titels films

The Pillow Book

De gesmoorde filmkalligrafie van Peter Greenaway

"Cinema is too rich and capable a medium to be merely left to story tellers." Uitspraken van de Britse regisseur Peter Greenaway zijn instant kopij voor filmbladen en naslagwerken, terwijl zijn filmstijl zo ongrijpbaar is dat filmrecensenten zich vol overgave vergrijpen aan mistig taalgebruik ('enigmatisch', 'mathematisch', 'idiosyncratisch'). De trend over het algemeen is: Greenaway is onnavolgbaar en dus briljant.

Wat weinig recensenten toegeven is hoeveel irritatie en zelfs verveling Greenaway's unieke talent tevens oproept. Enerzijds daagt de voormalig kunstschilder ons uit met intrigerende verhalen ('A Zed and Two Noughts') en hypnotiseert hij ons met fantastische vormgeving ('The Cook, the Thief, his Wife and her Lover'), anderzijds ontzegt hij ons ieder spatje emotie. Greenaway's films zijn esthetisch op het koude af. En esthetiek pur sang gaat na een uur echt wel op de zenuwen werken.

Misschien is dit onvermogen tot entertainen wel de reden waarom Greenaway zo vaak afgeeft op traditionele (met name de Amerikaanse junk-)cinema. Zijn nieuwste film, 'The Pillow Book', kan in ieder geval wel een ordinaire Amerikaanse opsteker gebruiken.

Nagiko (Vivian Wu) is een Japanse vrouw die haar hart heeft verpand aan lichaamskalligrafie. Als kind werd ze iedere verjaardag door haar vader met karakters beschilderd, en nu is ze op zoek naar de perfecte kalligraaf/minnaar. Helaas zijn de meeste mannen slechts vaardig in één van beide kunsten.

Ze vertrekt naar Hong Kong en stuit daar op een dialectische vertaler (Ewan McGregor), die haar beschildert maar ondertusen met zijn uitgever hoereert. De uitgever blijkt ook Nagiko's vader te hebben misbruikt. Als haar vertaler zelfmoord pleegt besluit ze wraak te nemen. Ze spint een web om de man met perfect gekalligrafeerde sexy jongemannen. En uiteindelijk met een moordenaar.

Het is niet zo vreemd dat Greenaway zich aangetrokken voelt tot Japanse esthetiek; ze ademt eenzelfde ambachtelijk perfectionisme uit als zijn oeuvre. In bijna iedere scène weet Greenaway ons te betoveren met de toch statische kunst van het kalligraferen, vanzelfsprekend tegen adembenemende decors (overigens niet langer verzorgd door Greenaway's huisdesigners Ben van Os en Jan Roelofs) en hemelse muziek.

Helaas is 'The Pillow Book' net zo emotioneel gesmoord als de Japanse cultuur. De personages blijven marionetten, gevangen in lichamen die toch vooral als schilderdoek dienen van de Japanse karakters. Geen moment voel je je bij Wu of McGregor betrokken. Als McGregor jammerend op Wu's deur bonst om zijn geliefde voor zich terug te winnen ­ het enige dramatische moment in de film ­ krijg je hoogstens kromme tenen. En na twee uur stilistische hogestandjes en typische Greenaway beeldtrucjes (inserts ter vervanging van parallelle montage en flash-backs) kun je een geeuw niet langer onderdrukken.

Wrang dat Greenaway's filmische hoogtepunt, de televisie-iconen 'TV Dante' ('89), ieder slechts 10 minuten duurden. De perfecte tijdsspanne voor een film van Peter Greenaway.