titels films

V.I. Warshawski

Hard boiled detective

Ooit een Hollywood-fïlm gezien waarin maatschappelijke misfits een hoofdrol spelen zonder dat er nadrukkelijk aandacht aan hun 'afwijkingen' wordt besteed? Ooit Amerikaanse films over invaliden, homoseksuelen, dwergen, intellectuelen, Japanners of roodharigen gezien waarin ze niet als zielig, gevaarlijk, bespottelijk of als heel menselijk afgeschilderd worden? Ik kan ze me niet voor de geest halen. Hollywood verkrampt als het om fabrieksfouten van The American Dream gaat.

Ook zelfstandige vrouwen (en dan heb ik het niet eens over dramfeministen) worden slachtoffer van dit syndroom. Neem nou Kathleen Turner, die in haar nieuwste film 'V.I. Warshawski' de titelrol van een hard boiled detective speelt. Scène op scène moet ze met een rappe cynische tong, Aïkido-vechttechniek en oernonchalance ons ervan overtuigen dat ook een vrouwelijke detective haar mannetje kan staan.

Tenminste: dat moet zij zo nodig van regisseur Jeff Kanew (blijkbaar heeft deze zo zijn twijfels over vrouwelijke competentie). Maar die nadruk is overbodig. Turner heeft dan misschien geen nek, maar ze beschikt over genoeg kloten, flair en ironie om welke hoofdrol dan ook met verve te dragen. Niemand ziet in haar een dom blondje.

Warshawki's imago wordt ons al rap onder de neus gewreven; de openingstitels zijn nog maar koud achter de kiezen, of de detective slaat een lekkere bink, luisterend naar de veelbelovende naam Boom-Boom Grafalk, aan de haak. Alleen voor de seks natuurlijk (zoals het een zelfstandige vrouw betaamt?). Maar voordat het zover is, wordt Boom-Boom onder mysterieuze omstandigheden op zijn viswerf de lucht in geblazen. Weinig Boom-Boom dus meer.

Zelfstandige vrouwen hebben echter geen tijd voor rouw en Warshawski gaat, geholpen door Boom-Booms dochtertje Kat (Angela Goethals) op onderzoek uit. Boom-Booms werf blijkt een belangrijke functie te spelen in de ontwikkeling van het havengebied, en nu Kat de werf van haar vader heeft geërfd, zou ook zij wel eens onder mysterieuze omstandigheden de lucht ingeblazen kunnen worden.

Wat moeten we aan met 'V.I. Warshawski'? De plot is saai en de ontknoping is zo onwaarschijnlijk dat je elke minuut verspilt denkwerk vervloekt. Maar ook Kathleen Tumer biedt ons niet het vuurwerk waar ze in 'Peggy Sue got married' mee spetterde. Dat is enerzijds te wijten aan haar quasi feministische dialogen (op de vraag waarom ze zich aan mannen altijd voorstelt met haar initialen, antwoordt ze: 'It's hard to patronize you if they don't know your first name'), maar tevens aan de kwaliteiten van tegenspeelster Angela Goethals.

Deze tiener, die al op negenjarige leeftijd haar professioneel Broadway-debuut maakte, speelt met haar natuurlijke brutaliteit en pre-seksuele charme de arme Tumer volledig onder de tafel. Eerst vertedert ze als Warshwaski's hulpeloze mascotte, maar al snel groeit ze uit tot een volwaardig compagnon en weet ze moeiteloos de domme, megalomane grotemensenwereld tot haar juiste proporties terug te brengen. Kat is een zelfstandige vrouw die geen machistische of feministische cliché's nodig heeft om haar zin te krijgen.