film 'weer eens' een travestiet was. De killer was inderdaad Holywoods zoveelste drag-psycho, maar te karikaturaal voor een serieuze discussie, en bovendien niet uitgesproken homoseksueel. Interessanter is hun kritiek op Demme's 'Philadelphia', de eerste mainstream aids-film uit Hollywood. Overigens: ‘Philadelphia’ kan niet ontsproten zijn uit schuldgevoel, want Demme's eerste aanzet tot het aids-project stamt al uit 1988.

Het onderwerp sprak Demme in eerste instantie aan vanwege de filmdramatische mogelijkheden. Pas jaren later, toen een goede vriend aan aids bleek te lijden, werd Demme er persoonlijk mee geconfronteerd. Deze betrokkenheid bracht hem ertoe om koste wat 't kost een Hollywood-benadering te vermijden. Dus geen obligate scènes waarin de hoofdpersoon 'het' te horen krijgt en 'het' probeert te verwerken; geen belerende toon, geen valse sentimenten. "Ik wist precies wat ik niet wilde", zei hij.

Wat hij wél wilde was een pakkende invalshoek om de film ook voor allergische hetero's verteerbaar te maken. Die invalshoek werd gevonden in een kranteberichtje over een zekere Clarence B. Cain (in de film Tom Hanks), een advocaat die na het 'opbiechten' van de diagnose door zijn kantoor ontslagen was. Hij had zijn werkgever voor de rechter gesleept, kreeg uiteindelijk 157.000 dollar schadevergoeding.

Demme is in zijn opzet geslaagd: hij heeft met 'Philadelphia' een nuchtere, subtiele en toch bijzonder aangrijpende film over aids afgeleverd. Zwaktebod is dat hij zijn aanvankelijk onnadrukkelijk commentaar op fobieën rondom homoseksualiteit en aids (gepersonifieerd door Denzel Washington als de advocaat van Hanks) laat uitmonden in luidruchtig rechtbankdrama - een commerciële concessie.

Verder stoorde de homowereld zich terecht aan het feit dat Hanks' homoseksualiteit abstract blijft en daarmee in zekere zin genegeerd wordt. Zo komt er geen enkele expliciete seksscène in ‘Philadelphia’ voor; een orale of anale voospartij was misschien wat veel verwacht, maar het ontbreken van zelfs een tongzoen in een film over een dodelijke geslachtsziekte is ronduit laf.

Laten we het er maar op houden dat deze concessies noodzakelijk zijn geweest voor het tot stand brengen van een publieksfilm over dit diepgewortelde taboe. Laten we Jonathan Demme, die bekend staat als politiek correct, respecteren voor het feit dat hij de deur een stukje geopend heeft. Maar misschien zou een volgende aids-film eens over een heteroseksueel met de ziekte moeten gaan. Of is dat nog te controversieel voor Hollywood? Want haar stap om, veertien jaar na de eerste diagnose in Amerika een film over deze ziekte te maken, getuigt niet zozeer van lef, als wel van goed getimed financieel opportunisme.

 

Ingezonden brief n.a.v. Philadelphia

Verdraagzaam

"Omdat begrip en respect voor andersgekleurden, andersdenkenden en andersneukenden er in ons land van kind af aan ingeramd wordt, is het voor Nederlanders moeilijk voorstelbaar dat Amerikaanse homo's als perverselingen worden behandeld."

Zo begint Rein zijn recensie van de film 'Philadelphia'. Ik kan nu hele betogen gaan houden over de vele meldingen die er binnenkomen bij de landelijke anti-discriminatielijn van het COC en lokale anti-discriminatie-bureau's, over mensen die uitgescholden worden op straat, de betekenis van televisieprogramma's over homoseksuele jongeren die 'het' aan ouders en vrienden vertelden en de gevolgen daarvan, over politiek gehaspel rondom de nieuwe Wet Gelijke Behandeling, de opkomst van extreem-rechts met anti-homo-, anti-vrouw- en anti-'buitenlander'-opvattingen, enzovoorts.

Ik zal het echter kort houden. Wat Nederlanders vooral ingeramd wordt, is het idee dat zij zo tolerant zijn. Dit idee staat een reëel beeld van de werkelijkheid nogal eens in de weg, en daarmee ook pogingen om ook echt tot meer begrip en respect te komen. Het mag hier dan niet zo erg zijn als in de Verenigde Staten, dat wil niet zeggen dat niets aan de hand is.

Arieke van Andel