titels films

Star Trek: Insurrection

Antropologische borrelethiek in Star Trek

Een onmogelijke taak. Dat moet het geleken hebben voor schrijvers & cast van science fiction televisieserie ‘Star Trek’. Toch zijn zij erin geslaagd het immens populaire Star Trek een waardige opvolger te geven: ‘The Next Generation’ is puur kwaliteit. De decors zijn strakker, de special effects overtuigender, de verhalen dieper (echte sciencefiction thema's zoals parallelle werkelijkheden), de acteurs professioneler.

Vooral de kale, charismatische Shakespeare veteraan Patrick Stewart als captain Jean-Luc Picard gaf ‘The Next Generation’ allure. Zeven jaar heeft de serie gelopen ('87-'94) om vervolgens, net als het oorspronkelijke Star Trek, naar het grote doek te worden getransponeerd. Dat leverde twee matige films op en ook de derde, ‘Star Trek: Insurrection’ (geregisseerd door acteur Jonathan Frakes) is slappe hap.

Captain Picard en zijn bemanning maken kennis met de Ba'ku, een New Age-achtig alienvolkje dat technologie heeft afgeschaft en door de verjongende atmosfeer onsterfelijk is geworden. Een ander volk, de Son'a, is uit op deze eeuwige jeugd en heeft een Starfleet admiraal voor het karretje gespannen om de Ba'ku middels een holodek-truc naar een andere planeet te evacueren zodat zij zelf een facelift kunnen ondergaan. Als de admiraal Picard verbiedt om de Ba'ku te helpen doet Jean-Luc zijn kapiteinssterren af, trekt hij een leren jasje aan, pakt hij een krat laserguns en gaat hij Rambo.

‘Star Trek: Insurrection’ is op z'n best een slappe opgerekte televisie-aflevering. Het verhaaltje drijft meer op antropologische borrelethiek dan op science fiction-thematiek, en de special effects hebben we al honderd keer eerder en beter gezien. Ronduit beledigend is de budgetbesparende keuze om de aliens een doodgewoon humanoïde uiterlijk te geven en als decor een doodgewoon aards landschap te gebruiken; er wordt niet eens meer de schijn van science fiction opgehouden.

Geen film voor SF-liefhebbers dus, hoogstens voor Generation-fans: die ervaren ieder weerzien met de cast als een gezellige familiereünie. De schrijvers hebben zich volledig op hen gericht, leggen weinig uit en maken legio inside jokes over de baard van Riker, de geilheid van Troi, de bril van LaForge, de puberteit van Worff, de tight ass van Picard.

Ook het thema eeuwige jeugd mag als vette knipoog naar de fans beschouwd worden; de cast van ‘The Next Generation’ begint last te krijgen van ouderdomsverschijnselen. Of beter gezegd, ze vallen meer op: is hun uiterlijk in de herhalingen van de tv-serie bevroren, in de films worden we eenmaal per jaar geconfronteerd met een steeds pafferiger wordende eerste stuurman William Riker. Alleen captain Picard lijkt onaantastbaar - maar die was al in de eerste aflevering van de serie kaal.