titels films

The Quest

Sportschoolhouder met epische pretenties

Het is jammer dat zo veel bioscoopbezoekers complete genres mijden omdat ze deze te platvloers vinden. Vooral horror-, knok- en fantasy-films moeten het ontgelden. Dat is jammer, want dergelijke pulp is vaak kweekbodem voor talentvolle regisseurs die tussen de regels door het genre op de hak nemen. En anders is het nog altijd dik genieten van de doorzichtige clichés en de rampzalige dialogen die het genre tot camp opwaarderen.

Pulpfilms worden het interessantst wanneer de hoofdrolspeler superster is geworden en tot afgrijzen van crew en producent een regisseurspositie heeft kunnen afdwingen. Denk aan Sylvester Stallone die creatief explodeerde met 'Rocky IV' en Steven Seagal met eco-pulp 'On deadly ground'; beide hoogtepunten in het Bad Movies We Love-genre.

Nu ex-sportschoolhouder Jean-Claude van Damme zich heeft opgewerkt van marginaal kickbokssterretje tot A-klasse actieheid moest de studio hem zijn gang laten gaan als regisseur én scenarioschrijver van ‘The Quest’. Het resultaat is buitengewoon vermakelijk.

Chris (Van Damme) woont in de sloppenwijken van New York, begin jaren twintig. Hij krijgt het aan de stok met de politie en vlucht het land uit als verstekeling op een Turks schip. Als dat schip geënterd wordt door de Britse gentleman-piraat-zwendelaar Lord Dobbs (Roger Moore), komt hij op een Thais eiland terecht waar hij tot kickbokser wordt opgeleid.

Na een lokaal gevecht stuit hij weer op Dobbs die voorstelt om aan een internationaal supergevecht in Tibet mee te doen en de prijs, een massief gouden draak, te stelen. Chris stemt toe maar beseft niet hoe gevaarlijk zijn tegenstanders zijn. En in het heetst van de strijd gaat Dobbs er vandoor met de buit.

Van Damme, die het idee voor 'The Quest' kreeg toen hij in een Thais restaurant zat te dineren, omschreef zijn debuut als ‘Ben Hur meets The Man Who Would Be King’. En gezegd moet worden, 'The Quest' vertoont ommiskenbaar invloeden uit epische klassiekers. Zo herkennen we de handtekening van David Lean en Steven Spielberg, al beweert Van Damme dat zijn voornaamste inspiratiebron Kuifje is geweest.

Helaas mist Van Damme net dat extra beetje ervaring om deze aangeklede knokkomedie Oscarrijp te maken. Wel is ‘The Quest' camp van de hoogste orde; de grappen zijn zo slecht getimed dat ze hilarisch worden, de personages zo vlak dat de acteurs voortdurend uit hun rol vallen, de antropologie zo politiek incorrect dat ze niet eens meer fout is. Dikke pret om Roger Moore die, dood-verveeld als Unicef-ambassadeur, bijschnabbelt als verschrompelde Saint en zich een weg probeert te worstelen door dialogen als "I wasn't always a pirate, you know ".

Haaks op de camp staan de uiterst professioneel gechoreografeerde vechtscènes (een regie-onderdeel waar Van Damme ook werkelijk ervaring mee heeft), vol martial arts acrobatiek in slow motion. Liefhebbers herkennen hierin de handtekening, of in ieder geval het kruisje van grootmeester Sylvester Stallone.