titels films

Taxi

Pizzakoerier scheurt in obligate actiekomedie

Wanneer een gerenommeerd regisseur een film produceert én schrijft kun je er donder op zeggen dat hij ook op de regie zijn stempel wil drukken, en voor deze taak een protégé inhuurt. Bij actie/buddy-komedie ‘Taxi’ liggen de zaken anders. Luc Besson schreef het scenario en produceerde de film maar de regie was in handen van oudgediende Gérard Pirès.

Pirès kreeg na enkele huwelijkskomedies in de jaren tachtig een motorongeluk waardoor hij niet meer in staat was bioscoopfilms te maken. Hij ging zich toeleggen op commercials, met name autospotjes, en maakte naam als dynamisch regisseur. Besson, zelf actiespecialist (‘Nikita’, ‘Léon’) en bewonderaar van Pirès, benaderde de veteraan toen deze weer in staat was om een grootscheepse bioscoopfilm te draaien. Maar, o ironie, tien dagen voor de eerste draaidag van ‘Taxi’ brak Pirès een arm en moest hij regisseren vanuit het ziekenhuis. Het is de film niet af te zien.

Daniël (Samy Nacéri) is de snelste pizzabezorger van Marseille. Zelfs de motorpolitie laat hij in het stof bijten. Als hij na zes jaar wachten eindelijk zijn taxivergunning krijgt ruilt hij zijn scooter in voor een zwaar opgevoerde Peugeot. Met deze Formule I-taxi is hij de politie helemaal te vlug af, maar als hij tegen een klant over zijn capriolen opschept en deze rechercheur blijkt te zijn, dreigt hij zijn vergunning te verliezen. Gelukkig is de politieman bereid tot een deal: Als Daniël hem helpt bij het opsporen van de Duitse bankovervallers die Marseille onveilig maken in supersnelle Mercedessen, krijgt hij gratie.

Vreemd eigenlijk dat er nooit actiefilms worden gemaakt over de scootersubcultuur; als de jeugd - toch het leeuwendeel van het bioscooppubliek - ergens op kickt is het wel op deze opgevoerde krengen. ‘Taxi’ gaat van start alsof ze dit gat in de markt wil opvullen: schaamteloos terend op het Tarantino-gevoel met de gitaarsound uit Reservoir Dogs zien we pizzacoureur Daniël zo schuin door de bochten scheuren dat de vonken eraf vliegen, bij aankomst gevolgd door een salto over het stuur. Adrenaline! Maar ‘Taxi’ moet natuurlijk over een Taxi gaan en zit dus vol obligate car chases: 110 auto's werden in de prak gereden en gezegd moet worden dat Pirès Besson overtreft in strakke actieregie.

Helaas heeft Besson het scenario aan elkaar gelijmd met typisch Franse humor ("O, ik dacht dat die alleen voor scateboarders waren", grapt Daniël als de politieman hem attendeert op een niet-harder-dan-vijftig-verkeersbord). Verder is Naceri met zijn dertigerskop niet geloofwaardig als pizzabezorger. En een taxi die als James Bond- bolide met knopjes omgeturnd kan worden van stadspeugeotje tot racemonster met verbrede wielbasis gaat wat over the top. Het zal de kids een zorg zijn. Die willen na ‘Taxi’ allemaal taxi rijden. God beware ons.