titels films

Bright Star

Poëzie als molensteen

In 1989 kwam er een merkwaardige film uit Nieuw Zeeland overwaaien: ‘Sweetie’. Er was geen sprake van een duidelijke plot of van aantrekkelijke personages, maar het verhaal over twee disfunctionele zussen en de ‘droge’ manier van filmen intrigeerden. Niet zo vreemd dus dat regisseuse Jane Campion vier jaar later een Oscar (best script) zou winnen met ‘The Piano’ en in 2003 opnieuw indruk zou maken met policier-genre-experiment ‘In the Cut’.

Wat Campions talent sinds Sweetie ondermijnt is dat ze haar feministische gedachtegoed nadrukkelijk wil uitdragen. Ze maakt haar heldinnen zo ‘strong willed’ dat ze er onuitstaanbaar door worden. Ook in ‘Bright Star’ is het hoofdpersonage, de lover van de romantische dichter John Keats, bot op het anachronistische af. En ook nog eens verliefd.

Engeland, platteland, begin 19e eeuw. Fanny (Abbie Cornish), een ongetrouwde 18-jarige naaister die bij haar moeder woont, is buurvrouw van de 23-jarige dichter John Keats (Ben Whishaw). Keats woont samen met compaan Charles (Paul Schneider) en werkt aan nieuwe poëziebundel. Fanny is gefascineerd door John en diens talent, maar verlaagt zich niet tot devotie. Wat op zich John weer fascineert. Ze worden verliefd, dit tot ergernis van Charles omdat hij zowel op Fanny jaloers is nu hij Keats moet delen, als op Keats omdat hij eigenlijk ook verliefd is op Fanny. Dat John geen cent heeft om te makken en dus niet met haar kan trouwen en ook nog eens ziek wordt maakt het er allemaal niet vrolijker op. Wel romantischer.

Dat Campion de romance vertelt vanuit het perspectief van Keats’ muze is een legitieme keuze. Maar dat de titel ‘Bright Star’ naar háár refereert en niet naar Keats, komt absurd over – alsof het eigenlijk Fanny Brawne verantwoordelijk is voor de poëzie. Daarbij is de 18-jarige vrouw zó zelfstandig, rebels en - zeker voor die tijd - bot, dat het lijkt alsof Campion de naaister naar haar eigen fantasieën gemodelleerd heeft.

Veel kwalijker is dat Campion de romance zo humorloos geregisseerd heeft, dat deze als een molensteen om de nek van de kijker gaat hangen. Toch was juist dat liefdesverhaal voor haar een ingang om zich in poëzie te verdiepen. “For me the poetry was a difficult thing to start with because it makes me feel a bit stupid”, bekent ze in een interview. Die onzekerheid verklaart wellicht de gezwollen toon waarop de gedichten gepresenteerd worden - ‘Bright Star’ lijkt alle vooroordelen tegen poëzie te willen bevestigen.

Wat de film had kúnnen worden is te zien in een van de trailers, waarin de dialogen bijna ontbreken. We zien het verliefde stel lol maken, zoenen, ruzie maken, wandelen in een verwilderde tuin, verdrinken in onzekerheid. Alles perfect gemonteerd op piano en cello. Je krijgt er tranen van in je ogen, zo fraai. En even weet je weer wat een sierlijke filmmaakster er achter de dit keer zo calvinistische Campion schuilgaat. Had ze het lef maar gehad om de poëzie tot een bijrol te beperken. En Keats wat vaker te laten lachen.

Bright Star
De tortelduifjes