titels films

The Wolf of Wall Street

Wolf uit de schaapskleren

Misdaad loont. Awel, mits verfilmd dan. Het criminele circuit garandeert de meest smakelijke scenario’s omdat misdaad gepaard gaat met conflict en conflict het zout is in de pap van ieder verhaal. Maar films met een foute ‘held’ doen het ook zo goed omdat Slecht Zijn zo lekker voelt: het is verleidelijk om je in de donkere bioscoopzaal even Scarface of Gordon Gekko te wanen.

Denk echter niet dat deze guilty pleasures zonder moeite schuldvrij ervaren kunnen worden. De filmmaker moet al het mogelijke doen om onze scrupules te smoren. Daarbij heeft hij de beschikking over een arsenaal aan trucs. Zo kan hij de psychopaat een absurdistisch gevoel voor humor meegeven (C'est arrivé près de chez vous), hem kreupelen met een empathische achilleshiel (huurmoordenaar Léon en zijn buurmeisje) of hem omringen met schurken die nóg slechter zijn en het vuile werk opknappen.

Dat laatste flikte Martin Scorsese in Goodfellas en Casino, twee zeer gewelddadige films waarin je de hoofdpersoon nooit ziet moorden. In het verlengde hiervan ligt The Wolf of Wall Street, waarin de criminelen nu eens niet gewelddadig zijn maar witteboord. Dat heeft als grote voordeel dat de filmmaker ons niet hoeft te confronteren met de slachtoffers. We kunnen, samen met de Wolf, onbeschaamd genieten van zijn foute en hilarische capriolen. Rest de vraag of we zo’n cinematografisch orgasme drie uur lang volhouden…

Eigenlijk is Jordan Belfort een welwillende vent. Getrouwd, jasje/dasje, leergierig en behept met een gezonde werkethos. Maar in de financiële wereld van New York is geen plek voor braveriken. Naaien, dat moet je je klanten, zo hard en diep en pijnlijk mogelijk. Als Jordan dan toch weer op straat komt te staan zet ie een eigen bedrijf op. Om lucht te verkopen, want daar weet ie nu alles van. Hij ronselt een dozijn losers die hij omschoolt tot Wal Street welpen, zwendelaars die via de telefoon waardeloze aandelen aan nietsvermoedende burgers slijten. Maar stinkend rijk worden is niet genoeg voor Jordan en zijn companen. Vol overgave storten ze zich in de bijbehorende life style: sex, drugs en nog veel meer van dattum. Tot er een overijverige FBI-agent roet in zijn coke komt gooien.

Een "shame on you!" en een "disgusting!" kreeg Scorsese naar het hoofd geslingerd, na afloop van de officiële voorstelling voor de Acadamy (verantwoordelijk voor de Oscars). En het waren niet alleen deze conservatieve connoisseurs die over de liederlijkheid van The Wolf vielen: bij diverse publieksvoorstellingen werd de film zeer negatief beoordeeld. Opmerkelijk, want de kassa rinkelt zoals je bij een 100 miljoen dollar-productie alleen maar kunt hopen. Of zou het komen doordat The Wolf waanzinnig populair is onder bankiers, die soms de hele zaal afhuren?

Immoreel mag The Wolf of Wall Street in ieder geval genoemd worden, om maar niet te zeggen amoreel. Het is een ode aan zonde. Aan roes, geld, dope, zwendel, lust, nog meer dope, onveilige seks, perverse luxe en ga zo maar door. Maar Scorsese filmt het met zô’n aanstekelijk enthousiasme en met zóveel humor dat je bijkans scheten moet laten van het lachen, zelfs als je dat even écht niet wil, zoals tijdens het dwergwerpen of als er een stewardess wordt aangerand. Onbetwist hoogtepunt is het gebruik van zeldzaam verdovend middel dat de Wolf dwingt tot kruipend scheuren in zijn Ferrari. Nooit eerder heeft een zaal zo hard gebulderd.

Maar drie uur lang… Je zou het ‘t director’s cut-syndroom kunnen noemen. De macht van gerenommeerde regisseurs om een film zo lang te maken als ‘t hen betaamt – terwijl zij juist de laatsten zouden moeten zijn die dat bepalen want te dicht op hun kunstwerk. Sterker nog, als The Wolf 70 jaar geleden onder een strenge studiobaas gedraaid zou zijn, was de helft eraf geknipt. Niet dat er anderhalf uur aan saai celluloid in zit, maar een komedie dwingt nu eenmaal een andere spanningsboog af dan een gangster-epos; na anderhalf uur snak je naar een adempauze om even je neus te poederen en met vernieuwde energie de rest van de filmorgie in te duiken.

Neemt niet weg dat het een genot is om, na het tenenkrommende The Aviator en het toch wat saaie The Departed, Scorsese weer eens als vanouds tekeer te zien gaan, met een Leonardo DiCaprio in de rol van zijn leven. En dat gebaseerd op de pijnlijk eerlijke bespiegelingen van een mannetje dat je op een netwerkborrel nog geen minuut zou kunnen luchten, een opportunist die zijn bijnaam van de film gejat heeft om, na het verraden van al zijn vrienden, als ‘motivational speaker’ volgende generaties van luchtbakkers gebakken lucht te kunnen verkopen: “Act as if you're a wealthy man, rich already, and then you'll surely become rich.” Don’t give up your day job, Jordan.

The Wolf of Wall Street
Kantelmomentje