titels films

The Relic

Een gemuteerde waterrat met zwak voor mensenhersenen

Als moderne monsterfilmmaker kun je onmogelijk om 'Alien' (1979) heen. Deze science-fictionfilm had een mager scenario (buitenaards monster komt aan boord van aards ruimteschip en eet bemanning op), maar een zeldzame combinatie van Freudiaanse decors, shockmontage, onheilspellende muziek en waarachtige personages gaven de B-film kunsstatus. Belangrijkste troef was de alien zelf. Hij was ontworpen door de Zwitserse nachtmerrie-kunstenaar Gieger en leek een kruising tussen een insect en een bijtende penis. Interessant detail: hij had geen ogen, ­ dus ook geen ziel.

Twintig jaar later oogt 'Alien' nog steeds even sierlijk en angstaanjagend, en heeft hij een fanatieke cultvolging gekregen. Enkele regisseurs hebben getracht in een sequel ('Aliens') of plagiaat ('Predator') dezelfde nachtmerriesfeer op te roepen, altijd tevergeefs. Ook regisseur Peter Hyams ('Time Cop') kan 'Alien' wel dromen; zijn monsterfilm 'The Relic' is in ieder geval doordenkt met Alieniaans jatwerk.

Er is een moord gepleegd in het Museum van Natuurlijke Historie van Chicago: een portier wordt onthoofd op het toilet aangetroffen. Groot gat achterin zijn schedel, hypothalamus verdwenen. Eenzelfde lot is de bemanning van een vrachtschip uit Brazilië beschoren. Men denkt nu dat er een seriemoordenaar huishoudt, maar inspecteur D'Agosta (Tom Sizemore) gelooft niet zo in menselijke hypothalamusverzamelaars. Hij roept de hulp in van museumbiologe Margo Green (Penelope Ann Miller).

Samen komen ze er achter dat de schurk een genetisch monster is. Kruising tussen mens, tor, hagedis en nog wat enge beesten. En dan met de afmetingen van een dinosaurus. Deze DNA-cocktail is uit Brazilië overgekomen om zich hier vol te vreten aan hypothalamussen. Heel lastig, want er wordt net gala in het museum gehouden en de defecte bewakingscomputer heeft het gebouw vergrendeld. Dat wordt smullen voor het monster.

Het is druk turven geblazen voor Alienfreaks. De fluitmuziek in onheilspellende scènes, het druipende water langs hangende kettingen, het kruipen met lantaarn door tunnels, de krijsende-kat-uit-kast, het slijmspoor door de machinekamer. Het is allemaal hapklaar uit Alien gejat ­ alsof Hyams nog tijdens het regisseren heeft zitten spieken. Maar Hyams kan jatten wat-ie wil, 'The Relic' komt ondanks het vette budget niet boven ordinair B-niveau uit. De personages zijn, ondanks de overtuigende Tom Sizemore, uitgekauwde blauwdrukken en de dialogen zijn van het 'How the fuck do we kill it'-peil.

Ja, en dan het monster. Omdat tegenwoordig dankzij de digitale technieken ieder denkbaar creatuur tot leven gewekt kan worden hoefde Hyams geen stuntman meer in rubber pak te hijsen, zoals indertijd de makers van Alien. Wel was de nodige inspiratie vereist. En gezegd moet worden, het monster uit 'The Relic' oogt als een waterrat die teveel grachtwater van Tsjernobyl heeft binnengekregen. Zo fantasieloos. En erger nog: hij heeft ogen. Daarin staat te lezen dat de film geen ziel heeft.