titels films

When You’re Strange

De hardnekkigste der gouwe ouwen

Waarom klinkt Top 40 muziek vaak toch zo weerzinwekkend? Niet omdat die liedjes allemaal zo beroerd zijn. Of de artiesten tenenkrommend. Nee, het komt door de herhaling. De songs worden kapotgedraaid. Radiomakers annex plaatjespluggers gaan er namelijk vanuit dat mensen muziek meer waarderen naarmate ze die vaker gehoord hebben. Deze vlieger gaat echter alleen op voor mensen met gebrekkige hersenkwabben; intelligente luisteraars hebben juist behoefte aan afwisseling en vernieuwing. Daarom zijn gouwe ouwezenders zo’n gruwel voor hen; deze muziek wordt immers al 50 jaar aan gort gedraaid.

Wel beschouwd zijn er maar heel weinig gouwe ouwen die de hel van herhaling overleven. Eén zo’n uitzondering is het basloze sixtieskwartet The Doors. Hun unieke cocktail van jazz, flamenco, rock, blues, poëzie en crooning in combinatie met een onovertroffen spanningsopbouw maakten The Doors tot een werkelijk tijdloze band.

Maar het was vooral de hedonistische overgave van zanger Jim Morrison die Oliver Stone ertoe bracht de biopic The Doors te filmen. Hij maakte er een sensatieverhaal van, vol sex & booze en nog eens sex & booze. Geschiedvervalsing! alsdus de hevig verontwaardigde toetsenist Ray Manzarek die weigerde zijn medewerking eraan te verlenen. The Doors zijn integere artistieke intellectuelen! Toch is het deze zelfde Manzarek die de ene na de andere video over The Doors aan elkaar geplakt heeft van stukjes televisieoptredens, waarbij hij dezelfde opnames soms twee of drie keer in een andere context opnieuw gebruikte. Exploitatie heet dat.

Het is nu de vraag of Ray, die over The Doors praat in de tegenwoordige tijd terwijl de band een jaar na Morrisons dood in 1971 werd opgeheven, uit is op rehabilitatie of op verdere exploitatie. Want hij heeft samen met gitarist Robbie Krieger en drummer John Densmore filmregisseur Tom DiCillo (Living in Oblivion) ingehuurd voor wat de definitieve documentaire moest worden: When You’re Strange.

Laten we één ding voorop stellen: het uitgangspunt van een ultieme Doors docu is valide. Al was het alleen maar omdat Jim Morrrison zo’n fotogeniek podiumbeest was. Deze onaards mooie filmacademiestudent, exhibitionist en borderliner, wist zijn optredens een drama mee te geven dat zijn weerga in de popgeschiedenis niet kent. Met name in het begin van zijn carrière bracht hij, gehuld in pervers leder, een maniakale energie op het podium, met woedeaanvallen, arrogante sneers en psychotisch gegil. En het werkte. Natuurlijk niet alleen omdat hij zo kinky en labiel was, maar vooral doordat de band muzikaal geraffineerd op zijn soul en grillen inspeelde, en omdat Morrison een begaafde baritoncrooner bleek, eentje die Sinatra’s ratpack tot slappe pleasers degradeerde.

Al tijdens hun carrière realiseerden The Doors dat hun optredens fantastisch fimmateriaal zou opleveren. Ze lieten een filmcrew, bestaande uit semi-professionele maatjes van de filmacademie, vele concerten vastleggen. En bestaat dus relatief veel beeldmateriaal van de band. Alleen is daar vaak geen geluid bij opgenomen. Met als gevolg dat Tom DiCillo (toch al een vreemde keuze want van huisuit geen documaker maar regisseur van hilarische komedies over het onafhankelijke filmcircuit) enorm in de editing room moest aanrotzooien om de indruk te wekken van authentieke concerten: hij moest het geluid van bootlegs en andere concerten onder beelden plakken die daar helemaal niet bij horen, wat tot een chronologische nachtmerrie leidt.

Mocht dit gejongleer een gruwel zijn voor de hardcore fan (geschiedvervalsing!), voor de gemiddelde liefhebber is het natuurlijk niet zo’n probleem. Die vindt het ook leuk om de eindeloos herkauwde tragedie van The Doors nog eens door Johnny Depps voice-over opgelepeld te krijgen, van hun eerste optredens in undergroundclubs, via absolute top billing en gouden platen, tot Morrisons overdosis in Parijs.

En al is driekwart van het beeldmateriaal bekend van Ray’s video’s, zowel fans als leken zullen genieten van uniek of toch in iedere geval zeldzaam beeldmateriaal dat bovendien eindelijk eens tot zijn recht komt op het bioscoopscherm. Zo werd er dankbaar gebruik gemaakt van Jims eigen 35mm filmproject, HWY, over een lifter (yep, Jimbo) in de woestijn, dat zo wezenloos/spiritueel gefotografeerd is dat ‘t perfect aansluit bij de hypnotiserende muziek.

Is When You’re Strange dan de ultieme Doors documentaire? Neen. Daavoor ligt er nog te veel filmmateriaal - vaak mét geluid - in kluizen en (privé)archieven te wachten tot er voldoende geld voor de rechten betaald wordt of doortastend wordt onderhandeld. Maar misschien moet die ultimate Doors-docu er wel helemaal niet komen. Want zelfs Jim kan doodgedraaid worden, bijna veertig jaar na zijn overlijden.

When You’re Strange
The Doors tijdens de fotoshoot van Morrison Hotel