titels films

Species

Menselijkheid ontsiert roofdier

Het probleem met buitenaardse wezens in science-fïctionfilms is dat ze er zo aards en dus ongeloofwaardig uitzien; de fantasie van art-directors reikt doorgaans niet verder dan een uit kluiten gewassen latex amoebe. De eerste die erin slaagde om een werkelijk 'buitenaards' organisme te ontwerpen was de Zwitserse kunstenaar HR Gieger. Gieger, van huis uit ingenieur, creëert in zijn ontwerpstudies een kruising tussen organische en mechanische wezens in een universum van genitaliën, schedels en biochemische apparaten. Soms vervalt hij in kitsch, op z'n best legt hij onze meest basale angsten en driften bloot.

Ook regisseur Ridley Scott werd getroffen door Giegers Freudiaanse nachtmerries en vroeg hem in 1979 om een alien te ontwerpen voor zijn gelijknamige science fictionfilm. Het resultaat, een insektachtig oogloos roofdier met de behendigheid van een spin en de agressie van een pitbull, was zo vernieuwend en angstaanjagend dat het filmgeschiedenis zou schrijven. Vreemd genoeg werd Gieger pas dit jaar weer gevraagd om een prominente bijdrage aan een science-fïction te leveren: 'Species', over een kruising tussen menselijke en buitenaardse genen.

Dit wezen, vertolkt door Natasha Henstridge, oogt als een allerliefst meisje dat zich, eenmaal uit het laboratorium ontsnapt en in een volwassen vrouw getransformeerd, als een vastberaden roofdier ontpopt en op zoek gaat naar een menselijke paringspartner. Projectleider Ben Kingsley roept de hulp in van premiejager Michael Madsen, antropoloog Alfred Molina, biologe Marga Helgenberger en helderziende Forrest Whittaker om het beestje te vangen en af te maken. Als het eindelijk tot een treffen komt heeft ze haar ware, monsterlijke gedaante aangenomen en bovendien een baby gebaard.

Dat het scenario van ‘Species’ naar B-film riekt is op zich geen indicatie voor gebrekkige kwaliteit; het verhaal van ‘Alien’ stelt ook niets voor, maar die film werd - behalve door Giegers bijdrage - door een zenuwslopende regie en overtuigende personages tot een meesterwerk opgewaardeerd. Punt is dat ‘Species’ alleen de eerste troef uitspeelt. Roger Donaldsons regie is vlot en de shockeffects zullen veel kijkers van hun stoel afschoppen, maar de vier 'specialisten' lijken stereotypen uit een jongensboek, die hun laatste restje geloofwaardigheid verspelen als ze in de climax commandootje gaan spelen.

Verder ondermijnen talloze onwaarschijnlijkheden de wetenschappelijke pretenties (hoe kan een halve alien die in een lab is opgegroeid zich sociale codes zo snel eigen maken; waarom wordt ze met een menselijk uiterlijk geboren), terwijl het bijna letterlijk uit ‘Alien’ gejatte einde veel kenners zal irriteren. Ook het monster dwingt weinig respect af. Donaldson laat haar voortdurend in menselijke vorm als een lekker stuk flaneren en exploiteert haar lichaam onder het mom van voortplantingsdrang, terwijl Giegers ontwerp van de monsterlijke versie te veel op de eerste Alien lijkt en bovendien nog steeds voorzien is van die mooie, maar veel te menselijke borsten.