titels films

This Must Be the Place

Nazi-jagende poppompadour

Briljante filmstilisten zijn luie verhalenvertellers. Dat is ongetwijfeld deels te wijten aan ruziënde hersenhelften, maar komt zeker ook door het narcistische karakter van de makers. Kunstenaars zijn het, die weigeren zich te verlagen tot het ambacht der plotvertellers. Met name surrealisten als David Lynch (Cosmopolis) en Richard Kelly (The Box) maken er een potje van. En komen er nog mee weg ook. Hun filmnachtmerries hebben namelijk zo’n visuele impact dat we de inconsequente verhaaltjes en onwaarschijnlijke personages voor zoete koek nemen. Alles onder het mom van ‘inner logic’ en ‘why bother als beelden meer zeggen dan 1000 woorden’.

Het Italiaanse Il Divo: La Spettacolare Vita di Giulio Andreotti uit 2008 wil meer zeggen dan 1000 woorden. Veel meer. Dit visuele ballet over de slangenkuil van de machiavelliaanse politicus staat zo bol van de intriges dat je ook na twee uur niet weet wie waarom een loer draait. Maar wat een lust voor oog & oor! Een beeldenstorm van choreografische regie, pulserende montage, vette pop en perverse casting! Jammie! Bij zo’n filmcycloon ga je niet neuzelen over plotanalyse. “Stop met nadenken, geef je over aan mijn dope!” lijkt regisseur Paolo Sorrentino’s uitnodiging te zeggen.

Met effect, want Sorrentino werd door de internationale cultuurelite binnengehaald als stilistisch genie. Helaas voor hem. Want bejubeling is het ergste wat een narcist kan overkomen. Geloven in je eigen genie, dat corrumpeert. Zie This Must Be The Place, een road movie over een narcistische popmuzikant.

Cheyenne (Sean Penn) is een New Wave rocker-op-leeftijd. Zo een met het getoupeerde en geschminkte voorkomen van The Cure’s Robert Smith en het hersenletsel van Ozzy Osbourne. Daarbij is hij behoorlijk depri, want hij maakt geen muziek meer en twee van zijn fans hebben zelfmoord gepleegd. En laten we wel wezen, hij is mede beroemd geworden dóór dat depri imago. Toch is ie wel gelukkig getrouwd. En komt er af en toe een fan op bezoek op zijn Engelse landgoed. Maar zijn VUT wordt verstoord als ie naar Amerika moet afreizen om afscheid te nemen van zijn stervende pa. Hij heeft de man al dertig jaar niet gezien, maar neemt diens levenstaak over: het traceren van een nazibeul.

Een wauwelende, kromgetrokken poppompadour die met boodschappenkarretje door de super hobbelt. De toon is direct duidelijk: we worden geacht dit hoofdpersonage heel erg lachwekkend te vinden. Sean Penn versterkt de karikatuur nog eens met zijn even onpeilbare als onuitstaanbare acteerdiepte: een gebroken monotone stem met one liners, een seniel lachje, een haarpluk die steeds weggeblazen wordt en een koffertje op wieltjes. Oscarrr! Cheyenne is zo'n typetje dat ‘droogkomische humor’ haar slechte naam bezorgt.

Nou is een vet aangezet personage niet per se een dissonant in een filmnachtmerrie. Maar Paolo Sorrentino wil meer dan surrealistisch stileren. Hij heeft het onzalige plan opgevat ons ook een serieus verhaal te vertellen. Iets over familie, vernedering en vergiffenis. En dat vol echo’s van de Holocaust, gelardeerd met historische dia’s van kampslachtoffers. Deze poging tot verdieping ervaar je niet alleen als stijlbreuk, ook als bespottelijk, beledigend en zelfs misselijkmakend. Sorrentino lijkt te willen provoceren om zijn o zo eigenzinnige imago te spekken. Je zou er kwaad van worden - als je niet al ingedommeld was.

Want stilistisch gezien is de film op z'n best een tombola van effectbejag. We kijken nog wel door het oog van een visueel genie, maar dan door de bril van David Lynch. Trucs als verzadigde close-ups van alledaagse personages die daardoor een claustrofobische, fysieke nadruk krijgen - we kennen ze wel. Voeg daarbij een overbodige registratie van een David Byrne-concert en een wasmand vol grollen (Cheyenne rijdt met opzet Duitse toeristen nat om uit te stappen en zijn excuses nadrukkelijk niet aan te bieden), en je verlangt naar een rerun van Derrick.

De film wordt op de posters aangeprezen met persuitspraken over Sean Penns acteerprestatie. Geen woord over Sorrentino. Dat zegt al genoeg. En als hij straks tot armoe toe gesued wordt door Robert Smith wegens smaad en met een enkeltje Rome op de Costa Concordia wordt gezet, gaat ie misschien weer gewoon films maken die nergens over gaan. Die zien we toch het liefst.

This Must Be The Place
Sean does Bob